Een uitbraak van Q-koorts in Nederland - mogelijk verband met geiten

Onderzoek
J.E. van Steenbergen
G. Morroy
C.A.R. Groot
F.G.H. Ruikes
J.H. Marcelis
P. Speelman
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1998-5
Abstract

Samenvatting

Door melding en retrospectief onderzoek werden 73 patiënten met Q-koorts in 2007 bekend afkomstig uit een regio die zich uitstrekt van Tilburg in het zuidwesten tot Arnhem in het noordoosten. De infecties stamden uit de late lente, met name mei en juni. Er waren in deze regio 4 melkgeitenbedrijven met veel spontane abortussen door Q-koorts. Voor heel Nederland waren dit er in 2006 6 en in 2007 7. De maand april was in deze zuidelijke regio in 2007 uitzonderlijk droog. Zwangeren uit een klein gebied met de hoogste incidentie in het noordoosten van Noord-Brabant werden opgeroepen voor diagnostiek. Alle bevestigde patiënten werden gevolgd voor klachten en zonodig echocardiografie. Een bron voor de infectie werd tot nu toe niet met zekerheid vastgesteld. Gedacht werd aan een combinatie van brede verspreiding onder geiten en verspreiding naar de mens door daarvoor gunstige klimatologische omstandigheden.

Q-koorts is een zoönose, veroorzaakt door Coxiella burnetii, een micro-organisme dat in grote hoeveelheden in de omgeving vrijkomt bij de partus van een geïnfecteerd dier. C. burnetii is bijzonder resistent tegen chemische en fysische invloeden en verwaait in droge klimatologische omstandigheden over grote afstanden.

Bij infecties van de lagere luchtwegen en in zeldzame gevallen bij hepatitis moet ook in Nederland Q-koorts in overweging worden genomen. Het is verstandig om clusters van atypische pneumonie aan de GGD te melden. De GGD heeft contact met de Gezondheidsdienst voor Dieren die weet welke dierziekten op dat moment heersen. Gericht zoeken kan de bron identificeren en uitschakelen. Bredere bekendmaking voorkomt vervolgens vertraging bij diagnostiek en therapie en helpt chronische vormen vroeg op te sporen of te voorkomen.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1998-2003

Auteursinformatie

Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding, Postbus 1 (postbak 13), 3720 BA Bilthoven.

Hr.dr.J.E.van Steenbergen, arts maatschappij en gezondheid en epidemioloog.

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Hart voor Brabant, afd. Algemene Gezondheidszorg, ’s-Hertogenbosch.

Mw.G.Morroy, arts infectieziektebestrijding.

Ziekenhuis Bernhoven, afd. Longziekten, Oss.

Hr.dr.C.A.R.Groot, longarts.

Universitair Medisch Centrum St Radboud, afd. Voortgezette Opleiding tot Huisarts (VOHA), Nijmegen.

Mw.F.G.H.Ruikes, arts in opleiding tot huisarts.

St. Elisabeth Ziekenhuis, afd. Medische Microbiologie, Tilburg.

Hr.dr.J.H.Marcelis, arts-microbioloog.

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Inwendige Geneeskunde, onderafd. Infectieziekten, Tropische Geneeskunde en Aids, Amsterdam.

Hr.prof.dr.P.Speelman, internist-infectioloog.

Contact hr.dr.J.E.van Steenbergen (jim.van.steenbergen@rivm.nl)

Verantwoording

Namens het responsteam, waarvan de leden aan het einde van dit artikel worden vermeld.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties