Artikel
Inleiding
Femurfracturen komen bij kinderen regelmatig voor.1 Het betreft in de meeste gevallen midschachtfracturen en in mindere mate proximale en distale fracturen.23 De keuze tussen conservatieve en operatieve behandeling is afhankelijk van de leeftijd van het kind, de aard en de lokalisatie van de fractuur en het…
(Geen onderwerp)
Nijmegen, juni 1998,
Wij herkenden veel in het artikel van Schnater et al. (1998:1324-7). Ook vanuit ons ziekenhuis (Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis) worden kinderen met femurfracturen met Bryant-tractie thuis behandeld en gevolgd. Wij maken gebruik van een soortgelijk zelfgemaakt frame als in het artikel is vermeld. Voor de organisatie en uitvoering van thuisbehandeling werken wij echter samen met de consulent (gipsverbandmeester) van de Kruisvereniging Zuid-Gelderland. Deze consulent bespreekt vooraf, na ‘groenlicht’ vanuit het ziekenhuis, met de betrokkenen de mogelijkheden, organisatie en uitvoering. Zij instrueert de verzorgenden ten aanzien van de tractie en het opnieuw zwachtelen; zij vertelt waarop gelet moet worden en wat voor complicaties kunnen optreden. Tijdens het verblijf van het kind thuis bezoekt de consulent het wekelijks, wat onzes inziens een adequate waarborg geeft voor effectiviteit van de tractie en van de oefentherapie. Wij menen dat controle door een gipsverbandmeester vanuit de thuiszorg de juiste behandeling van patiëntjes met Bryant-tractie thuis beter waarborgt.
(Geen onderwerp)
Amsterdam, juli 1998,
De taak van de consulent over wie Spelde et al. schrijven, is enerzijds de betrokkenen goed voor te lichten over de verschillende aspecten van de tractie thuis en hun daarvoor ook de benodigde instructies en het nodige onderwijs te geven. Bij ons worden deze taken door de verpleegkundigen verricht gedurende de eerste opnameweek. Anderzijds gaat de consulent wekelijks op huisbezoek, wat niet binnen de mogelijkheden van de verpleegkundige valt. Het wekelijks contact vanuit het ziekenhuis zal ongetwijfeld door de ouders als zeer positief worden ervaren. Het is echter essentieel dat ouders bij eventuele problemen onmiddellijk contact opnemen met de huisarts en (of) hun behandelaars en niet wachten tot het huisbezoek plaatsvindt. Het is ons bij onze eigen patiënten niet opgevallen dat de tractie thuis minder effectief was dan de klinisch uitgevoerde tractie. De eventuele oefentherapie vindt bij ons doorgaans pas plaats na beëindiging van de tractie en geschiedt poliklinisch, waarbij ouders en kind het ziekenhuis bezoeken en niet omgekeerd. Vele wegen leiden naar Rome; wij beschouwen de reactie van Spelde et al. als een waardevolle aanvulling op ons artikel.
(Geen onderwerp)
Den Helder, augustus 1998,
Naar aanleiding van het artikel van Schnater et al. (1998:1324-7) willen wij opmerken dat volgens onze ervaring kinderen jonger dan 4 jaar met een femurfractuur alleen dan voor mobiele tractie in aanmerking komen indien geen complicerende factoren het beloop kunnen beïnvloeden.
Ons patiëntje, vanuit het Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit (AZVU) te Amsterdam teruggeplaatst naar huis en vervolgens op onze kinderafdeling (Gemini Ziekenhuis te Den Helder) opgenomen omdat de thuisbehandeling niet naar wens verliep, had in het AZVU tijdens de tractieopname de laatste chemokuur gehad wegens een Wilms-tumor. Daarenboven was patiëntje bekend wegens een ernstige atopische constitutie. Nadat gebleken was dat de pleistertractie een pustulosis had veroorzaakt op beide beentjes, waarschijnlijk op basis van allergie, kreeg het kind onder narcose een gipsbroek aangelegd, omdat de fractuur klinisch vastzat. Wegens de mogelijkheid van stuwing/druknecrose werd dit gips ‘gedoosd’ (in de lengte gekliefd, waarna de delen met verband op elkaar werden gehouden).
Wij menen dat ambulante tractie voor femurfracturen bij kinderen jonger dan 4 jaar alleen in aanmerking komt bij die fracturen waarbij op basis van de anamnese (inclusief complicerende momenten) en een pretraumatisch goede lichamelijke conditie een voorspoedige genezing te verwachten valt.
(Geen onderwerp)
Amsterdam, september 1998,
Wij zijn het met Hegge en Jutte eens dat tractie thuis slechts na een goede voorselectie van patiënten kan plaatsvinden. Hierbij wordt, naast de mogelijkheden van de ouders en de situatie thuis, ook de patiënt betrokken. Indien de door Hegge en Jutte geconstateerde overgevoeligheid voor kleefpleister(tractie) eerder zou zijn gebleken, was deze vorm van behandeling ongetwijfeld ook klinisch niet gestart. Indien er zich problemen voordoen bij een behandeling die elders is ingesteld kan men altijd overwegen de patiënt naar de behandelaar terug te verwijzen, al dan niet in overleg.