Genuanceerde aanpak bij vragen naar seksuele oriëntatie

Opinie
Patrick W. Dielissen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2787
Abstract

In Nederland voelt 4-7% van de volwassenen zich aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht, en 1 op de 15 volwassenen noemt zichzelf lesbisch, homoseksueel of biseksueel (LHB).1 Het wordt steeds duidelijker dat seksuele oriëntatie iemands gezondheid mede bepaalt. Jonge en volwassen LHB’ers hebben gezondheidsproblemen rond specifieke thema’s die vaak niet of onvoldoende opgemerkt worden in de zorg, met als gevolg ongelijkheid in gezondheid. Angst voor stereotypering en stigmatisering weerhoudt menig LHB’er om open te zijn en leidt zelfs tot het mijden van zorg. Dit is volgens sommigen het grootste LHB-gerelateerde thema.2 Ook in onderzoeken zijn LHB’ers nog vaak een weinig zichtbare groep.

Om ongelijkheid in gezondheid door seksuele oriëntatie tegen te gaan wordt in Groot-Brittannië op grond van de ‘Equality Act’ van artsen verlangd dat ze patiënten standaard vragen naar hun seksuele oriëntatie. Dat geldt zowel in de patiëntenzorg als in een onderzoekssetting: ‘If you don’t count them…

Auteursinformatie

Radboudumc, afd. Eerstelijnsgeneeskunde, Nijmegen: dr. P.W. Dielissen, huisarts en lid NHG-expertgroep Seksuele Gezondheid.

Contact P.W. Dielissen (patrick.dielissen@radboudumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld

Aanvaard op 21 maart 2018

Citeer als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2787

Auteur Belangenverstrengeling
Patrick W. Dielissen ICMJE-formulier
Hoe maak je seksuele oriëntatie bespreekbaar?

Gerelateerde artikelen

Reacties