Extra zuurstof bij acute ziekte

Meer is niet altijd beter
Wetenschap in de praktijk
30-07-2019
A.J. (Jos) Kooter

Miljarden jaren geleden was onze atmosfeer zuurstofloos. Door fotosynthese van cyanobacteriën – de blauwalgen – steeg de zuurstofconcentratie tot 30%. Dat bleek iets te ontvlambaar. Door bosbranden daalde de hoeveelheid zuurstof, waarna het stabiliseerde rond een door de natuur gedicteerd ideaal percentage van 20%. De eerste medicinale toepassing van zuurstof vond plaats in 1885. Frederick Gable genas van een ernstige pneumonie, volgens zijn behandelaar dankzij de toediening van zuurstof. Sindsdien is zuurstof niet meer weg te denken uit het therapeutisch arsenaal van de dokter.

Risico’s van zuurstoftherapie

Zuurstof heeft als medicijn ook dosisafhankelijke bijwerkingen: meer zuurstof betekent meer vorming van radicalen en meer vasoconstrictie, wat bij inflammatie en ischemie ongewenste effecten zijn. Hyperoxemie gaat gepaard met een hogere kans op overlijden en er zijn steeds meer aanwijzingen dat zelfs bij patiënten met geringe hypoxemie zuurstoftoediening meer kwaad dan goed doet.1,2

Huidige praktijk

Patiënten met een myocardinfarct krijgen nagenoeg zonder uitzondering zuurstofsuppletie. Uit een enquête onder acute-zorgverleners in ...

3 gratis NTvG-artikelen lezen? Maak een online account aan!

Registreer: 3 gratis artikelen

Al een NTvG-account? Log in

Alle artikelen direct lezen?

Abonneer:  €21,00 per maand

  • wekelijks het tijdschrift in de bus
  • online toegang tot nieuws en alle artikelen
  • toegang tot alle geaccrediteerde nascholing