Geef arbeidsparticipatie meer aandacht

Opinie
P.P.F.M. (Paul) Kuijer
Coen A.M. van Bennekom
Monique H.W. Frings-Dresen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:A7024
Abstract
Download PDF

Dit artikel maakt deel uit van een serie artikelen in het NTvG over public health.

Stel, je bent moe, doodmoe.

Moe, niet alleen door de beroerte maar ook door het steeds weer moeten uitleggen aan je baas, je collega’s en de dokters wat de gevolgen zijn van de beroerte op je functioneren.

Je had 6 maanden geleden een beroerte. Gelukkig herstelden de verlamming van je linker arm en been vlot. Je maakte je ongerust over je baan, ondanks dat iedereen zei dat je blij moest zijn het er levend vanaf te hebben gebracht. De neuroloog en de psycholoog gaven aan dat er lichte problemen waren met het denken: je was impulsief, inflexibel en snel moe. Je kon wel zelfstandig thuis functioneren.

Na een goed gesprek met de bedrijfsarts kon je 2 maanden later weer aan het werk. Tijdens je werk als afdelingschef bij een supermarkt bleek een en ander niet zo eenvoudig. Je was eerder moe en snel geprikkeld, je kon geen overzicht houden, en had een verminderde concentratie. Je hield vol omdat je graag je functie wilde behouden.

Uiteindelijk ging het fout. Je zat weer thuis en werd na enkele weken opgeroepen door de bedrijfsarts en verwezen naar een re-integratiebedrijf. Daar werd een neuropsychologisch onderzoek verricht en een re-integratieplan opgesteld.

Een half jaar na de beroerte begin je nog een keer met werkhervatting. Je vraagt je af waarom er niet eerder structureel aandacht aan je werk is besteed door de zorgverleners met een goede inventarisatie van de te verwachten problemen en een adequate overdracht naar bedrijfsarts en werkgever. Je had dan een goede start kunnen maken in plaats van wekenlang onvoldoende te functioneren. Om nog maar te zwijgen over de verloren tijd en energie.

Arbeidsgerelateerde zorg

De vergrijzing en economische realiteit vereisen de komende decennia een langdurige actieve rol van de Nederlander, niet alleen in vrijwilligerswerk en mantelzorg maar vooral in betaalde arbeid. Kunnen werken is een belangrijk kenmerk van gezond zijn, maar werken draagt ook bij aan gezondheid en aan een goede kwaliteit van leven.1 Steeds meer behandelend artsen zijn zich dan ook bewust van hun verantwoordelijkheid voor het herstellen of handhaven van de arbeidsparticipatie van hun patiënten. Deze artsen willen zorg verlenen met aandacht voor het werk van de patiënt, zogenaamde arbeidsgerelateerde zorg.2-4 Dit houdt in dat zij niet alleen zorg verlenen die gericht is op preventie en behandeling van arbeidsgerelateerde klachten, maar ook dat zij oog hebben voor het arbeidsperspectief van de patiënt. Deze op participatie gerichte behandeling sluit ook aan op de nieuwe voorgestelde definitie van gezondheid van de WHO: ‘het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven’.5

Een gezonde beroepsbevolking is een belangrijke voorwaarde voor economische groei en ontwikkeling. Dit wordt ook door de Sociaal-Economische Raad onderstreept.6 Arbeidsgerelateerde zorg wordt nu vooral vanuit de bedrijfsgezondheidszorg geleverd en voor een beperkt deel vanuit de curatieve zorgsector. Door deze scheiding tussen 2 zorgsystemen met verschillende financiering wordt er minder en vaak te laat arbeidsgerelateerde zorg verleend dan anders mogelijk zou zijn. Nederland laat daardoor kansen liggen. Het arbeidspotentieel wordt niet optimaal benut en de zorg kan doelmatiger worden ingezet.4,6,7

Financiering van aandacht voor arbeidsparticipatie

Patiënten vinden het van grote waarde om vroegtijdig in de zorg structureel aandacht te besteden aan de arbeidsparticipatie: ‘Ik wilde niet meer thuis zitten, ik wilde onder de mensen zijn, ik wilde weer werken en bezig zijn en een toekomst hebben. Als ik weer buiten ben, dan is mijn ziekte voorbij en ben ik weer beter.’8

Artsen dienen daarom ook bij de reguliere zorg tijd en middelen te kunnen besteden aan de diagnostiek en behandeling die bijdraagt aan een tijdige en duurzame arbeidsparticipatie van de patiënt. Tot op heden is het in Nederland niet gelukt met zorgverzekeraars afspraken te maken over de financiering van structurele aandacht voor arbeid in zorgpaden voor aandoeningen die relevant zijn voor arbeidsparticipatie, zoals zorgpaden voor niet-arbeidsgebonden hersenletsel, knie- en heupprotheses, kanker, beroepslong-, of maag-, darm- en leveraandoeningen.4 Een uitzondering is de financiering van de multidisciplinaire eerstelijnsrevalidatie voor patiënten met chronische aspecifieke klachten aan het bewegingsapparaat.

