Extracorporele CO2-verwijdering beperkt toegepast

5 jaar later
Abstract
Femke A. Intven
Alexander J. Bindels
Johannes G. van der Hoeven
Leo M.A. Heunks
Download PDF

artikel

Welke techniek?

Extracorporele CO2-verwijdering (ECCO2R) is een behandeling van hypercapnie die wordt toegepast bij patiënten die zijn opgenomen op de afdeling Intensive Care (IC) en al dan niet beademd worden. De techniek die daarvoor wordt gebruikt is redelijk eenvoudig. Een venoveneuze dubbellumenkatheter wordt in een grote vene ingebracht, waarna door pompen buiten het lichaam een beperkte bloedstroom van 0,5-1,0 l/min op gang wordt gebracht (figuur). Het bloed wordt, eenmaal uit de patiënt, over een membraan van een oxygenator (kunstlong) geleid. Met behulp van een drijfgas diffundeert CO2 uit het bloed over de membraan van deze kunstlong totdat de gewenste PaCO2 is bereikt. Vervolgens wordt het bloed via de terugvoercanule van de dubbellumenkatheter teruggegeven aan de patiënt. Tijdens de procedure moet het bloed worden ontstold.

Figuur
Extracorporele CO2-verwijdering
Figuur | Extracorporele CO2-verwijdering
Schematische weergave van een extracorporeel CO₂-verwijdersysteem. Via de aanvoercanule wordt bloed uit de patiënt gepompt en over de membraan van de oxygenator (kunstlong) geleid. CO2 diffundeert uit het bloed over de membraan van deze kunstlong, waarna het bloed via de terugvoercanule van de dubbellumenkatheter wordt teruggegeven aan de patiënt.

Een wellicht bekendere techniek is venoveneuze extracorporele membraanoxygenatie (VV-ECMO). VV-ECMO wordt óók gebruikt als behandeling van patiënten met een refractaire hypercapnie die niet verbetert door beademing. Omdat VV-ECMO invasiever is dan ECCO2R, gaat deze techniek gepaard met een groter risico op complicaties. Hierdoor blijft het indicatiegebied van VV-ECMO beperkt. De hoop is dat dankzij ECCO2R meer patiënten met refractaire hypercapnie behandeld kunnen worden en dat de indicatie voor CO2-verwijdering ruimer wordt. Zo zou de behandeling kunnen worden toegepast bij een patiënt met een exacerbatie COPD en een contra-indicatie voor invasieve beademing, of een patiënt bij wie hypercapnie ongewenst is, zoals een zwangere of een patiënt met een verhoogde intracraniële druk.

Wat is er inmiddels bekend over de effectiviteit en over bijwerkingen?

Het concept van ECCO2R heeft zich in kleine studies al bewezen. De fysiologische effectiviteit van ECCO2R is aangetoond. Zo daalt de PaCO2 in het bloed,1-3 neemt het ademminuutvolume af en stijgt de pH in het bloed wanneer met de behandeling wordt begonnen.4 Ook de praktische effectiviteit is in kleine studies aangetoond. ECCO2R kan voorkómen dat een patiënt invasief beademd moet worden,1 zorgt ervoor dat een patiënt op een beschermende manier beademd kan worden,3 en maakt een zogenoemde ‘ultraprotectieve’ beademing van patiënten met ‘acute respiratory distress syndrome’ (ARDS) mogelijk.3,4 Het aantal patiënten in de studies is te klein om een effect op de opnameduur en de mortaliteit aan te kunnen tonen.

Alhoewel het principe redelijk eenvoudig is – vergelijkbaar met hemodialyse –, wordt deze invasieve techniek ingezet bij ernstig zieke patiënten op de IC-afdeling. Deze patiënten hebben een hoog risico op complicaties. In 3 studies werden diverse complicaties van ECCO2R gezien, zoals stolling van de membraan, een verkeerde positie van de katheter, hemolyse, bloedingen en trombose.1-3 Deze complicaties kwamen voor bij 13, 39 en 44% van de onderzochte patiënten.

Zijn er RCT’s of grote series gepubliceerd?

Vanwege het specialistische karakter van ECCO2R en omdat de behandeling nog beperkt wordt ingezet, zijn er geen grote RCT’s uitgevoerd. Wel zijn in 2019 de resultaten van de SUPERNOVA-studie gepubliceerd (SUPERNOVA staat voor ‘Strategy of ultra-protective lung ventilation with extracorporeal CO2 removal for new-onset moderate to severe ARDS’).2 In deze prospectieve, internationale multicentrische fase 2-studie werd de haalbaarheid en veiligheid van ECCO2R onderzocht onder 95 patiënten met ARDS. Daarnaast loopt momenteel de REST-trial (REST staat voor ‘pRotective vEntilation With Veno-venouS Lung assisT in respiratory failure’), waarin conventionele protectieve beademing in combinatie met ECCO2R wordt vergeleken met protectieve beademing alleen.

Is de techniek kosteneffectief gebleken?

