Geen verschil tussen acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium bij het veroorzaken van maagzweren
Open

In het kort
17-11-2008
S. Cohen en E.C. Löwenberg

Maagklachten zijn een veelvoorkomende bijwerking van het gebruik van salicylaten. Enerzijds lijkt dit het gevolg van de irreversibele remming van cyclo-oxygenase-1 (COX-1), dat de vorming van prostaglandinen remt, anderzijds van een direct lokaal erosief effect op het maagslijmvlies. Oplosbaar carbasalaatcalcium is een calciumzout van acetylsalicylzuur en dit zou minder schadelijk zijn door het ontbreken van het lokaal toxisch effect op het maagslijmvlies.

Van Oijen et al. zijn de eersten die het optreden van maagzweren na langdurig gebruik van lage doseringen acetylsalicylzuur en oplosbaar carbasalaatcalcium hebben onderzocht.1 Voor dit onderzoek hebben zij gebruikgemaakt van de Integrated Primary Care Information-database. Deze bevat informatie over ongeveer 500.000 patiënten van 150 huisartsen in Nederland en hieruit werden 11.891 acetylsalicylzuur- en 7928 carbasalaatcalciumgebruikers geselecteerd. Patiënten werden geïncludeerd wanneer zij begonnen met het gebruik van lage doseringen acetylsalicylzuur of oplosbaar carbasalaatcalcium, en gevolgd tot vertrek uit de praktijk, overlijden, einde van de studie of het optreden van een maagzweer. De diagnose ‘maagzweer’ werd gesteld door middel van een endoscopie. De covarianten waren leeftijd, geslacht, een maagzweer in de voorgeschiedenis, indicatie voor gebruik van salicylaten en het gebruik van andere medicijnen met een mogelijk effect op het maagslijmvlies.

Acetylsalicylzuur werd gemiddeld 691 dagen per patiënt gebruikt, en carbasalaatcalcium 654 dagen. Bij aanvang van de studie was er een significant verschil tussen beide groepen; carbasalaatcalciumgebruikers gebruikten meer medicijnen (zuurremmers en cumarinederivaten) en zij hadden meer comorbiditeit (hartfalen, reumatoïde artritis en osteoartritis) dan acetylsalicylzuurgebruikers. In totaal werden er 115 maagzweren geconstateerd. De incidentie van maagzweren bij acetylsalicylzuurgebruikers (3,07 per 1000 persoonsjaren) en carbasalaatcalciumgebruikers (4,31 per 1000 persoonsjaren) was niet significant verschillend (p = 0,68). Dit was tegen de verwachting in.

De auteurs concluderen hieruit dat het ontstaan van een maagzweer waarschijnlijk eerder het gevolg is van het systemische en niet van het lokale effect van acetylsalicylzuur. De uitkomst kan volgens hen beïnvloed zijn door terughoudendheid van artsen bij het voorschrijven van acetylsalicylzuur aan mensen met maagklachten. Ook kan het feit dat alleen endoscopisch geverifieerde maagzweren zijn geïncludeerd leiden tot een onderschatting van het werkelijke aantal maagzweren. Dit beïnvloedt de resultaten echter alleen als bijvoorbeeld huisartsen vaker acetylsalicylzuurgebruikers dan carbasalaatgebruikers met maagklachten een endoscopie laten ondergaan, wat weinig waarschijnlijk is.

Helaas is vanwege het vóórkomen van significante verschillen tussen de beide groepen de kans op bias in dit onderzoek te groot om tot een definitieve conclusie te komen. Een prospectief onderzoek met duidelijke inclusiecriteria en vergelijkbare groepen zou wellicht uitkomst bieden. Vooralsnog lijkt de lage incidentie van maagzweren bij deze doseringen het gebruik van zowel acetylsalicylzuur als carbasalaatcalcium niet in de weg te staan.

Literatuur

  1. Oijen MGH van, Dieleman JP, Laheij RJF, Sturkenboom MCJM, Jansen JBMJ, Verheugt FWA. Peptic ulcerations are related to systemic rather than local effects of low-dose aspirin. Clin Gastroenterol Hepatol. 2008;6:309-13.