‘Zelfs mijn man werd op mijn column aangesproken’

Huisarts Danka Stuijver

Danka Stuijver
Lorette Harbers

Danka Stuijver is waarnemend huisarts en gastredacteur van dit NTvG-themanummer. Zij verschijnt regelmatig in de media, onder meer als columnist voor de Volkskrant en Medisch Contact.

artikel

Waar kennen we u ook alweer van?

‘De meeste mensen zullen mij kennen van mijn columns in de Volkskrant en in Medisch Contact. Daarnaast maak ik de podcast Over de Grens, waarin ik Nederlandse artsen interview die, net als ik, in het buitenland wonen en werken. Ik ben regelmatig spreker op bijeenkomsten, en werk nu op Aruba 2 dagen per week als waarnemend huisarts. Voorheen was ik regelmatig te gast bij het programma spraakmakers op NPO radio 1, waaronder een keertje samen met collega-gastredacteur Hugo Touw. Sinds kort maak ik deel uit van de poule met “ontbijtgasten” van Radio 4.’

Wat was de aanleiding voor uw eerste mediaoptreden?

‘Ik werkte als arts in het Manguzi Hospital. Dat ligt in een heel arm stukje van Zuid-Afrika, in het uiterste noordoosten, tegen de grens met Mozambique. In Medisch Contact heb ik toen enkele stukken geschreven over hoe het is om te werken op een plek met een allesbepalende en allesomvattende schaarste. Toen op een gegeven moment de hiv-medicatie voor kinderen niet was geleverd door het district, met zeer grote gevolgen voor deze kwetsbare groep patiënten, ben ik in de pen geklommen en heb ik voor de grote Zuid-Afrikaanse krant The Sun een artikel geschreven. Deze zou anoniem worden geplaatst maar bij plaatsing stond mijn naam en de naam van het ziekenhuis eronder. Dat heeft nogal wat teweeggebracht.’

Wat gebeurde er toen?

‘Ik moest op het matje komen bij de ziekenhuisdirecteur. Die deed in eerste instantie heel nors, maar toen de deur dichtging bedankte hij mij voor mijn lef. Nu kreeg Manguzi Hospital, dat gezien de ligging ook vaak “het vergeten ziekenhuis” werd genoemd, ineens een apotheker. Die zou erop toezien dat het ziekenhuis en de omliggende klinieken de medicijnen en middelen kreeg die het nodig had om te kunnen voorzien in de hiv-zorg voor ruim 100.000 mensen. Voor die apotheker was eerder geen budget. Nu kon het ineens toch wel. Dat illustreert de macht van de pen, denk ik, goed.’

Hebt u een voorkeur voor een bepaald medium?

‘Schrijven heeft mijn voorkeur. Ik kan dingen goed verwoorden, maar dat lukt me beter op papier dan live. Soms zit mijn hoofd vol met allerlei ideeën en ervaringen. Door het op papier te zetten kan ik het een plaats geven. Radio vind ik ook een prettig medium, maar schrijven blijft favoriet.’

Hoe bepaalt u waar u ja of nee tegen zegt?

‘Dat doe ik meestal op gevoel. Tijdens de coronaperiode schreef ik een column over een kind dat tijdens de eerste lockdown was mishandeld. Daarin zei ik: “Als je ouderen niet met dor hout mag vergelijken, mag je kinderen ook niet beschouwen als flexibele buigzame twijgjes, want er komt een moment dat ook het twijgje breekt.” Daarna stond de telefoon roodgloeiend; ik werd voor bijna elk actualiteitenprogramma gevraagd. In die talkshows is het vooral de bedoeling dat je dingen vertelt die interessant genoeg zijn om kijkers mee te trekken. Maar ik ben als columnist en huisarts niet de beste persoon om te vertellen over kindermishandeling. Ik ben geen expert. Dan kunnen ze beter een kinderarts vragen die daarin gespecialiseerd is. Als ze me alleen vragen vanwege mijn naamsbekendheid, zeg ik nee.’

Hoe bereidt u zich voor op een mediaoptreden?

‘Ik lees altijd de belangrijkste dingen in de kranten. En ik gebruik LinkedIn om op de hoogte te blijven. Ik denk trouwens dat je je niet altijd overal helemaal op moet voorbereiden; dat kan helemaal niet, en enige spontaniteit is juist leuk.’

Ziet u een mediaoptreden meer als een verplichting, of als iets dat u graag doet?

‘Als ik het gevoel heb dat er misstanden zijn, voel ik me verplicht om die aan de kaak te stellen. Maar spannend vind ik het wel. Columns schrijven zie ik inmiddels gewoon als onderdeel van mijn werk. Ze kosten evenveel tijd als het klinisch werk.’

Wordt u gevraagd, of neemt u ook weleens contact op met media?