Er is tot op heden geen onderzoek uitgevoerd naar de kosteneffectiviteit van ECCO2R.

Welke indicaties zijn er inmiddels?

ECCO2R wordt voornamelijk ingezet om patiënten met ARDS en een ernstige hypercapnie ultraprotectief te kunnen beademen. Hiermee wordt getracht longschade door de beademing te beperken. Maar de behandeltechniek wordt ook gebruikt als invasieve beademing niet gewenst is of als non-invasieve beademing geen effect heeft, bijvoorbeeld bij een patiënt met COPD en een ernstige hypercapnie.

 Is de verwachting uitgekomen?

De verwachting die wij 5 jaar geleden hadden, namelijk dat ECCO2R breed zou worden toegepast en zelfs mogelijk buiten de IC-afdeling, is vooralsnog niet uitgekomen.5 Ook op de IC-afdeling is de inzet momenteel nog steeds beperkt. Dit is te verklaren door het grote aantal contra-indicaties en complicaties, waardoor ECCO2R alleen wordt ingezet bij ernstig zieke, hoogcomplexe patiënten. Het is van belang om te achterhalen welke patiënten het grootste fysiologische voordeel hebben van de behandeling, terwijl het risico op complicaties laag is.

 Waar in Nederland?

In 2016 is de richtlijn ‘Extracorporele life support’ (ECLS) opgesteld door de werkgroep ECLS van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Hierin staat beschreven dat ECCO2R kan worden toegepast op de IC-afdelingen die hiertoe zijn uitgerust en die voldoen aan de voorwaarden wat betreft scholing en organisatiegraad.

Literatuur
  1. Braune S, Sieweke A, Brettner F, et al. The feasibility and safety of extracorporeal carbon dioxide removal to avoid intubation in patients with COPD unresponsive to noninvasive ventilation for acute hypercapnic respiratory failure (ECLAIR study): multicentre case-control study. Intensive Care Med. 2016;42:1437-44. doi:10.1007/s00134-016-4452-y. Medline

  2. Combes A, Fanelli V, Pham T, et al. Feasibility and safety of extracorporeal CO2 removal to enhance protective ventilation in acute respiratory distress syndrome: the SUPERNOVA study. Intensive Care Med. 2019;45:592-600. doi:10.1007/s00134-019-05567-4. Medline

  3. Fanelli V, Ranieri MV, Mancebo J, et al. Feasibility and safety of low-flow extracorporeal carbon dioxide removal to facilitate ultra-protective ventilation in patients with moderate acute respiratory distress syndrome. Crit Care. 2016;20:36. doi:10.1186/s13054-016-1211-y. Medline

  4. Winiszewski H, Aptel F, Belon F, et al. Daily use of extracorporeal CO2 removal in a critical care unit: indications and results. J Intensive Care. 2018;6:36. doi:10.1186/s40560-018-0304-x. Medline

  5. Intven FA., van de Hoeven JG, Heunks LMA. Extracorporele CO2-verwijdering: nieuwe toepassingen? Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:A5300

Reactiekader

Dus...

Door: Marielle van der Steen, intensivist, Martini Ziekenhuis

Extracorporele CO2-verwijdering (ECCO2R) is een relatief eenvoudige techniek die werkt op basis van hetzelfde fysiologische mechanisme als waarmee gaswisseling in de longen plaatsvindt. Op dit moment wordt deze techniek nog maar spaarzaam gebruikt, omdat de effectiviteit van de behandeling niet duidelijk is aangetoond en het complicatierisico relatief hoog is.

De lage patiëntenaantallen in de klinische trials geven aan dat het moeilijk is om patiënten te vinden die voor deze behandeling in aanmerking komen. Er zijn vaak eenvoudigere alternatieven voor patiënten met hypercapnisch respiratoir falen, zoals non-invasieve beademing. En wanneer er bij een patiënt sprake is van zowel hypoxemisch als hypercapnisch respiratoir falen, wordt vaker gekozen voor extracorporele membraanoxygenatie (ECMO), aangezien deze techniek wel een bijdrage levert aan de oxygenatie, in tegenstelling tot ECCO2R. Het is wachten op de resultaten van de REST-trial, die moeten uitwijzen of ECCO2R een plaats heeft in de behandeling van patiënten met ‘acute respiratory distress syndrome’.

Auteursinformatie

Catharina Ziekenhuis, afd. Intensive Care, Eindhoven: drs. F.A. Intven en dr. A.J. Bindels, internist-intensivisten. Radboudumc, afd. Intensive Care, Nijmegen: prof.dr. J.G. van der Hoeven, internist-intensivist. Amsterdam UMC, afd. Intensive Care, Amsterdam: prof.dr. L.M.A. Heunks, longarts-intensivist.

Contact F.A. Intven (femke.intven@catharinaziekenhuis.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Femke A. Intven ICMJE-formulier
Alexander J. Bindels ICMJE-formulier
Johannes G. van der Hoeven ICMJE-formulier
Leo M.A. Heunks ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties