Eosinofilie-myalgie-syndroom en tryptofaan

Onderzoek
J.M. Admiraal
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:1271-2
Download PDF

In oktober 1989 werd in New Mexico een verband verondersteld tussen het gebruik van tryptofaan en het z.g. eosinofilie-myalgie-syndroom (EMS).1 Vervolgens werden in enkele maanden bij de Amerikaanse Centers of Disease Control bijna 1300 patiënten met deze ziekte gemeld. Tryptofaan was in de Verenigde Staten en in enkele andere landen zonder recept te verkrijgen. Het werd ingenomen als behandeling van slapeloosheid, depressie, premenstruele klachten en gewichtsverlies. De patiënten gebruikten per dag 1 tot 5 gram, terwijl de dagelijkse behoefte ongeveer 1 gram is. Na enkele weken tot enkele jaren van gebruik kunnen er gezwollen pijnlijke extremiteiten met huidafwijkingen ontstaan.1-5 Het aantal eosinofiele cellen is ten minste 1 X 109l. Ze infiltreren in verschillende weefsels, vooral de huid, het subcutane bindweefsel, fascie en spieren. In de infiltraten zijn behalve eosinofiele cellen ook lymfocyten, plasmacellen en collageenneerslagen te zien. Het LDH- en aldolasegehalte van het serum zijn verhoogd. Overig bloedonderzoek toont meestal normale uitkomsten. Opvallend is een normale BSE. Andere oorzaken dan tryptofaangebruik, zoals trichinosis, moeten worden uitgesloten. Onderzocht zal nog worden of deze patiënten een stoornis in het tryptofaanmetabolisme hebben. Ook lijkt een oorzakelijk verband mogelijk met zich ophopende tryptofaanmetabolieten, zoals serotonine. Een recente verontreiniging tijdens de bereiding van tryptofaan wordt ook mogelijk geacht. Er is een overeenkomst met het ziektebeeld na gebruik van vergiftige olie in Spanje in 1981.

De prognose is onduidelijk. Na het stoppen van tryptofaan en toediening van hoge dosis corticosteroïden daalt het aantal eosinofiele cellen in het bloed. De weefselafwijkingen en de klachten verminderen echter nauwelijks. Tryptofaan is inmiddels uit de handel genomen.

Literatuur
  1. Hertzman PhA, Blevins WL, Mayer J, Greenfield B, Ting M,Gleich GJ. Association of the eosinophilia-myalgia syndrome with theingestion of tryptophan. N Engl J Med 1990; 322: 869-73.

  2. Silver RM, Heyes MP, Maize JC, Quearry B, Vionnet-FuassetM, Sternberg EM. Scleroderma, fasciitis, and eosinophilia associated with theingestion of tryptophan. N Engl J Med 1990; 322: 874-81.

  3. Medsger Jr ThA. Tryptophan-induced eosinophilia-myalgiasyndrome (Editorial). N Engl J Med 1990; 322: 926-8.

  4. Clauw DJ, Nashel DJ, Umhau A, Katz P.Tryptophan-associated eosinophilic connective-tissue disease. A new clinicalentity? JAMA 1990; 263: 1502-6.

  5. Eidson M, Philen RM, Mack Sewell C, Voorhees R, KilbourneEM. L-tryptophan and eosinophilia-myalgia syndrome in New Mexico. Lancet1990; 335: 645-8.

Gerelateerde artikelen

Reacties