Het gebarsten aneurysma van de abdominale aorta met een klinisch misleidend beeld

Klinische praktijk
J.A. van der Vliet
F.G.M. Buskens
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1993;137:2465-8

Dames en Heren,

De ruptuur van een aneurysma van de abdominale aorta is een levensbedreigende aandoening. Het ziektebeeld met acuut optredende buik- en rugpijn, neiging tot collaberen, shock en een pulserende abdominale zwelling is alom bekend. Deze aandoening heeft echter ook verschijningsvormen die minder vaak voorkomen en een geringere bekendheid genieten. Voor de adequate behandeling van de betreffende patiënten is het van groot belang dat de diagnose tijdig wordt gesteld. In deze klinische les wordt een aantal ziektegeschiedenissen beschreven, waarin de ruptuur van een aneurysma van de abdominale aorta zich op een schijnbaar onschuldige wijze manifesteerde.

Patiënt A, een 77-jarige man, werd door zijn huisarts naar de heelkundige polikliniek verwezen in verband met een pijnlijke zwelling in de linker lies. De zwelling was een halve dag tevoren ontstaan tijdens houthakken. De patiënt klaagde tevens over een vol gevoel in de buik en had enkele malen gebraakt. Zijn voorgeschiedenis vermeldde slechts…

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Dr.J.A.van der Vliet en dr.F.G.M.Buskens, chirurgen.

Contact dr.J.A.van der Vliet

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Bussum, januari 1994,

Met belangstelling lazen wij de klinische les van Van der Vliet en Buskens (1993;2465-8). Zij vermelden ook dat expansie van een retroperitoneaal hematoom tot neurale compressie kan leiden. Gaarne willen wij deze ‘wolf in schaapskleren’ nader beschrijven aan de hand van de volgende ziektegeschiedenis.

Patiënt, een 71-jarige man, kreeg in oktober 1991 acuut lage rugpijn tijdens sjouwen, die aanvankelijk verminderde. Eind 1991 vond echografisch onderzoek van nieren en blaas plaats wegens pijn in de rechter flank en onderbuik. Hierbij werden 2 grote cysten in de rechter nier vastgesteld en een klein residu in de blaas. Wegens aanhoudende pijn in de rechter onderbuik werd hij begin 1992 naar de internist verwezen, die een coloninlooponderzoek liet verrichten. Er werd diverticulosis vastgesteld en als nevenbevinding een kalkschaduw, verdacht voor een aneurysma van de aorta abdominalis. Dit vermoeden werd bevestigd door middel van echografie. De diameter van het aneurysma bedroeg 5,8 cm en bij echografische controle enige maanden later was de diameter ongewijzigd. Wegens recidiverende lumbale rugpijn met uitstraling naar de rechter lies en de voorzijde van het rechter bovenbeen werd patiënt later dat jaar onderzocht door de orthopeed. Bij lichamelijk en röntgenonderzoek constateerde deze degeneratieve afwijkingen van de lumbale wervelkolom en geringe coxartrose rechts. Na een zeer hevige nachtelijke pijnaanval die ruim 1 h duurde, werd patiënt in de nazomer verwezen naar de neuroloog. Die liet hem opnemen voor een gecombineerd caudografisch en computertomografisch onderzoek ter nadere evaluatie van zijn rugpijn, die uitstraalde naar het rechter been. Bij dit onderzoek werd geen hernia nuclei pulposi of vernauwing van het wervelkanaal gevonden, maar wel kalk in de wand van het aorta-aneurysma en een zeer grote weke-delenmassa pre- en paravertebraal aan de rechter zijde. Aangezien het onderzoek gericht was op wervelkolom en cauda was genoemde massa slechts gedeeltelijk afgebeeld (figuur 1). Bij computertomografie van het abdomen en angiografie van de aorta zagen wij contrast zowel binnen als buiten het aneurysma; het computertomogram toonde daarbij een zeer groot hematoom, dat zich in de rechter M. psoas-loge uitbreidde. Geconcludeerd werd dat er sprake was van een gecombineerd waar en vals aneurysma ten gevolge van ruptuur van het ware aneurysma (figuur 2). Patiënt werd overgeplaatst naar de chirurgische afdeling en bij operatie werd een groot sacculair aneurysma gezien met een gat van 3 cm aan dorsolaterale zijde. Daarachter bevond zich een holte en keek men direct op de wervelkolom; de wand van de holte bestond uit hematoom. Het aneurysma werd vervangen door een aortabifurcatieprothese. Het postoperatieve beloop was zeer voorspoedig. De klachten van het rechter been verminderden en patiënt kon de 13e dag na operatie gemobiliseerd naar huis terugkeren.

Bij deze patiënt, die reeds lang bekend was wegens een aorta-aneurysma, werden de ongeveer 1 jaar durende klachten van pijn in de rechter buikhelft en rugpijn met uitstraling in het rechter been aanvankelijk toegeschreven aan diverticulosis en degeneratieve skeletafwijkingen. Computertomografisch onderzoek naar een mogelijke neurologische oorzaak van de uitstralende pijn toonde een paravertebrale weke-delenmassa, waarna de diagnose ‘geruptureerd aorta aneurysma’ werd gesteld.

J.W.P. Marsman
J. Greebe
J.A.
van der Vliet

Nijmegen, februari 1994,

De beschreven casus illustreert nogmaals hoe moeizaam de diagnose ‘ruptuur van een aneurysma van de abdominale aorta’ tot stand kan komen. Het is begrijpelijk dat men door de combinatie van rugklachten en uitstralende pijn in het been op een dwaalspoor werd gebracht en allereerst dacht aan een degeneratieve afwijking van de wervelkolom. Toch werd er 4 maanden na de aanvang van de klachten een groot aorta-aneurysma vastgesteld. Na veel aanvullend onderzoek werd uiteindelijk pas na 1 jaar het oorzakelijke verband gelegd. De combinatie van aneurysma van de abdominale aorta en wervelkolombeschadiging is echter niet onbekend.1 Bij het vaststellen van deze combinatie is het overigens van belang een infectieuze component uit te sluiten, omdat de aanwezigheid ervan de mogelijkheden voor chirurgische therapie en de prognose sterk beïnvloedt.

J.A. van der Vliet
Literatuur
  1. Roye SFS van, Vliet JA van der, Sallevelt PEJM, Heystraten FMJ, Oomen APA, Buskens FGM. Abdominal aortic aneurysm and vertebral osteomyelitis. Eur J Surg (ter perse).