Oogletsel met blijvend visusverlies

Een laserpen is geen speelgoed

Klinische praktijk
Jan E.E. Keunen
Ann-Laure M.H. Delbecq
J.R.M. (Hans) Cruysberg
Jan C. van Meurs
Ivan M. Gan
Tos T.J.M. Berendschot
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A7813
Abstract
Download PDF
Leerdoelen
  • Er zijn onveilige laserpennen in omloop die bij oneigenlijk gebruik blijvend visusverlies kunnen veroorzaken.
  • Naast blijvend oogletsel kunnen door schikreacties gevaarlijke situaties ontstaan, met name in het vlieg- of wegverkeer.
  • Laserpennen met een vermogen hoger dan klasse 2A dienen niet als laserpen maar als potentieel laserwapen te worden beschouwd; onrechtmatig bezit en misbruik van deze lasers moet strafbaar zijn.
  • Meer publieke bekendheid over de gevaren van onveilige laserpennen is van groot belang.

artikel

Dames en Heren,

Tijdens het spelen met een laserpen kijken kinderen en jeugdigen er wel eens recht in. Met de sterke laserpennen die nu voorhanden zijn kan dit ernstig, persisterend visusverlies tot gevolg hebben. De auteurs presenteren 3 patiënten die blijvend oogletsel opliepen na het spelen met een laserpen die in het buitenland was gekocht.

In 1998 verscheen een artikel in het NTvG met als titel ‘De laserpen als aanwijsstok niet aangetoond gevaarlijk’.1 De destijds in de handel verkrijgbare laserpointers bleken bij standaardgebruik ongevaarlijk. Het rapport ‘Laserpointers tegen het licht gehouden’ van de Gezondheidsraad uit 1999 concludeerde eveneens dat in de internationale peerreviewed literatuur geen enkel geval van blijvend oogletsel door laserpointers was gevonden.2 Wel werd geconstateerd dat hinder en schrikreacties konden optreden door gebruik van laserpennen, wat tot gevaarlijke situaties kon leiden zoals bij het besturen van een auto. Tevens werd gewaarschuwd dat in de toekomst laserpennen met een hoger vermogen op de markt konden komen die wél blijvend oogletsel kunnen veroorzaken.

De voorspelling van de Gezondheidsraad is uitgekomen. Tegenwoordig worden in het buitenland laserpennen met een veel hoger uitgangsvermogen geproduceerd. De handel in deze voor ogen potentieel onveilige laserpennen (klasse 3A en hoger) is volgens artikel 18c van de Warenwet verboden, evenals de toepassing van lasers van klasse 2 in speelgoed of de verwerking hiervan in sleutelhangers, pennen en dergelijke. Alhoewel onveilige laserpennen dus officieel niet in Nederland geïmporteerd mogen worden, gebeurt dat toch via internetverkoop of bij aanschaf in het buitenland, bijvoorbeeld tijdens vakantie. Zoals uit deze klinische les blijkt kent het gebruik van deze onveilige laserpennen door jeugdigen in toenemende mate desastreuze gevolgen voor het oog.

Patiënt A, een 13-jarige jongen, werd verwezen vanwege een visusdaling van het rechter oog. Hij had 2 maanden daarvoor een visusdaling bemerkt na het kijken in een laserpen die zijn vader tijdens vakantie voor hem had gekocht op een strand in Kroatië. Hij had op een afstand van 30 cm met het rechter oog pal in de laserstraal gekeken gedurende ongeveer een halve minuut. Aanvankelijk durfde hij zijn ouders niet te vertellen dat hij daarna niet goed meer zag met het rechter oog. Daarom werd hij pas na een paar weken door de perifere oogarts verwezen. Er was geen oogheelkundige voorgeschiedenis. Wel was bij hem enkele jaren geleden de diagnose ‘ADHD’ gesteld.