Beleidsmakers en de financiers van zorg en zorgvernieuwing onderschrijven het belang van de twee-eenheid van gezondheid en participatie nog niet. Niet alleen de financiering van bewezen effectieve zorg met aandacht voor participatie, maar ook veelbelovende innovaties vallen buiten de reguliere zorgkaders.4,6,9 Hoe kan dat in een land waar gezondheid én participatie hoog staan op de wensenlijstjes van de politiek, waar arbeid al bijna 10 jaar structureel onderdeel is van de multidisciplinaire medische richtlijnen van het CBO, en waar het ZonMw-programma ‘Kennisbeleid Kwaliteit Curatieve Zorg’ in de periode 2006-2011 € 13.500.000 heeft besteed aan richtlijnontwikkeling met speciale aandacht voor implementatie en arbeidsparticipatie? Bovendien, en niet in de laatste plaats, willen de belangrijkste belanghebbenden – de patiënten – graag dat Nederlandse zorgverleners meer aandacht besteden aan participatie.10,11

De extra kosten voor structurele aandacht voor arbeid in de gezondheidszorg worden geschat op 2-3 euro per werkende, iets meer dan een heitje voor een heel belangrijk karweitje.2

Literatuur
  1. Schuring M, Robroek SJW, Otten FWJ, Arts CH, Burdorf A. The effect of ill health and socioeconomic status on labor force exit and re-employment: a prospective study with ten years follow-up in the Netherlands. Scand J Work Environ Health. 2013;39:134-43 Medline. doi:10.5271/sjweh.3321

  2. Nederlands Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde, Nederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsgeneeskunde. Neem Klinisch Arbeidsgeneeskundige zorg op in het basispakket. Brief van 15 oktober 2012. http://nvab.artsennet.nl/Beleid/Persbrieven.htm, geraadpleegd op 20 november 2013.

  3. Gerritsen JC, Smits PB, Brand T. Iedere arts moet arbeidsanamnese uitvragen. Belang van arbeid en gezondheid in de medische opleiding. Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:A5787 Medline.

  4. Plexus KPMG. Scenariostudie arbeidsgerelateerde zorg. Den Haag: Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid; 2013.

  5. Huber M, Knottnerus JA, Green L, van der Horst H, Jadad AR, Kromhout D, Leonard B, Lorig K, Loureiro MI, van der Meer JW, Schnabel P, Smith R, van Weel C, Smid H. How should we define health? <a data-cke-saved-href="http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed?term=" href="http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed?term=" bmj="" (clinical="" research="" ed.)"[jour]="" and="" 2011[pdat]="" huber="" m[first="" author]&cmd="detailssearch##&quot;">BMJ. 2011 26;343:d4163. Medline

  6. SER commissie arbeidsomstandigheden. Ontwerpadvies stelsel gezond en veilig werken. www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2010-2019/2012/stelsel-gezond-en-veilig-werken.aspx, geraadpleegd op 20 november 2013.

  7. Piebenga WP, van Dijk FJH, Frings-Dresen MHW. Is er behoefte aan klinische arbeidsgeneeskunde in Nederland? Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde. 2006;14:126-9.

  8. Tiedtke C, De Rijk A, Donceel P, Christiaens M-R, Dierckx de Casterlé B. Survived but feeling vulnerable and insecure: a qualitative study of the mental preparation for RTW after breast cancer treatment. BMC Public Health. 2012;12:538 Medline. doi:10.1186/1471-2458-12-538

  9. Lambeek LC, Bosmans JE, Van Royen BJ, Van Tulder MW, Van Mechelen W, Anema JR. Effect of integrated care for sick listed patients with chronic low back pain: economic evaluation alongside a randomised controlled trial. BMJ. 2010;341:c6414 Medline. doi:10.1136/bmj.c6414

  10. Tamminga SJ, de Boer AG, Verbeek JH, Frings-Dresen MH. Breast cancer survivors’ views of factors that influence the return-to-work process -a qualitative study. Scand J Work Environ Health. 2012;38:144-54 Medline. doi:10.5271/sjweh.3199

  11. Weevers HJ, van der Beek AJ, van den Brink-Muinen A, Bensing J, Boot CR, van Mechelen W. Communication about work between general practitioners and patients consulting for musculoskeletal disorders. Qual Prim Care. 2009;17:197-203 Medline.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum-Universiteit van Amsterdam, Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Amsterdam.

Dr. P.P.F.M. Kuijer, bewegingswetenschapper; prof.dr. C.A.M. van Bennekom, revalidatie-arts (tevens: Heliomare, Beverwijk); prof.dr. M.H.W. Frings-Dresen, bewegingswetenschapper en inspanningsfysioloog.

Contact dr. P.P.F.M. Kuijer (p.p.kuijer@amc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 20 november 2013

Auteur Belangenverstrengeling
P.P.F.M. (Paul) Kuijer ICMJE-formulier
Coen A.M. van Bennekom ICMJE-formulier
Monique H.W. Frings-Dresen ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Public Health

Gerelateerde artikelen

Reacties