Is het roken van sigaar en pijp schadelijk?
Open

Stand van zaken
18-08-1996

VRAAG 6. Is bij onderzoek naar de schadelijkheid van roken ook de schadelijkheid van het roken van uitsluitend sigaren betrokken, zodat gesteld kan worden dat de bekende waarschuwende teksten (‘brengt de gezondheid ernstige schade toe’, ‘roken veroorzaakt kanker’ en ‘roken schaadt de gezondheid van uw medemens’) ook ten aanzien van sigaren gerechtvaardigd zijn? Zo ja, wat is dan het risico op de bekende rokersziekten? Zo nee, waarop berust dan de verplichting (Koninklijk Besluit 4 oktober 1994) om deze waarschuwingen aan te brengen? Is er ook iets bekend over pijproken?

ANTWOORD. Bij het zoeken naar relevante literatuur vonden wij in het Tijdschrift een referaat over dit onderwerp met de titel ‘sigaar, pijp of sigaret’ uit 1978.1 Inderdaad is bij onderzoek naar de schadelijkheid van roken ook de schadelijkheid van het uitsluitend roken van sigaar en pijp betrokken. In het algemeen kan men stellen dat het risico op het overlijden aan rokersziekten van sigaren- en pijprokers lager is dan dat van sigarettenrokers (50-60) en hoger dan dat van niet-rokers (20-40). De oorzaak hiervan is dat de totale blootstelling van een sigaren-en pijproker aan de rook van deze producten relatief laag is. De typische sigaren- en pijproker heeft een lage consumptie (minder dan 5 sigaren en minder dan 20 ‘pipefuls’ per dag) en inhaleert niet. De schadelijke effecten van sigaren- en pijproken blijven beperkt tot de plaatsen die blootgesteld worden aan tabaksrook.2-4 Het risico op overlijden aan kanker in mondholte, strottenhoofd, keelholte en slokdarm is min of meer gelijk voor rokers van sigaretten, sigaren of pijp. Het is duidelijk dat inhaleren niet noodzakelijk is voor het blootstellen van deze plaatsen aan tabaksrook. Deze kankersoorten vormen samen 5 van de kankersterfte onder mannen.2-4

Wat betreft sigarettenrokers is het verband tussen enerzijds coronaire hartziekten, longkanker, longemfyseem en chronische bronchitis en anderzijds roken overduidelijk. Voor sigaren- en pijprokers is het risico op overlijden aan deze ziekten niet veel groter dan voor niet-rokers. Uit onderzoek blijkt dat wanneer de consumptie van sigaar en pijp toeneemt en (of) de rook geïnhaleerd wordt, het risico van sigaren- en pijprokers in de buurt komt van dat van sigarettenrokers.2-4

Op grond van het voorgaande kunnen wij concluderen dat de waarschuwingsteksten ook ten aanzien van sigaren en pijptabak gerechtvaardigd zijn.

Wie rookt er sigaar en pijp in Nederland en hoeveel roken zij? Van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder rookt 2,4 sigaren of cigarillo's en 10 pijp. Mannen zijn significant vaker sigaren- en pijprokers dan vrouwen. Driekwart van de sigarenrokers rookt minder dan 10 sigaren per week; 50 van de pijprokers rookt minder dan een half pakje pijptabak per week. Mannen rapporteren een significant hogere consumptie van sigaren en pijptabak per week dan vrouwen.5

Literatuur

  1. Viersma HJ. Sigaar, pijp of sigaret.Ned Tijdschr Geneeskd 1978;122:442.

  2. US Department of Health and Human Services. Reducing thehealth consequences of smoking: 25 years of progress. US Department of Healthand Human Services, Public Health Service, Centers for Disease Control,Center for Chronic Disease Prevention and Health Promotion, Office on Smokingand Health. DHHS Publication Nr (CDC) 89-8411. Washington: DHHS,1989.

  3. US Department of Health and Human Services. The healthconsequences of smoking: cancer. US Department of Health and Human Services,Public Health Service, Office on Smoking and Health. DHHS Publication Nr(PHS) 82-50179. Washington: DHHS, 1982.

  4. US Department of Health, Education, and Welfare. Smokingand health. US Department of Health, Education, and Welfare, Public HealthService, Office of the Assistant Secretary for Health, Office on Smoking andHealth. DHEW Publication Nr (PHS) 79-50066. Washington: DHEW, 1979.

  5. Stichting Volksgezondheid en Roken (StiVoRo).NIPO-enquête naar roken onder volwassenen. Den Haag: StiVoRo,1995.