artikel
Het oefenen van lichamelijk onderzoek en het interpreteren van de bevindingen is altijd een van de belangrijke onderdelen van de co-schappen geweest. Steeds vaker vinden deze activiteiten vroeger in het curriculum plaats. Terwijl de studenten ze leuk en nuttig vinden, vragen docenten zich niet zelden af hoe de doelmatigheid kan worden verhoogd en of het geleerde wel beklijft.
Gestimuleerd door een artikelenreeks in de JAMA over de specificiteit en de sensitiviteit van de bevindingen van onderdelen van het lichamelijk onderzoek, onderzochten Fagan et al. of de toevoeging van gerichte literatuurstudie en discussie, voorafgaande aan ‘bedside teaching’, een meerwaarde had voor de kennis over vaardigheden, de uitvoering daarvan en het zelfvertrouwen van de student.1 De auteurs introduceerden een interventieprogramma, in aanvulling op een bestaand gestructureerd bedside-teachingprogramma. De interventie bestond daaruit dat in één van de ziekenhuizen 4 studenten onder leiding van een docent tevoren gerichte literatuurstudie deden over bijvoorbeeld een verhoogde centraal-veneuze druk of een carotissouffle. Vervolgens werd dan een patiënt met een dergelijk fenomeen onderzocht.
De studenten uit alle groepen werden vóór, tijdens en na het programma getest op kennis over vaardigheden, het uitvoeren van onderzoek en op hun zelfvertrouwen in het uitvoeren van deze vaardigheden. Het bleek dat de interventiegroep beter scoorde op alle onderdelen; met name was een significant beter resultaat op te merken in de wijze waarop de vaardigheden konden worden gedemonstreerd.
Ten aanzien van dit onderzoek zijn bezwaren aan te voeren, zoals het ontbreken van randomisatie en het plaatsen van de interventiegroep in het academisch ziekenhuis. De waarde van dit onderzoek is tweeërlei. Allereerst stimuleert het actief betrekken van de student in de voorbereiding en de uitvoering van een bedside-teachingsessie het leren. Ten tweede is de koppeling van evidence-based medicine en discussie erover in de context van de klinische praktijk heel goed uitvoerbaar met beperkte docentinspanning. Tevens biedt de methode gelegenheid tot reflectie op het handelen in de kliniek, een essentieel element van professioneel leren. De methode leidt kennelijk tot betere resultaten dan wanneer ‘alleen maar’ geoefend wordt. Het artikel is een goed voorbeeld van ‘reflectie vóór handelen’ en ook goed van toepassing op het cursorisch onderwijs voor assistent-geneeskundigen.
Reacties