De optimaal gecorrigeerde visus was rechts 0,05 en links 1,2. De test met de amslerkaart toonde rechts een klein absoluut centraal scotoom zonder metamorfopsie. Metamorfopsie is een gezichtsstoornis waarbij voorwerpen (in het bijzonder rechte lijnen) vervormd worden waargenomen. Het voorste oogsegment was niet afwijkend; bij fundoscopie werd een rond, deels gepigmenteerd litteken in de rechter fovea gezien (figuur a). Het linker oog was niet-afwijkend. Fluorescentieangiografie van de fundus liet een scherp omschreven vroege en late hyperfluorescentie in de fovea centralis van de macula zien. Een spectrale-domein-OCT (OCT staat voor ‘optische-coherentietomografie’) toonde een hyperreflectief litteken in de fovea (figuur b). Na 11 maanden toonde de macula een onveranderd litteken en was er geen enkele verbetering van de visus.

Bij het doormeten van de in Kroatië gekochte laserpointer (zonder sticker met veiligheidsclassificatie en van onbekende makelij) werd een uitgangsvermogen van maar liefst 125 mW vastgesteld. Het bleek dus een laser van klasse 3B te zijn die doorgaans in de industrie of voor militaire doeleinden wordt gebruikt. Het is daarom niet vreemd dat staren in deze laserpen tot permanente beschadiging van de fotoreceptoren in de fovea centralis van de macula had geleid, met blijvende visusdaling als gevolg.

Patiënt B is een 9-jarige jongen die op de polikliniek Oogheelkunde kwam voor controle van een bekende refractieafwijking. In voorafgaande jaren waren, behalve de refractieafwijking, nooit andere oogafwijkingen geconstateerd. De visus was na optimale optische correctie altijd 1,0 in beide ogen geweest.

Tijdens de controle was de visus van het rechter oog echter niet groter dan 0,65. Bij navraag gaf hij aan dat hij enkele maanden tevoren op een afstand van circa 30 cm met zijn rechter oog een tiental seconden recht in het licht van een laserpointer had gekeken. Deze laserpen (klasse 3A) was door zijn vader bij een zakenreis uit China meegebracht. Sindsdien zou hij met het rechter oog slechter zien.

Fundoscopie liet discrete atrofie van het pigmentepitheel zien in de fovea centralis van de rechter macula. Fundoscopie van het linker oog was niet-afwijkend. Het OCT-beeld van het rechter oog toonde ter plekke van de fundoscopische afwijkingen atrofie op het niveau van het retinale pigmentepitheel en de fotoreceptoren, zonder aanwezigheid van intra- of subretinaal vocht. Na 10 maanden werden de onderzoeken herhaald en waren het klinisch beeld en de visus ongewijzigd.

Patiënt C, een 12-jarige jongen, werd via de huisarts en de oogarts verwezen naar het Radboudumc met een visus van 0,12 rechts en 0,8 links. Hij had een laserpen uit Thailand als cadeau gekregen. Daar speelde hij mee op de achterbank tijdens de autoreis van de wintersportvakantie en hij keek er af en toe in. Bij thuiskomst vertelde hij minder goed te zien. Zijn voorgeschiedenis vermeldde ADHD.

In de fundus waren beiderzijds (rechts meer dan links) multipele littekens in de macula zichtbaar. Na 2 maanden was de visus niet verbeterd. De laserpen had volgens de ouders een klasse 3B-sticker, een onveilige laserpen dus met een uitgangsvermogen van tussen de 5 en 500 mW.

Beschouwing

De laserpen veroorzaakte eind jaren 90 van de vorige eeuw een mediahype in Europa.3 Visus- en verblindingsklachten werden gerapporteerd, maar netvliesschade door een laserpen kon niet worden aangetoond.1-4 Wel bleek dat er in het algemeen angst voor laserpennen bestond en dat laserpennen die voor ogen ongevaarlijk waren schrikeffecten, angst en storende nabeelden konden veroorzaken.

