Etnische verschillen in referentiewaarden
Open

Commentaar
09-02-2012
Charlotte van Noord en Arie Berghout

In 2011 bestond ruim 20% van de Nederlandse bevolking uit allochtone groepen van verschillende etniciteit; personen van wie ten minste 1 ouder in het buitenland is geboren (bron: CBS). Immigranten verschillen in medisch opzicht van autochtonen. Zo kunnen behandelingen en prognoses van bepaalde aandoeningen anders zijn en hebben deze groepen niet altijd dezelfde toegang tot de gezondheidszorg. Ook referentiewaarden voor laboratoriumbepalingen kunnen verschillend zijn, en wat betreft de interpretatie hiervan is het belangrijk hier als arts rekening mee te houden. Bij het vaststellen van referentiewaarden van deze laboratoriumbepalingen zouden dan ook aparte waarden voor deze en andere subgroepen gemaakt moeten worden.1

Etnische verschillen in de laboratoriumpraktijk

Laboratoriumbepalingen In de ‘Atherosclerosis risk in communities’(ARIC)-studie werd aangetoond dat 3 verschillende markers voor glykemie – HbA1c-spiegels, fructosamine en geglyceerde albumine concentraties, en 1,5-anhydroglucitolconcentratie – bij gelijke nuchtere glucosewaarde hoger zijn bij Afro-Amerikanen dan bij mensen van het Kaukasische ras. De HbA1c-concentratie weerspiegelt de glucosewaarde over een periode van 2-4 maanden en wordt gemeten aan de hand van de levensduur van erytrocyten en hemoglobineglycosylatie. Deze HbA1c-concentratie was bij Afro-Amerikanen verhoogd, hetgeen ook gold voor de fructosamine- en geglyceerde-albumineconcentraties. Deze geven een indicatie van de glucosewaarde in de voorafgaande 2-4 weken, onafhankelijk van de levensduur van erytrocyten. De 1,5-anhydroglucitolwaarde is een reflectie van de glucosewaarde 1-2 weken vóór meting. Deze waarde was verlaagd, wat wijst op een hoge glucosewaarde doordat 1,5-anhydroglucitol competitie aangaat met glucose wat betreft de tubulaire resorptie.2

Bijna 40 jaar geleden werd reeds een ander voorbeeld gepubliceerd over een verschil in laboratoriumuitslagen bij etnische groepen. Zo werd aangetoond dat absolute waarden van granulocyten bij negroïde mannen en vrouwen lager zijn dan bij mensen van het Kaukasische ras. Deze verschillen bedragen 25-30%, waarvoor nog geen duidelijke verklaring is gevonden.3 Dit gegeven is belangrijk, aangezien men bij deze patiënten onterecht aan leukopenie zou kunnen denken.

Andere voorbeelden zijn verschillen in creatinekinase (CK), vitamine B12, lipoproteïne(a) (Lp(a)), en amylase.4-7 Zo is de waarde van het CK iets hoger bij mannen van het negroïde ras. Dit verschil is echter klein en vastgesteld in een studie met relatief weinig proefpersonen. Grotere verschillen zijn gevonden voor de concentratie van het vitamine B12. Deze waarden zijn bij negroïde personen 25% hoger dan bij mensen van het Kaukasische ras. De waarden van latino’s liggen hier tussen in.5 Het Lp(a) is bij negroïden 2 maal zo hoog als bij mensen van het Kaukasische ras, zonder dat dit gepaard gaat met een verhoogd cardiovasculair risico.6 Amylase is bij gezonde negroïden tevens ruim 2 maal zo hoog als bij mensen van het Kaukasische ras; Aziaten nemen een tussenpositie in. Dit is belangrijke informatie, met name om te voorkómen dat men bij patiënten met bovenbuiksklachten onnodig uitvoerig onderzoek van de pancreas verricht.7

