Ulcus arterioloscleroticum van Martorell

Een zeer pijnlijk ulcus op het onderbeen

Klinische praktijk
Abstract
Suzan W.I. Reeder
Tom A. Middelburg
H.A. Martino Neumann
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Het ulcus arterioloscleroticum van Martorell, kortweg het ulcus van Martorell, komt voor bij patiënten met lang bestaande hypertensie, meestal bij vrouwen in de leeftijd van 50-70 jaar. Het is een vrij karakteristiek ulcus dat ontstaat uit een pijnlijke rode blaar die blauwpaars verkleurt en uiteindelijk ulcereert, waardoor een oppervlakkig…

Auteursinformatie

Erasmus MC, afd. Dermatologie en Venereologie, Rotterdam.

Drs. S.W.I. Reeder en drs. T.A. Middelburg, artsen in opleiding tot dermatoloog; prof.dr. H.A.M. Neumann, dermatoloog.

Contact prof.dr. H.A.M. Neumann (t.boon@erasmusmc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 18 mei 2009

Reacties

De auteurs stellen in dit artikel dat bij de behandeling van een ulcus arterioloscleroticum van Martorell niet-selectieve ß-adrenoceptorantagonisten gecontra-indiceerd zijn. Dit is mijns inziens juist, echter zou ik bij de opgegeven redenering enige kanttekeningen willen plaatsen. De auteurs stellen: "De voorkeur gaat uit naar selectieve β1-blokkerende sympathicolytica (β-blokkers), een ACE-remmer of een calciumantagonist. Niet-selectieve β-blokkers zijn gecontra-indiceerd aangezien deze het hartminuutvolume verlagen". ß1-adrenoceptoren worden, zoals algemeen bekend, m.n. in het hart en in de macula densa tot expressie gebracht. ß2-adrenoceptoren komen daarentegen in het gladde spierweefsel van de bronchiën, maar ook (o.a.) in de perifere vasculatuur tot expressie. Met name arteriën in de ledematen staan onder deze ß-adrenerge controle, gezien zij bij een 'fight-or-flight' respons een verhoogde spierperfusie moeten verzorgen. Beide receptortypen zijn GPCR's gekoppeld aan een Gs-subunit en stimulatie leidt derhalve tot een verhoogde cAMP-productie. Een (selectieve) ß1-blokkade geeft door een negatief chronotroop en inotroop effect wel degelijk een reductie van het hartminuutvolume. Dit zorgt (mede) voor het anti-hypertensieve effect. Een ß2-blokkade zorgt vooral voor bronchoconstrictie, maar ook voor een vasoconstrictie, m.n. in de perifere arteriën en arteriolen. Dit effect ontstaat omdat het vasodilatatoire effect van cAMP wegvalt. Doordat een (niet-selectieve) ß-blokkade dus in perifere arteriën voor vasoconstrictie zorgt is er, door een verhoging van de afterload, inderdaad een groter effect op het hartminuutvolume dan bij een selectieve blokkade. Echter is in dit geval het feit dat niet-selectieve ß-blokkade leidt tot (verdere) vasoconstrictie van juist de aangedane arteriolen van veel groter belang.

H. Gremmels, onderzoeker Universiteit Utrecht

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026