Dankzij de technische vooruitgang zijn tegenwoordig laserpennen met een zeer hoog uitgangsvermogen te koop die wel degelijk gevaarlijk zijn voor ogen. Ze kunnen namelijk op afstand een verbranding van de macula veroorzaken met als gevolg een vaak onbehandelbare, permanente visusdaling. Deze gevaarlijke laserpennen zijn vrij verkrijgbaar in internetwinkels of worden in het buitenland gekocht, bijvoorbeeld tijdens vakantie.

In PubMed werden wereldwijd 17 patiënten met laserpen-maculopathie gerapporteerd, vaker veroorzaakt door groene dan door rode laserpennen en vrijwel steeds bij jeugdigen die de laserpen als speelgoed gebruikten.5,6 Incidenteel werd, zoals bij patiënt A, naast het rapporteren van onherstelbare maculaschade ook het uitgangsvermogen van de gebruikte laserpen nagemeten.6 De hoogst gemeten waarde was maar liefst 150 mW, terwijl 5 mW als de bovengrens van veilig wordt beschouwd.6,7

Onherstelbare laserpen-maculopathie komt dus tegenwoordig ook in Nederland voor bij gebruik van de laserpen als speeltje op korte afstand van het oog. Met de internetverkoop van laserpennen boven de 1000 mW – dit is ver boven het uitgangsvermogen van fotocoagulatie bij netvlieschirurgie – is te verwachten dat er in de nabije toekomst mensen zullen zijn met ernstige laserpen-maculopathie die in de openbare ruimte is veroorzaakt over een grote afstand.

Etiologie en pathofysiologie

Het hoornvlies en de lens zijn transparant voor zichtbaar licht met een golflengte groter dan 400 nm. Schade van het netvlies kan verdeeld worden in thermische en fotochemische lichtschade. Vanwege de knipperreflex van de oogleden is de expositietijd kort en is de schade van thermische aard bij het kijken in een laser.

De Gezondheidsraad heeft Nederlandse richtlijnen opgesteld voor schade door lasers.7 Laserpennen zijn puntbronnen, dat wil zeggen: de voorwerpshoek waaronder ze gezien worden is kleiner dan 1,5 mrad en ze geven dus een klein beeld op het netvlies. Warmte kan relatief gemakkelijk weglekken; de absolute hoeveelheid energie die op het netvlies valt is de schadebepalende grootheid. De thermische drempel Cth wordt in deze gevallen gegeven door Cth = 3 + 10-3 / t (mW);7 hierbij is t de tijd in secondes. Bij verschillende golflengtes (rood of groen) dient het vermogen van de laserpen gecorrigeerd te worden met een weegfactor. Aangezien deze altijd rond de 1 ligt, is 3 mW een veilige bovengrens voor thermische lichtschade van een laserpen.

Recent heeft de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) nieuwe richtlijnen uitgebracht.8 In de ICNIRP-richtlijn voor kleine lichtbronnen geldt een thermische drempel van Cth = 0,7 / t0,25 (mW), waarbij t de tijd is in secondes. Voor 0,1 s betekent dit een veilige grens van 1,2 mW. Omdat de diameter van de pupil in het algemeen kleiner is dan 7 mm en er meestal een ongestoorde knipperreflex is, worden laserpennen met een uitgangsvermogen van 5 mW of minder als veilig beschouwd. Bij langdurige blootstelling, zeker wanneer de knipperreflex vermeden wordt, kan echter al schade optreden bij vermogens kleiner dan 5 mW.9

Diagnose, beeldvormend onderzoek, beloop

De diagnose ‘laserpen-maculopathie’ is met de oogspiegel te stellen. Meestal lijkt het beeld op een solaire maculopathie die ontstaat na onbeschermd in de zon kijken, bijvoorbeeld tijdens een zonsverduistering. Met de oogspiegel is een subtiele of duidelijke gele laesie in de fovea centralis van de macula zichtbaar die na verloop van tijd spontaan verdwijnt of verlittekent. Bij ernstige maculopathie kunnen intra- en subretinale bloedingen, retinaoedeem, beschadiging van het retinale pigmentepitheel, en een ringvormige hypopigmentatie rond de fovea of een secundaire subretinale neovascularisatie zichtbaar worden.