Geneesmiddelen Het belang van etnische verschillen komt daarnaast naar voren bij onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen. Voor de registratie hiervan worden meestal studies verricht bij een selecte groep deelnemers, die over het algemeen relatief gezond zijn zonder comorbiditeit of gebruik van andere geneesmiddelen. Deze studies worden vaak verricht onder volwassenen, waarbij personen afkomstig uit minderheidsgroeperingen sterk ondervertegenwoordigd zijn. De effectiviteit bij gelijke dosering en mogelijke bijwerkingen bij kinderen, ouderen en personen met een andere etniciteit worden daarom vaak pas bekend nadat een geneesmiddel op de markt gebracht is.8

Cardiovasculaire risico’s Een ander voorbeeld van etnische verschillen is de levensverwachting van negroïden met hypertensie die veel ongunstiger is dan bij mensen van het Kaukasische ras. Er bestaat dan ook een aparte richtlijn voor de behandeling van hypertensie bij Afro-Amerikanen.9 Ook zijn er significante verschillen gevonden in het vóórkomen van cardiovasculaire complicaties bij personen met diabetes mellitus type 2 tussen Turkse en Hindoestaanse immigranten ten opzichte van autochtonen.10 Bij Turkse migranten bestaan er minder cardiovasculaire complicaties, bij Hindoestaanse migranten meer, onafhankelijk van andere risicofactoren.

Conclusie

Artsen moeten zich realiseren dat de patiënten die tegenover ze zitten in tal van opzichten van elkaar kunnen verschillen. Dit uit zich onder andere in verschillen in laboratoriumbepalingen. Bij de ene bepaling is dat verschil relevanter dan bij de andere, deels afhankelijk van de ernst van de aandoening. Bij het vaststellen van de referentiewaarden moet hier rekening mee gehouden worden en naar onze mening zou het beter zijn om voor bepaalde laboratoriumbepalingen referentiewaarden voor verschillende etnische groepen in te voeren. De resultaten van de recente studie over verschillen tussen etnische groepen in HbA1c-waarden bevestigen dit.2

Literatuur

  1. Hyltoft Petersen P, Rustad P. Prerequisites for establishing common reference intervals. Scand J Clin Lab Invest. 2004;64:285-92.

  2. Selvin E, Steffes MW, Ballantyne CM, Hoogeveen RC, Coresh J, Brancati FL. Racial differences in glycemic markers: a cross-sectional analysis of community-based data. Ann Intern Med. 2011;154:303-9 Medline.

  3. Karayalcin G, Rosner F, Sawitsky A. Pseudo-neutropenia in American Negroes. Lancet. 1972;12:387.

  4. Harris EK, Wong ET, Shaw ST Jr. Statistical criteria for separate reference intervals: race and gender groups in creatine kinase. Clin Chem. 1991;37:1580-2.

  5. Saxena S, Carmel R. Racial differences in vitamin B12 levels in the United States. Am J Clin Pathol. 1987;88:95-7 Medline.

  6. Guyton JR, Dahlen GH, Patsch W, Kautz JA, Gotto AM, Jr. Relationship of plasma lipoprotein Lp(a) levels to race and to apolipoprotein B. Arteriosclerosis. 1985;5:265-72.

  7. Tsianos EB, Jalali MT, Gowenlock AH, Braganza JM. Ethnic ‘hyperamylasaemia’: clarification by isoamylase analysis. Clin Chim Acta. 1982;124:13-21.

  8. Ford JG, Howerton MW, Lai GY, Gary TL, Bolen S, Gibbons MC, et al. Barriers to recruiting underrepresented populations to cancer clinical trials: a systematic review. Cancer. 2008;112:228-42.

  9. Flack JM, Sica DA, Bakris G, Brown AL, Ferdinand KC, Grimm RH, Jr., et al. Management of high blood pressure in Blacks: an update of the International Society on Hypertension in Blacks consensus statement. Hypertension. 2010;56:780-800.

  10. Dijkstra S, Klok M, Van Hoogenhuyze D, Sauerwein HP, Berghout A. Ischaemic heart disease in Turkish migrants with type 2 diabetes mellitus in The Netherlands: wait for the next generation? Neth J Med. 2002;60:434-7.