Is het gebruik van antipyretica zinvol om bij kinderen koorts te verlagen en koortsconvulsies te voorkomen?

Klinische praktijk
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:2138-9
Download PDF

VRAAG 8. Kinderen krijgen dikwijls paracetamol voorgeschreven, zo blijkt. Meestal is dit in verband met een verhoogde lichaamstemperatuur of koorts, dikwijls zonder dat de oorzaak daarvan bekend is. Soms worden antipyretica voorgeschreven omdat wordt verondersteld dat de verhoogde lichaamstemperatuur schadelijk is, bijvoorbeeld bij kinderen die al eens een koortsconvulsie hebben doorgemaakt.

Koorts vestigt de aandacht van ouders en artsen echter op het feit dat het kind wat mankeert, en ze bevordert wellicht ook het genezingsproces. Met andere woorden bestaat het gevaar dat antipyretica de ziekte maskeren en de genezing vertragen? Heeft het geven van antipyretica zin in een poging koortsconvulsies te voorkomen? Is koorts schadelijk? De vraag is dus: zijn er indicaties voor het gebruik van antipyretica of andere koortswerende maatregelen (bij kinderen)? (ik bedoel niet: analgetica of antiphlogistica).

ANTWOORD. Koorts wordt beschouwd als een stijging van lichaamstemperatuur door een verhoging van de instelwaarde (‘set point’) van de in de hypothalamus gelegen ‘thermostaat’. Gedurende koorts is ons vermogen om temperatuurstijging en -daling ten opzichte van het nieuwe set point op te vangen door afgifte of produktie van warmte (thermoregulatie) normaal. Dit is in tegenstelling met de situatie bij hyperthermie, waarbij de afwijking juist in de thermoregulatie is gelegen.

Onderzoek in de afgelopen jaren heeft het waarschijnlijk gemaakt dat koorts als reactie reeds 10 miljoen jaar geleden in de evolutie is ontstaan, waarschijnlijk als een mechanisme ter ondersteuning van onze afweer tegen infecties.

Op grond daarvan lijkt het onwaarschijnlijk dat koorts met haar grote metabole consequenties voor het individu door de evoluties heen bewaard zou zijn gebleven als er geen positieve effecten aan zouden kunnen worden ontleend. Van oudsher is over de aard van deze positieve effecten gespeculeerd; 2000 jaar geleden werd door Rufus van Ephesus koorts als behandeling gepropageerd. In de 17e eeuw postuleerde Thomas Seydenham dat ‘koorts een machtig apparaat is, waarmee de natuur ten strijde trekt tegen haar vijanden’. Lang is verhoging van de lichaamstemperatuur een van de belangrijkste elementen geweest in de behandeling van lues en gonokokkeninfecties.12

In de afgelopen 15 jaar hebben verschillende onderzoekers aangetoond dat geringe temperatuurverhoging, zoals gezien bij koorts, effect kan hebben op het immuunsysteem. Toegenomen beweeglijkheid en activiteit van witte bloedcellen, stimulatie van interferonproduktie en -functie, activatie van T-lymfocyten en verlaging van de serumijzerconcentratie met dientengevolge vermindering van de bacteriegroei, zijn als zodanig beschreven.13

Behalve dat koorts mogelijk positieve effecten heeft, leidt ze ook tot subjectieve klachten, zoals spierpijn, hoofdpijn, rugpijn en anorexie, en heeft ze objectieve gevolgen voor onze stofwisseling. Per graad Celcius tempertuurstijging neemt de stofwisseling met circa 13 toe, waarbij belangrijke effecten worden gezien op circulatie, longventilatie, en water- en elektrolythuishouding.

Het zijn meestal de combinaties van deze gevolgen die vooral bij kleine kinderen, met name kinderen met chronische aandoeningen van hart, longen of stofwisseling, tot complicaties kunnen leiden en die aanleiding kunnen geven tot het instellen van antipyretische therapie. Door koortsbestrijding evenwel kan de klinische situatie van de patiënt zo verbeteren dat identificatie van ernstige levensbedreigende ziekten moeilijk wordt. Het dient dan ook onderstreept te worden dat een goede reactie op antipyretische therapie het bestaan van ernstige aandoeningen, zoals sepsis of bacteriële meningitis, geenszins uitsluit.

Of antipyretica een plaats hebben in de preventie van recidiefkoortsconvulsies, staat ter discussie.3 Door een aantal auteurs wordt aan ouders van patiënten met recidiverende koortsconvulsies geadviseerd bij een optredende temperatuurverhoging antipyretica toe te dienen. Gezien de relatie die zou bestaan tussen het vóórkomen van het syndroom van Reye en het gebruik van acetylsalicylzuur bij koortsende ziekten op de kinderleeftijd, wordt acetylsalicylzuur als antipyreticum ontraden.4 De voorkeur wordt in die situatie gegeven aan paracetamol.

Literatuur
  1. Kluger MJ. Fever: role of pyrogens and cryogens. PhysiolRev 1991; 71: 93-127.

  2. Dinarello CA, Wolff SM. Molecular basis of fever inhumans. Am J Med 1982; 72: 799-819.

  3. Winterberg DH, Groot CJ de. Bestrijding van koorts alsgevolg van infecties bij kinderen; zinvol of gevaarlijk?Ned Tijdschr Geneeskd 1987; 131:1959-61.

  4. Visser HA. Het syndroom van Reye bij kinderen en hetgebruik van acetylsalicylzuur. NedTijdschr Geneeskd 1986; 130: 1591-2.

Gerelateerde artikelen

Reacties