De spectrale-domein-optische-coherentietomografie maakt met gereflecteerd licht een dwarse doorsnede door het netvlies zichtbaar. Hierop wordt de laserpenschade op het niveau van de fotoreceptoren en het retinale pigmentepitheel duidelijk zichtbaar, evenals de uiteindelijke verlittekening. Bij fluorescentieangiografie kan afhankelijk van de ernst van de verbranding een pathologisch fluorescentiepatroon worden gezien.

Na verloop van tijd kan de visus al dan niet spontaan verbeteren, afhankelijk van de ernst van de schade in het netvlies. Meestal is de aandoening unilateraal, maar deze kan ook bilateraal zijn, zoals bij patiënt C. Het klinisch beeld kan atypisch zijn, waardoor de diagnose gemist kan worden. Een rood oog met voorbijgaande cornea-epitheelletsels is meerdere keren beschreven na een laserpen-incident.10

Therapie

Er is geen behandeling voor laserpen-maculopathie. Anekdotisch is er mogelijk een gunstig effect van een kortdurende behandeling met orale of systemische glucocorticoïden, al dan niet in een hoge dosering, mits deze behandeling binnen 1 dag na het incident wordt gestart.11

Ordeverstoring en verbod

In 2009 werd in Nederland voor het eerst een man door de politierechter op Schiphol veroordeeld voor het belemmeren van een politietaak nadat hij opzettelijk met een groene laserpen op een politiehelikopter had geschenen. De piloot kreeg het felle licht in zijn oog en kon daardoor geen details meer waarnemen. Dat jaar werden na een soortgelijk incident op vliegveld Eindhoven Kamervragen gesteld aan de minister van Verkeer en Waterstaat, omdat niet letterlijk in de Nederlandse wet staat dat het hinderen van piloten met een laserstraal strafbaar is. Volgens de minister wilde dat echter niet zeggen dat mensen die zich hieraan schuldig maken vrijuit gaan.

Het aanstralen van piloten met een laserpen komt steeds vaker voor; in de eerste 9 maanden van 2012 waren er ruim 400 meldingen. Een gelijke trend is in het buitenland waarneembaar; in de VS worden voor dit soort incidenten jarenlange onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. Ook bij voetbalwedstrijden komen laserpen-incidenten steeds vaker voor.

Het televisieprogramma EenVandaag besteedde op 20 november 2012 ruim aandacht aan de problemen van de onveilige laserpen. Hierna werden opnieuw Kamervragen gesteld, waarin een verbod op het bezit en gebruik van onveilige laserpennen in de Wet Wapens en Munitie werd bepleit. Dit heeft als voordeel dat misbruik van onveilige laserpennen snel en streng kan worden bestraft, zeker bij het aanstralen van vliegverkeer en in grote menigten.

Preventie

Het gebruik van laserpennen van klasse 1 en 2A levert geen gevaar op bij standaardgebruik als laserpointer. De gebruikershandleiding met instructies voor veilig gebruik moet altijd gelezen en opgevolgd worden. Laserpennen zijn geen speelgoed. Het doorprikken van met water gevulde ballonnen met een laserpen door volwassenen tijdens feestelijke bijeenkomsten is een slecht voorbeeld voor kinderen. Het bezit en oneigenlijk gebruik van hoogpotente laserpennen zou wettelijk verboden moeten worden.

Dames en Heren, een laserpen is geen speelgoed. In deze klinische les hebben laten we zien dat het gebruik van de toenemend beschikbare, onveilige laserpennen tot ernstig oogletsel kan leiden met blijvend visusverlies. Wij vinden dat aan het gevaar van onveilige laserpennen meer bekendheid dient te worden gegeven om het publiek te laten beseffen dat laserpennen met een hoog vermogen niet als laserpointer maar als -wapen dienen te worden beschouwd.

