IGZ-rapport over de PROPATRIA-studie
Open

lessen voor onderzoek
Zorg
17-12-2009
Joost Zaat en Peter de Leeuw

Reacties (2)

M.J.K. de Kleine
22-12-2009 14:40

Probiotica-onderzoek 2

Het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de PROPATRIA studie wordt door de hoofdredactie van het Tijdschrift met politiek correct instemmend geknik ontvangen. En passant worden een aantal niet-geteste curatieve maatregelen voorgesteld. Maar is deze reactie wel de meest juiste? Vergeten wordt dat bij de start van dit onderzoek op grond van de kennis van toen probiotica werden aangeprezen voor van alles en nog wat, zeker voor situaties waarin sprake was bacteriologisch dysbalans zoals bij pancreatitis. Ondanks deze druk hebben de Utrechtse onderzoekers de rug recht gehouden en eerst gedegen onderzoek verricht alvorens probiotica op grotere schaal toe te passen. Mijns inziens moet elke reactie op dit onderzoek beginnen met erop te wijzen dat (1) dubbelblinde, gerandomiseerde, klinische onderzoeken zoals het Utrechtse PROPATRIA nodig zijn om de medisch zorg te verbeteren en onnodig leed te voorkomen en (2) dat de Utrechtse onderzoekers daarvoor onze waardering verdienen. Duidelijk moet worden gemaakt dat de nulhypothese altijd tweezijdig wordt getoetst, omdat bij goed onderzoek niet van te voren vaststaat naar welke kant het voordeel uit valt. Pas nadat dit is gezegd (elke keer weer!), kunnen onderzoekers worden aangespoord de aanbevelingen van de Inspectie ter harte te nemen.

MJK de Kleine, kinderarts-neonatoloog. Máxima Medisch Centrum

jom zaat
22-12-2009 15:50

probiotica onderzoek antwoord

Collega de Kleine heeft gelijk, er moet gewoon onderzoek gedaan worden en  dat schrijft Joost Drenth als adjunct-hoofdredacteur dan ook in het redactioneel van week 51.
In dit artikel geven we alleen een samenvatting van het rapport en geen oordeel over de juistheid van de aanbevelingen van de IGZ. Zo hebben we dat ook netjes in de lead opgeschreven. Het leek ons dat lezers vooral recht hebben om heel snel en precies te weten wat er in het rapport staat.

Joost Zaat, adjunct-hoofdredacteur