‘Ik word meestal gevraagd, hoewel ik columnist bij de Volkskrant ben geworden omdat ik daar in eerste instantie zelf een opiniestuk naartoe had gestuurd, aan het begin van de coronaperiode. Er was toen een enorm tekort aan beschermende middelen en wat er wel was, ging naar de ziekenhuizen. De huisarts en wijkverpleging werden vergeten, maar als wij ons werk niet kunnen doen dan kunnen we ook niet voorkomen dat de ziekenhuizen overspoelen. Dat kaartte ik aan in dat opiniestuk. Daarna vroegen ze of ik, afgewisseld met Joost Zaat, mijn ervaringen als huisarts in de coronaperiode wilde delen. Dat leidde uiteindelijk tot een vaste plek als columnist op de opiniepagina.’

Hebt u spijt van een bepaald mediaoptreden?

‘Ik woon en werk nu tijdelijk op Aruba, en aan het begin van het jaar heb ik een column geschreven waarin ik schreef over het probleem van overgewicht op Aruba. Maar liefst 80% is te dik, van wie de helft obees. Dat legt een enorme druk op de gezondheidszorg op dit eiland. Ik deelde puur mijn observaties als huisarts, ook over de dikmakende omgeving; op een eiland zo groot als Texel heb je waanzinnig veel fastfoodketens. Vervolgens verscheen er in de lokale krant een stuk “Column van huisarts maakt veel los”. Daarin een reactie van de minister van Volksgezondheid, die in de verdediging schoot. Toen kreeg ik wel nare reacties met als strekking dat ik als Nederlander daar mijn mond over moet houden en me maar druk moet gaan maken over de snackbars en dikke mensen in Nederland. Zelfs mijn man, die hier als gynaecoloog werkt, werd op die column aangesproken. Achteraf gezien had ik misschien liever met die column gewacht tot ik niet meer op Aruba woon.’

Wat vindt u van de discussie op de sociale media? Doet u daar actief aan mee? Waarom wel of niet?

‘Ik deel veel op LinkedIn, en voor onze actiegroep “Help de huisarts verzuipt” hebben we een Facebookpagina waarin huisartsen hun ervaringen delen over misstanden in de huisartsenzorg. Soms deel ik daarvan iets – met toestemming natuurlijk – op LinkedIn om te laten zien waar huisartsen mee te maken krijgen. Zo schreef ik laatst over een commerciële partij die probeerde om labaanvragen via de huisarts te regelen. Dan neem ik ook deel aan de discussie daarover. Twitter vind ik een riool, Instagram en Facebook gebruik ik alleen voor familie en vrienden.’

Wat voor nare reacties krijgt u?

‘Ik krijg wel eens een nare reactie, maar ik ben nog nooit bedreigd. Via Twitter heb ik een keer een dickpic gehad van een man die zogenaamd uitslag had in zijn lies met de vraag: kusje erop? Dat is irritant, maar daar word ik niet heel zenuwachtig van.’

Hoe gaat u om met minder leuke reacties, of bedreigingen?

‘Ik realiseer me dat, of mensen nou razend enthousiast over een column zijn, of er aanstoot aan nemen; het is altijd vluchtig, de waan van de dag. Mensen blijven er niet eindeloos in hangen en ik dus ook niet.’

Hebt u ook weleens aanvaringen met andere artsen?

‘Nee. Ik waardeer collega’s die hun nek uitsteken enorm, al zijn er wel collega’s bij wie ik af en toe denk: ga nou niet weer met je kop op tv, of matig je toon. En ik kan slecht tegen collega’s die de ene keer het één en de volgende keer het andere zeggen, afhankelijk van wie hen op dat moment betaalt.’

Wat is uw gouden tip voor collega’s ten aanzien van mediaoptredens?

‘Stel jezelf de vraag waarom je in de media optreedt. Als het antwoord is dat je iets belangrijks te vertellen hebt, waar de lezer, luisteraar of kijker iets aan heeft, dan moet je het vooral doen. Maar als je ergens alleen maar gaat zitten voor de show dan denk ik dat je het niet moet doen.’

Voelt u zich gesteund door de beroepsvereniging?

‘Ik vind het lastig om te zeggen of ik me echt gesteund voel door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Ik heb er respect voor hoe ze zich staande houden in de politieke arena en tegelijkertijd ben ik verbaasd over de manier waarop het bestuur heeft geprobeerd om toch het fiat te krijgen om het Integrale zorgakkoord te ondertekenen. De manier waarop dat gegaan is, dat verdient absoluut niet de schoonheidsprijs. Er heerst veel wantrouwen tussen de werkvloer en het bestuur en dit heeft dat geen goed gedaan. Maar er wordt door de LHV ook veel voor de huisartsen gelobbyd zonder dat we dat direct zien. Het is dus heel makkelijk om te roepen dat ze het niet goed doen, maar als bestuurder heb je te maken met allerlei machten en krachten waarbinnen je moet navigeren. Ga er maar aanstaan. Ik ben overigens nooit teruggefloten door de LHV, maar toen ik een stuk had geschreven over de huisarts als “duizenddingendoekje”, kreeg ik wel terug dat ik moest oppassen dat er straks niemand meer huisarts wil worden. Dergelijke kritiek neem ik ter harte.’

Auteursinformatie

Lorette Harbers is nieuwsredacteur bij het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

Informatiekader
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Journalistiek
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties