Eerste hoogleraar geneeskunde Maastricht: Pelerin
Open

Geschiedenis
28-06-2010
Harry Hillen

Adrien Pelerin (1698-1771) was de eerste hoogleraar geneeskunde in Maastricht. Hij volgde zijn opleiding geneeskunde in Leiden in de periode van Boerhaave en Albinus, en werd in 1736 benoemd als doctor medicinae en hoofd van het Militair Hospitaal te Maastricht. Hij organiseerde de medische zorg voor een omvangrijk garnizoen en was actief betrokken bij het toezicht op de gezondheidszorg in de stad. Vanaf 1738 gaf Pelerin openbare anatomische lessen voor de doctores medicinae en chirurgijns, en waarschijnlijk ook voor studenten van de ‘illustre school’ in Maastricht. Voor het geven van deze colleges verleende de Raad van State hem de titel van Professor Anatomiae et Chirurgiae.

Adrien Pelerin (1698-1771), een leerling van Boerhaave, werd op 30 april 1738 door de Raad van State benoemd als de eerste hoogleraar geneeskunde in Maastricht.1 In de eerste helft van de 18e eeuw bestonden in Maastricht een groot militair hospitaal, een school met een pre-universitaire geneeskundeopleiding en een aanzienlijke groep geneeskundigen.2,3 Inbreng van nieuwe academische kennis en geneeskundig onderwijs waren voor deze 3 partijen van groot belang. In dit artikel bespreek ik de betekenis van prof. Pelerin voor het medisch onderwijs en de gezondheidszorg in Maastricht.

Opleiding en wetenschappelijk werk

Adrien Pelerin werd op 22 juni 1698 geboren te Leiden, als zoon van de brouwer Adrien Pelerin uit Saint Quentin en Marie Chrouët uit Olne, vlakbij Luik. De familie Chrouët was een gerenommeerd artsengeslacht in de regio rondom Luik. Pelerin gebruikte later in publicaties de naam Pelerin Chrouët, mogelijk om zijn verbondenheid met de familie te benadrukken.4

Pelerin studeerde geneeskunde in Leiden, waar hij ook promoveerde op een proefschrift over de pokken: ‘de Variolis’.5,6 Na zijn promotie bleef hij nog geruime tijd ingeschreven bij de universiteit. Onder het voorzitterschap van Boerhaave wordt Pelerin lid van het Collegium Chirurgicum en toegelaten tot de geneeskundigen in de stad, als doctor medicinae. Hij voerde een stadspraktijk aan de Papegragt.7

In Leiden werkte Pelerin aan de heruitgave van 2 klassieke leerboeken: allereerst een bibliografie over de anatomie in samenwerking met de Leidse anatoom Bernhard Siegfried Albinus, en daarnaast een uitgave van de commentaren van Louis Duret op de Prognostica van Hippocrates. Bij de heruitgave van beide boeken schreef Pelerin het voorwoord en bracht waar nodig aanvullingen en verbeteringen aan (figuur 1).8,9 In het voorwoord van de commentaren van Duret schreef Pelerin dat hij de heruitgave van dit boek, dat uitverkocht was, voor de studenten van belang vond omdat hierin de klassieke leer van Hippocrates zo goed aan bod kwam. De behoudende Pelerin was duidelijk minder ingenomen met Galenus en alle nieuwlichterij zoals de iatrochemie, de scheikunde in dienst van de geneeskunde. De onderwerpen van de anatomie en de interpretatie van Hippocrates pasten toen overigens nog geheel in het kader van het conventionele onderwijsprogramma. Het lijkt alsof hij in die periode, al dan niet in samenwerking met Albinus, bij het onderwijs aan de universiteit betrokken was. Bronnenonderzoek geeft daarover echter nog geen uitsluitsel.

Maastricht

Op 8 juni 1736 wordt Pelerin door de Raad van State benoemd tot doctor medicinae van het Militair Hospitaal in Maastricht. De reden waarom Pelerin Leiden verliet en voor de benoeming in Maastricht koos, is niet bekend. Mogelijk speelde de familie Chrouët een rol, zijn artsenfamilie van moederszijde afkomstig uit Olne nabij Maastricht.

