Het incidentaloom van de bijnier: een klinisch probleem van beeldvorming
Open

Klinische les
19-08-2005
E.L.E. de Bruijne, J.P.J. Burgmans, G.P. Krestin, H.A.P. Pols, A.H. van den Meiracker en W.W. de Herder

Dames en Heren,

Beeldvormend diagnostisch onderzoek vindt in toenemende mate plaats. Door de frequente toepassing van echografie, CT en MRI wordt de clinicus regelmatig geconfronteerd met toevalsbevindingen, zogenaamde incidentalomen.1 Incidentalomen van de bijnier vormen een medisch probleem waarbij discussie bestaat over het te voeren beleid. In deze klinische les bespreken wij aan de hand van twee patiënten het te volgen beleid bij het bijnierincidentaloom.

Patiënt A, een 68-jarige vrouw, bezocht de polikliniek Chirurgie nadat zij kortdurend een periode doorgemaakt had van pijnklachten in de rechter onderbuik die uitstraalden naar de rechter flank. De voorgeschiedenis vermeldde een herseninfarct en angina pectoris. Bij lichamelijk onderzoek had patiënte geen afwijkingen; haar bloeddruk bedroeg 160/66 mmHg. Als medicatie gebruikte zij diltiazem, simvastatine en carbasalaatcalcium. Oriënterend laboratoriumonderzoek van het bloed toonde geen afwijkingen. Het urinesediment was niet afwijkend. Echografie van het abdomen toonde een vergrote bijnier links. Aanvullend werd een CT-scan gemaakt zonder en met ...