Het congenitale complete atrioventriculaire blok bij kinderen: pathogenese en kliniek

Klinische praktijk
F.E.A. Udink ten Cate
J.M.P.J. Breur
J.M. van Woerkom
A.A. Kruize
Ph. Stoutenbeek
E.J. Meijboom
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:1777-81
Abstract

Samenvatting

- Het congenitale complete atrioventriculaire blok (CCAVB) wordt geïnduceerd door maternale anti-SS-A/Ro- en anti-SS-B/La-antistoffen. Deze passeren gedurende het 2e trimester van de zwangerschap de placenta en veroorzaken inflammatoire schade aan het foetale hart.

- Anti-SS-A/Ro- en anti-SS-B/La-antistoffen worden bij bijna alle moeders van een kind met CCAVB gedetecteerd. De kans dat een antistofpositieve vrouw een kind krijgt met CCAVB is echter 1-5 en de herhalingskans is 16.

- Naast de aanwezigheid van deze antistoffen spelen foetale factoren en omgevingsfactoren een additionele rol in de pathogenese.

- CCAVB gaat gepaard met een hoge morbiditeit en sterfte in de foetale en neonatale periode.

- Ongeveer 60 van de kinderen ontwikkelt aan bradycardie gerelateerde symptomen, waarna een pacemaker wordt geplaatst. Het tijdstip van pacemakerimplantatie is echter controversieel.

- De effectiviteit van therapeutische interventies in utero moet nog blijken. Terughoudendheid is gewenst met het toepassen van corticosteroïden.

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Utrecht, Postbus 85.090, 3508 AB Utrecht.

Kinderhartcentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis: F.E.A. Udink ten Cate en J.M.P.J.Breur, co-assistenten; dr.E.J.Meijboom, kinderarts-cardioloog.

Divisie Reumatologie en Klinische Immunologie: J.M.van Woerkom, assistent-geneeskundige; dr.A.A.Kruize, reumatoloog.

Divisie Gynaecologie en Obstetrie: dr.Ph.Stoutenbeek, gynaecoloog.

Contact dr.E.J.Meijboom (e.meijboom@azu.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties