Geen meetbaar effect van tilgordel en tilinstructies ter preventie van lage rugklachten op de werkplek; een gerandomiseerde, gecontroleerde trial

Onderzoek
M.N.M. van Poppel
B.W. Koes
G.E. van der Ploeg
T. Smid
L.M. Bouter
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1999;143:1914-8
Abstract

Samenvatting

Doel

Bestuderen of het dragen van tilgordels en het geven van tilinstructies effectief is voor de preventie van rugklachten op de werkplek.

Opzet

Gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek met een factoriële opzet.

Methode

Van de vrachtafdeling van de KLM werden 312 werknemers na ‘informed consent’ gerandomiseerd over 4 onderzoeksgroepen: met tilgordel en tilinstructies, met alleen tilinstructies, met alleen tilgordel, en zonder interventie (controlegroep). Van 282 deelnemers waren gegevens beschikbaar gedurende een follow-up van 6 maanden. Tilinstructies werden gegeven in 3 sessies met een totale duur van 5 uur. Tilgordels werden tijdens werktijd gedragen gedurende de interventieperiode van 6 maanden. Het vóórkomen van rugklachten of ziekteverzuim vanwege rugklachten werd gedurende de interventieperiode genoteerd.

Resultaten

De trouw in het dragen van de tilgordel was 43. Er werden geen statistisch significante verschillen in het vóórkomen van rugklachten of ziekteverzuim vanwege rugklachten gevonden tussen de onderzoeksgroepen. In een subgroep van werknemers met rugklachten bij de start van het onderzoek ging het gebruik van een tilgordel samen met een afname van het aantal dagen rugklachten per maand (mediaan 1,2 versus 6,5 dagen per maand; p = 0,03).

Conclusie

In de totale onderzoekspopulatie leidde het dragen van tilgordels of het geven van voorlichting niet tot een vermindering van rugklachten of ziekteverzuim vanwege rugklachten. De resultaten van de subgroepanalyse moeten worden bevestigd door nader onderzoek. Op basis van deze resultaten kan het gebruik van tilgordels of het geven van tilinstructies op de werkplek niet worden aanbevolen.

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek (EMGO), Van der Boechorststraat 7, 1081 BT Amsterdam.

Erasmus Universiteit, Instituut Huisartsgeneeskunde, Rotterdam.

Prof.dr.B.W.Koes, epidemioloog.

KLM Arbo Services, Luchthaven Schiphol, Amsterdam.

Mw.drs.G.E.van der Ploeg, bedrijfsarts.

Contact Mw.dr.M.N.M.van Poppel en prof.dr.L.M.Bouter, epidemiologen; prof. dr.T.Smid, epidemioloog-bedrijfshygiënist

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

A.
Kamerbeek-Buisman

Bilthoven, oktober 1999,

Wij hebben het geapprecieerd om aan het onderzoek van Van Poppel et al. mee te werken, waarbij onze taak bestond uit het geven van de tilinstructies (1999:1914-8).

De conclusie van auteurs dat het geven van tilinstructies op de werkplek niet kan worden aanbevolen, vinden wij te algemeen. Men kan slechts stellen dat het geven van tilinstructies in 3 sessies van totaal 5 uur - zonder herhalingssessies - niet heeft geleid tot vermindering van rugklachten of ziekteverzuim. Voor het onderzoek was een bepaald budget beschikbaar gesteld, waardoor het aantal oefensessies werd beperkt. Wij vragen ons af of de uitkomsten van het onderzoek niet anders zouden zijn uitgevallen als de tilinstructies volgens alle onderstaande punten waren opgezet. Bij het geven van de tilinstructies tijdens het onderzoek waren er alleen tijd en geld beschikbaar voor het eerste onderdeel.

Het doel van de tilinstructies zouden wij als volgt formuleren: de werknemers bewust maken van hun houding en bewegingen tijdens de werkzaamheden en het aanleren van een goede tilhouding. Voordat een cursus tilinstructies van start kan gaan, is het van het grootste belang dat de werknemers goed zijn voorgelicht via de werkgever over het doel van de cursus en dat deze aansluit bij de interesse van de werknemers. Daarnaast moeten de direct leidinggevenden op de hoogte zijn van de cursus en het te bereiken doel actief onderschrijven. Zo kunnen zij de werknemers motiveren en stimuleren het goede tilgedrag toe te passen en kunnen zij zo nodig corrigerend optreden. Ook tonen zij daardoor betrokkenheid.

De cursus moet in ieder geval uit de volgende onderdelen bestaan:

- adviezen met betrekking tot gunstig houdings- en bewegingsgedrag en oefeningen hierbij;

- ergonomische adviezen;

- tonen van dia's en foto's die op de werkplek gemaakt zijn;

- brochure met individuele aandachtspunten;

- follow-up zowel groepsgewijs als individueel (minimaal 1 maal per jaar).

A. Kamerbeek-Buisman
S. Kippersluis