Het effect van debriefen.

Media
I.V.E. Carlier
A.J. van Uchelen
R.D. Lamberts
B.P.R. Gersons
J.S. Meijer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:947
Download PDF

I.V.E.Carlier, A.J.van Uchelen, R.D.Lamberts en B.P.R.Gersons, Het effect van debriefen. Een onderzoek bij de Amsterdamse politie naar aanleiding van de Bijlmerramp. (Bijlmeronderzoeksproject II; eerste deelrapportage.) 127 bl., tabellen. Academisch Medisch Centrum bij de Universiteit van Amsterdam, Vakgroep Psychiatrie, Amsterdam 1994. Prijs: ingen. ƒ 11,50. (Schriftelijk aan te vragen bij mw.dr.I.V.E.Carlier, Academisch Medisch Centrum bij de Universiteit van Amsterdam, Vakgroep Psychiatrie, Tafelbergweg 25, 1105 BC Amsterdam Zuidoost.)

Bij de vliegramp in de Bijlmer op 4 oktober 1992 werden niet alleen slachtoffers, maar ook reddingswerkers aan grote stress blootgesteld. Door Mitchell is in 1983 een theoretisch model opgesteld van de wijze waarop in het kader van een ‘bedrijfsopvang’ de ontwikkeling van de posttraumatische stress-stoornis (PTSS) bij reddingswerkers te voorkomen is. De methode waarin gefaseerd in groepsverband de indrukken en reacties van reddingswerkers besproken worden, staat bekend als ‘debriefing’.

Over het effect hiervan op de ontwikkeling van PTSS bij de politiemensen die bij de Bijlmerramp betrokken waren, doet de onderzoeksgroep van Carlier verslag. Zij konden nauwelijks een preventief effect van debriefing aantonen, ondanks de waardering die de betrokkenen ten aanzien van de debriefing en andere vormen van nazorg hebben uitgesproken.

Deze publikatie ontleent haar belang vooral aan de beschrijving van het probleem, de methode van onderzoek en de noodzaak van wetenschappelijk onderzoek om theoretische veronderstellingen over het nut van interventies te toetsen. Aanbevolen aan geïnteresseerden.

Gerelateerde artikelen

Reacties