Het tweeledig natriuretisch hormoonsysteem van het hart

Klinische praktijk
T.L.Th.A. Jansen
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:1553-4
Download PDF

Sinds de ontdekking van De Bold et al. in 1981 van de atriumnatriuretische factor (ANF), een 28 aminozuren bevattend hormoon, wordt het hart niet alleen als mechanische pomp maar ook als endocrien orgaan beschouwd.1 ANF heeft naast een vaatverwijdende een diuretische werking ondanks dat het simultaan een bloeddrukverlaging bewerkstelligt. In 1988 toonden Sudoh et al. aan dat varkenshersenen ‘brain natriuretic factor’ (BNF) bevatten, dat een opvallende gelijkenis toont met ANF voor wat betreft aminozuurvolgorde (26 aminozuren) en biologische effecten.2 Dat bij de mens de atria BNF bevatten, werd in 1990 beschreven bij de isolatie van een 32 aminozuren bevattend BNF.3 Dat BNF geen cerebrale, maar evenals ANF een cardiale origine heeft, wordt gesuggereerd door een opvallende verhoging van BNF-concentraties bij toestanden die gepaard gaan met rekking van het hart: zo werd een 20-voudige verhoging van de ANF-, en zelfs een 200-voudige verhoging van de BNF-plasmaconcentraties beschreven bij decompensatio cordis (stadia IIIIV volgens de criteria van de New York Heart Association). Ook vonden zij naast de bekende ANF-receptoren, receptoren die specifiek gevoelig waren voor BNF.

Nakao et al. bestudeerden in 500 ratteharten de BNF- en ANF-weefselconcentraties: de BNF-ANF-verhouding in atria was 4 en in ventrikels 30.4 Ook bij de mens werden onlangs dergelijke weefselconcentraties gevonden door Mukoyama et al. door middel van een specifieke radio-immunoassay met monoklonale antilichamen: in het normale hart was de BNF ANF-verhouding 3 in atria (n = 6), en 49 in ventrikels (n = 6).5 Bij gezonde vrijwilligers was de BNF-concentratie in het bloed slechts 16 van de ANF-concentratie. De ANF-weefselconcentraties in atria (n = 6) en ventrikels (n = 6) waren gemiddeld 9600 (SE 3100) en 37 (14) pmolg; de respectievelijke BNF-weefselconcentraties waren 250 (60) en 18 (3) pmolg. BNF wordt echter voornamelijk in de ventrikels gesynthetiseerd, blijkens een opklimmende concentratiegradiënt in het bloed van de arcus aortae, sinus coronarius en van de V. interventricularis anterior, aangetoond met de Northern-blot-analyse.

Verder zijn in het metabolisme verschillen waargenomen: de klaring van circulerend BNF verloopt trager dan van ANF, hetgeen deels verklaard wordt door een geringere binding aan de klaringsreceptoren.5 De respectievelijke halfwaardetijden van de snelle en langzame fase waren bij ANF 1,7 (0,1) en 13 (2) min, versus 3,9 (0,2) en 21 (2) min bij BNF.

De uitkomsten van deze onderzoekingen tonen dat ANF en BNF gescheiden gesynthetiseerd en gesecerneerd worden, dat ze biologische effecten sorteren elk via een eigen receptorsysteem en dat ze bovendien verschillend gemetaboliseerd worden. Hiermee onderstrepen ze de tweeledigheid van het natriuretische peptiderge systeem waarmee het hart zijn eigen volumebelasting poogt te reguleren.3-5

Literatuur

  1. De Bold AJ, Borenstein HB, Veress AT, Sonnenberg H. Arapid and potent natriuretic response to intravenous injection of atrialmyocardial extracts in rats. Life Sci 1981; 28: 89-94.

  2. Sudoh T, Kangawa K, Minamino N, Matsuo H. A newnatriuretic peptide in porcine brain. Nature 1988; 332: 78-81.

  3. Mukoyama M, Nakao K, Saito Y, et al. Human brainnatriuretic peptide, a novel cardiac hormone. Lancet 1990; 335:801-2.

  4. Nakao K, Itoh H, Kambayashi Y, et al. Rat brainnatriuretic peptide; isolation from rat heart and tissue distribution.Hypertension 1990; 15: 774-8.

  5. Mukoyama M, Nakao K, Hosoda K, et al. Brain natriureticpeptide as a novel cardiac hormone in humans. J Clin Invest 1991; 87:1402-12.

Reacties