Militair Hospitaal In de eerste helft van de 18e eeuw was Maastricht vooral een garnizoensstad ter verdediging van de zuidgrens van de Verenigde Provinciën der Nederlanden. Voor de geneeskundige verzorging van de militairen en de vaak aanwezige bezettingstroepen uit geheel Europa was er in de stad een groot en voor die tijd modern Militair Hospitaal. Aan de verdediging van Maastricht werd blijkbaar groot belang gehecht gezien de legering van een garnizoen van 4.000 tot 11.000 soldaten.10 Het garnizoen en het hospitaal werden rechtsreeks aangestuurd en betaald door de Raad van State.

Pelerin was aangesteld als doctor medicinae van het Militair Hospitaal en in die functie had hij de medische leiding en de zeggenschap over de apotheek en de gebouwen. In militair drukke tijden had Pelerin de zorg over 250-300 patiënten. Volgens het reglement van het hospitaal diende de doctor medicinae niet alleen zijn eigen patiënten dagelijks te bezoeken, maar ook de gewonden die door de chirurgijns behandeld werden, om zo nodig met dezen te overleggen of om ‘inwendige remediën te ordonneren’. Pelerin heeft zich zorgvuldig van die taak gekweten. In 1748 heeft hij in een memorie de gang van zaken in het Militair Hospitaal uitvoerig vastgelegd.11

De oudste zoon van Pelerin, Adrien Louis Pelerin, schreef in een levensbeschrijving terecht dat zijn vader de organisatie van het Militair Hospitaal sterk verbeterd had.12 Voor al dit werk ontving Pelerin de voor die tijd aanzienlijke wedde van 700 gulden per jaar.

Vooraanstaand burger Vanaf zijn vestiging in de stad heeft Pelerin een vooraanstaande rol gespeeld in het stadsbestuur. In de archieven van de stadsraad komen regelmatig raadsbesluiten voor over de toelating van geneeskundigen en apothekers en de inspectie van apotheken, waarbij Pelerin als adviseur wordt genoemd. In de periode 1710-1760 waren in Maastricht 36 doctoren en 17 chirurgijns toegelaten.13 Over de toelating van beroepsgenoten nam het stadsbestuur gewoonlijk een besluit op advies van de stadsdoctoren ‘met assumptie van dhr.prof. Pelerin’.13

Pelerin woonde in het centrum van de stad aan het Vrijthof, op loopafstand van het stadhuis waar hij vele jaren actief was als schepen en gezworene in het stadsbestuur. Dat stadsbestuur had destijds wel een bijzondere signatuur. Maastricht werd ‘tweeherig’, dat wil zeggen gezamenlijk bestuurd door de katholieke prins-bisschop uit Luik en de gereformeerde hertog van Brabant. Het stadsbestuur was daarom paritair samengesteld uit Luikse en Brabantse – lees katholieke en gereformeerde – leden. Om de broederlijke samenwerking te benadrukken werd het stadsbestuur ondeelbaar betiteld als de ‘Indivieze Raad’. Behalve voor het stadsbestuur had deze tweeherigheid ook consequenties voor het onderwijs; een katholieke en een gereformeerde Latijnse school bestonden naast elkaar. Pelerin was lid van de gereformeerde Waalse Gemeente, en regent van het gereformeerde weeshuis. Hij had als vooraanstaand burger dan ook zitting in het stadsbestuur namens de ‘Brabantse kant’.