Literatuur
  1. Van Norren D, Keunen JEE, Vos JJ. De laserpen als aanwijsstok niet aangetoond gevaarlijk voor de ogen. Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:1979-82 Medline.

  2. Gezondheidsraad. Laserpointers tegen het licht gehouden: een risico-evaluatie. Publicatienr. 1999/03. Den Haag: Gezondheidsraad; 1999.

  3. Mensah E, Vafidis G, Marshall J. Laser pointers: the facts, media hype, and hysteria. Lancet. 1998;351:1291 Medline. doi:10.1016/S0140-6736(05)79359-4

  4. Marshall J. The safety of laser pointers: myths and realities. Br J Ophthalmol. 1998;82:1335-8 Medline. doi:10.1136/bjo.82.11.1335

  5. Turaka K, Bryan JS, Gordon AJ, Reddy R, Kwong HM Jr, Sell CH. Laser pointer induced macular damage: case report and mini review. Int Ophthalmol. 2012;32:293-7 Medline. doi:10.1007/s10792-012-9555-z

  6. Wyrsch S, Baenninger PB, Schmid MK. Retinal injuries from a handheld laser pointer. N Engl J Med. 2010;363:1089-91 Medline. doi:10.1056/NEJMc1005818

  7. Commissie Optische straling. Optische straling. Gezondheidskundige advieswaarden voor blootstelling aan elektromagnetische straling met golflengten tussen 100 nanometer en 1 millimeter. Publicatienr. 1993/09. Den Haag: Gezondheidsraad; 1993.

  8. International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection. ICNIRP guidelines on limits of exposure to laser radiation of wavelengths between 180 nm and 1,000 µm. Health Phys. 2013;105:271-95. doi: 10.1097/HP.0b013e3182983fd4

  9. Robertson DM, McLaren JW, Salomao DR, Link TP. Retinopathy from a green laser pointer: a clinicopathologic study. Arch Ophthalmol. 2005;123:629-33 Medline. doi:10.1001/archopht.123.5.629

  10. Sethi CS, Grey RH, Hart CD. Laser pointers revisited: a survey of 14 patients attending casualty at the Bristol Eye Hospital. Br J Ophthalmol. 1999;83:1164-7 Medline. doi:10.1136/bjo.83.10.1164

  11. Hossein M, Bonyadi J, Soheilian R, Soheilian M, Peyman GA. SD-OCT features of laser pointer maculopathy before and after systemic corticosteroid therapy. Ophthalmic Surg Lasers Imaging. 2011;42:e135-8 Medline.

Auteursinformatie

Radboudumc, afd. Oogheelkunde, Nijmegen.

Prof.dr. J.E.E. Keunen en prof.dr. J.R.M. Cruysberg, oogartsen; drs. A.M.H. Delbecq, aios oogheelkunde.

Het Oogziekenhuis, Rotterdam.

Prof.dr. J.C. van Meurs, oogarts (tevens: Erasmus MC, afd. Oogheelkunde, Rotterdam).

Sint Franciscus Gasthuis, afd. Oogheelkunde, Rotterdam.

Drs. I.M. Gan, oogarts.

Maastricht UMC+, afd. Oogheelkunde, Maastricht.

Dr. T.T.J.M. Berendschot, biofysicus.

Contact prof.dr. J.E.E. Keunen (jan.keunen@radboudumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Verantwoording

J.E.E. Keunen is voorzitter van VISION 2020Netherlands, de Nederlandse projectgroep van de WHO tegen vermijdbare blindheid en slechtziendheid.

Auteur Belangenverstrengeling
Jan E.E. Keunen ICMJE-formulier
Ann-Laure M.H. Delbecq ICMJE-formulier
J.R.M. (Hans) Cruysberg ICMJE-formulier
Jan C. van Meurs ICMJE-formulier
Ivan M. Gan ICMJE-formulier
Tos T.J.M. Berendschot ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties