Epidemiologie van coeliakie in Nederland

Onderzoek
T.L.Th.A. Jansen
D. Luikens
P.H.Z. Karssen
C.J.J. Mulder
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:2544-8
Abstract

Samenvatting

Doel

Inzicht krijgen in de verspreiding van coeliakie in Nederland.

Opzet

Descriptieve analyse van het ledenbestand van de Nederlandse Coeliakie Vereniging tot 1 januari 1994.

Plaats

Landelijk.

Methode

De Nederlandse Coeliakie Vereniging telde op 1 januari 1994 3137 leden onder wie 2479 coeliakiepatiënten met in minimaal 1 dunne-darmbiopt karakteristieke afwijkingen.

Resultaten

Coeliakie werd bij 34 van de patiënten voor het 10e levensjaar gediagnostiseerd, bij 63 op volwassen leeftijd en 1,75 maal zo vaak bij vrouwen als bij mannen. De prevalentie werd geschat op 15,9105. De prevalentie wisselde per provincie en per stad. De laatste jaren werd coeliakie frequenter gediagnostiseerd. In welvarende steden kwam coeliakie significant vaker voor dan in niet-welvarende.

Conclusie

De geschatte incidentiecijfers en de geografische verschillen in relatief lage prevalentiecijfers suggereren dat de toename in het aantal gediagnostiseerde coeliakiepatiënten voornamelijk door factoren wordt veroorzaakt die niet direct met coeliakie samenhangen: grotere medische waakzaamheid, algehele verbreiding van kennis inzake coeliakie en verbeterde screeningstests.

Auteursinformatie

Ziekenhuis Rijnstate, afd. Gastro-enterologie, Postbus 9555, 6800 TA Arnhem.

Dr.T.L.Th.A.Jansen, assistent-geneeskundige; D.Luikens, co-assistent; dr.C.J.J.Mulder, maag-, darm- en leverarts.

Nederlandse Coeliakie Vereniging, Utrecht.

P.H.Z.Karssen, bestuurslid.

Contact dr.T.L.Th.A.Jansen

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Leiden, maart 1995,

In hun artikel doen Jansen et al. verslag van de analyse van het ledenbestand van de Nederlandse Coeliakie Vereniging tot 1 januari 1994 (1994;2544-8). Zij concluderen dat het aantal gediagnostiseerde coeliakiepatiënten in Nederland toeneemt en dat deze toename niet veroorzaakt lijkt te worden door factoren die direct met coeliakie samenhangen. Wij wilden graag enige aanvulling geven op deze gegevens naar aanleiding van ons eigen onderzoek naar de epidemiologie van coeliakie bij kinderen in Nederland, waarin eveneens een duidelijke toename van de incidentie zichtbaar is.1

Tussen maart 1991 en maart 1993 hebben wij de kinderartsen in 6 Nederlandse provincies (waar bijna 70% van de Nederlandse bevolking woont) schriftelijk benaderd met de vraag of zij coeliakiepatiënten onder behandeling hadden die op het moment van de diagnose jonger waren dan 15 jaar. De gegevens van de kinderartsen werden aangevuld met gegevens van het ledenbestand van de Nederlandse Coeliakie Vereniging, dat – zoals Jansen et al. reeds schreven – op dit moment een van de beste bronnen is met betrekking tot informatie over coeliakie in Nederland. Tevens werd gebruik gemaakt van de gegevens van de Landelijke Medische Registratie van SIG Zorginformatie. Al deze gegevens werden getoetst door middel van de data van het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA), waar alle pathologische weefsels uit heel Nederland anoniem worden geregistreerd. Vanaf 1985 was meer dan 90% van de Nederlandse laboratoria aangesloten bij PALGA, momenteel is dat 100%.

De incidentie van coeliakie bij kinderen in de periode 1975-1990 was 1:5500 levendgeborenen. Het Nederlandse incidentiecijfer is laag in vergelijking met dat van andere Europese landen, waar de incidentie van coeliakie gemiddeld 1:2500 levendgeborenen is.2 Vanaf 1976 (incidentie: 1:10.000 levendgeborenen) is er echter een significante stijging van de incidentie waarneembaar (incidentie in 1990: 1:3100 levendgeborenen). Deze stijging van de incidentie bij de Nederlandse kinderen lijkt niet afhankelijk te zijn van direct met coeliakie samenhangende factoren als de leeftijd waarop glutenintroductie in de voeding plaatsvindt of een veranderde klinische manifestatie, maar wel van een toegenomen oplettendheid bij de kinderartsen. Zoals ook door Jansen et al. wordt opgemerkt zullen de grotere medische waakzaamheid en wellicht gevoeliger screeningsmethoden zeker een bijdrage hebben geleverd aan de stijging van het aantal gevallen van coeliakie; het is minder waarschijnlijk dat er sprake is van een reële toename van de aandoening.

Momenteel worden via het Nederlands Signaleringscentrum Kindergeneeskunde alle nieuwe gevallen van coeliakie bij kinderen in heel Nederland aan ons gemeld. Voorlopige gegevens geven de indruk dat de stijging van de incidentie van coeliakie bij kinderen zich voortzet; 1:2200 levendgeborenen in 1993.

E.K. George
M.L. Mearin
Literatuur
  1. George EK, Mearin ML, Velde EA van der, Houwen RHJ, Bouquet J, Gijsbers CFM, et al. Low incidence of childhood celiac disease in the Netherlands. Pediatr Res 1995;37:213-8.

  2. Greco L, Mäki M, Di Donato F, Visakorpi JK. Epidemiology of coeliac disease in Europe and the Mediterranean Area. In: Auricchio S, Visakorpi JK, editors. Common food intolerances I: epidemiology of coeliac disease. Basel: Karger, 1992:25-44.

T.L.Th.A.
Jansen

Arnhem, maart 1995,

Wij danken de collegae George en Mearin voor hun aanvullingen. Dat op de kinderleeftijd coeliakie in toenemende mate wordt herkend, zoals dat ook bij volwassenen het geval is, versterkt het vermoeden dat verklaringen voor deze toename gezocht moeten worden in factoren die niet direct met de prevalentie van coeliakie samenhangen, zoals toegenomen medische waakzaamheid, toegenomen verbreiding van specifieke kennis en gevoeliger screeningstests; diëtetische factoren treden hierbij, althans op de kinderleeftijd, niet op de voorgrond. Deels kan de stijging van het aantal herkende gevallen van coeliakie bij de volwassenen verklaard worden uit een toegenomen herkenning in leeftijdscohorten waar veel onderdiagnostiek moet zijn geweest, zoals de cohorten van 15 tot 45 jaar.1 Bij coeliakie op de kinderleeftijd kan een dergelijke verklaring echter geen grote rol spelen. Overigens zijn wij benieuwd of de huidige toename van het aantal herkende gevallen van coeliakie op de kinderleeftijd over ongeveer 15 jaar inderdaad zal leiden tot een vermindering van het aantal coeliakiediagnosen bij jongvolwassenen. Aanhoudende epidemiologische bewaking is nodig om hierover helderheid te verkrijgen.

T.L.Th.A. Jansen
D. Luikens
P.H.Z. Karssen
C.J.J. Mulder
Literatuur
  1. Jansen TLThA, Wagenaar CGJ, Mulder CJJ. Coeliac disease in the Netherlands. In: Mearin ML, Mulder CJJ, editors. Coeliac disease; 40 years gluten-free. Dordrecht: Kluwer, 1991:169-79.