Hoogleraarschap en onderwijs Pelerin verkreeg in 1738, binnen 2 jaar na zijn aankomst in Maastricht, niet alleen toestemming voor het geven van openbare anatomiecolleges, maar ook de titel van Professor Anatomiae en Chirugiae. Op 30 april van dat jaar had de Raad van State in resolutie 240 toestemming gegeven voor de publieke lessen in de anatomie: ‘Op de Requeste van A. Pelerin, doctor van het militaire Guarnisoens hospitaal te Maestricht is na deliberatie goedgevonden en verstaen te confereren aan den selven de titul van Professor Anatomiae en Chirurgiae binnen Maestricht, met authorisatie, om in die qualt te houden publique lessen over de anatomie, de nodige demonstratien te doen tot onderrigt en nut der Chirurgijns van de Regimenten, aldaar in Guarnisoen liggende, en andere die daar toe genegentheyd mogten hebben, mits alles nu en namaels geschiede buyten kosten van het land, en sal ten voors. eynde aen den voorm. Pelerin Extract deser bezegelt met het Cachet van den Raad werden gegeven om te dienen voor acten’.1

Vanaf 18 december 1738 kon men intekenen op een lijst voor het bijwonen van de anatomiecolleges. Er was veel belangstelling; 27 studenten tekenden in, waaronder chirurgijns van het Militair Hospitaal (figuur 2 en 3).14 In de memorie van 1748 over het Militair Hospitaal vermeldt Pelerin een financiële compensatie in verband met colleges en extra bedden voor het onderwijs. Pelerin gaf in het Hospitaal waarschijnlijk tot 1771 een openbare cursus in de ontleed- en geneeskunde.11,12

Illustre school In de 17e en 18e eeuw werd het voorbereidend onderwijs voor een universitaire opleiding doorgaans gegeven in ‘illustre scholen’. Dit waren gymnasia die ‘geïllustreerd’ (bijzonder gemaakt) werden met een bovenbouw voor hoger onderwijs en hoogleraren als docent. Het onderwijsprogramma ‘geneeskunde’ in de illustre scholen had een propedeutisch karakter, vooral gericht op de ‘artes liberales’, zoals klassieke talen, retoriek, filosofie, geometrie en astrologie. De bespreking en uitleg van de klassieke teksten van Hippocrates en Galenus en de anatomische lessen waren de 2 hoofdvakken voor geneeskunde.15

In 1683 werd de gereformeerde Latijnse school in Maastricht illustre door de benoeming van hoogleraren Theologie, Filosofie en Retoriek. Daarmee werd aan de school een academische bovenbouw toegevoegd, die vooral van betekenis geweest is voor de opleiding van predikanten. Vanaf 1748 zou er ook een leerstoel Ontleed- en Geneeskunde aan de gereformeerde Latijnse school zijn verbonden.3 Adrien Pelerin was de eerste leerstoelhouder en hij werd in 1772 opgevolgd door Johannes Bernardus Vrijthoff.3,16 Bachiene, hoogleraar Sterre- en Aardrijkskunde aan deze illustre school, heeft het bestaan van de leerstoel bevestigd: ‘Behalven deze is er ook, sedert eenigen tyd geweest en noch, een Professor honorarius in de Ontleed- en Geneeskunde, welke laatste echter, niet behoord, tot het gymnasium: dewijl dees’ zijne acte van aanstelling niet van de kuratoren, maar van de Edelm. Heeren Raaden van Staaten heeft: en is deze Professorale waardigheid thans aan den Medic.Doctor van ’s Lands militaire Hospitaal’.17

De aard en de inbedding van de benoemingen voor deze leerstoel aan de illustre school zijn echter veel minder duidelijk dan bij de andere leerstoelen. Het is niet duidelijk of studenten aan deze school, zoals bij andere illustre scholen in de Verenigde Nederlanden het geval was, werden opgeleid in de basisvakken van de geneeskunde om daarna voor de promotie tot doctor medicinae verder te studeren in Leiden of in Leuven. Hierover is maar een beperkte hoeveelheid gegevens omdat de archieven van de school nog niet teruggevonden zijn.

Levensloop

In 1736 vertrok Adrien Pelerin uit Leiden naar Maastricht om aldaar de functie van doctor medicinae aan het Militair Hospitaal te aanvaarden. Hij heeft van 1738 tot 1771 openbare colleges anatomie en ontleedkunde gegeven in Maastricht. Voor die ‘publieke lessen’ werd hem de titel van Professor Anatomiae et Chirurgiae verleend door de Raad van State en hij was daarmee de eerste hoogleraar geneeskunde in Maastricht. Uit archiefonderzoek is gebleken dat Pelerin als hoofd van het Militair Hospitaal en als adviseur van het stadsbestuur een centrale rol heeft vervuld in de gezondheidszorg van de stad. Een positie als hoogleraar aan de illustre school te Maastricht is wel waarschijnlijk geweest, maar de betekenis daarvan is nog niet geheel duidelijk. Er wordt daarvoor naarstig gezocht naar de archieven van de illustre school.

Op 6 februari 1771 overleed Adrien Pelerin. Hij werd op 11 februari begraven in de tombe met nummer 13 in de Waalse kerk. In de ‘enterrement dans le temple’ van de Waalse gemeente wordt dan geschreven: ‘Le 11 Février 1771 a été enterré sous leur tombe no 13 Mr. Adrien Pelerin Docteur et Professeur en Médecine très Renommé’.

Literatuur

  1. Resoluties van de Raad van State. Inv.nr. 240. 30 april 1738. Nationaal archief, Den Haag.

  2. Ubachs P, Evers I. Tweeduizend jaar Maastricht. Een stadsgeschiedenis. Zutphen: Walburg Pers; 2006.

  3. Sassen F. De illustre school te Maastricht en haar hoogleraren (1683-1794). Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, deel 35, no. 1. Amsterdam/Londen: Noord-Hollandse Uitgevers Maatschappij; 1972.

  4. Lindeboom GA. Dutch medical biography. A biographical dictionary of Dutch physicians and surgeons. Amsterdam: Radopi; 1984.

  5. Album Studiosorum Academia Lugduno Batavorum. 1575-1875. Hagae Comitum: apud Martinum Nijhoff; 1875.

  6. Pelerin A. Dissertatio medica inauguralis ‘de Variolis’. Leiden: Joh. Langerack; 1719.

  7. Naamwijzer Waarin vertoont werden de Naamen van de Ed.:Groot Agtb.Heeren. De Heeren regenten van de stad Leyden. Mitsgaders van verscheide andere Collegien en Beampten; met derselver woonplaatsen voor den Jaare 1728. Leiden: Joh.Arn.Langerak; 1728.

  8. Douglas J. Bibliographiae anatomicae. Editio Secunda. Edit: Adrianus Pelerin Chrouët. Leiden: Gisbertum Langerak; 1734.

  9. Duret L. Interpretationes et Ennarationes in magni Hippocratis Coacas Praenotiones Editio Nova. Edit: Adriano Peleryn Chrouët. Leiden: Gerardus Poortvliet; 1737.

  10. Notermans J. Het militaire hospitaal te Maastricht in het midden van de achttiende eeuw. Scripta Tironum. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen; 1985.

  11. Notermans J. Magazijnlijst oud militaire archieven. Memorie van geapprobeerden Staat van het militaire guarnizoens Hospitaal. Regionaal historisch Archief Limburg 07.E 01, 47/20.

  12. Franquinet GD. Notice biographique d’Adrien Louis Pelerin. In: Annales de la Soc his et archéologique à Maestricht nr 1. Maastricht: Leiter-Nypels, 1854-1855.

  13. Raadsstukken Indivieze Raad. Regionaal Historisch Centrum Limburg. Register 1.1.1. Toegangsnummer 20.001, inventarisnummer 77-86.

  14. Notermans J. Magazijnlijst oud militaire archieven. 07.E 01, 47/5. Regionaal Historisch Centrum Limburg.

  15. Van Miert D. Illuster Onderwijs. Het Amsterdamse Athenaeum in de Gouden Eeuw. Amsterdam: Bert bakker; 2005. p. 1632-1704.

  16. Flament AJA. Iets over de gereformeerde “Illustre school” te Maastricht. De Maasgouw. 1910;32:11.

  17. Bachiene WA. Beschryving der vereenigde Nederlanden. Vijfde Deel. Amsterdam: De Wed. van Esveldt, en Holtrop, A.Paddenburg. 1776. p.921.