Een dieet tegen chronische moeheid door Candida albicans?
Open

Stand van zaken
28-10-1991
I. Berkhof, M. van Dusseldorp, C.M.A. Swanink en J.W.M. van der Meer
Zie ook de artikelen op bl. 2005, 2010, 2014 en 2019.

In de alternatieve, met name ‘orthomoleculaire’, geneeskunde wordt de gist Candida albicans beschouwd als de oorzaak van klachten van chronische vermoeidheid en van een reeks andere klachten en ziektebeelden, zoals depressies, menstruatiestoornissen, spijsverteringsproblemen en allergieën.1-4 Met een tegen C. albicans gerichte therapie denkt men een vermindering van de klachten te kunnen bewerkstelligen. De medicus practicus krijgt met deze zienswijze waarschijnlijk in toenemende mate te maken. In dit artikel willen wij daarom de rol van Candida species bij het ontstaan van moeheidsklachten en de op Candida gerichte therapie bespreken.

CANDIDA ALBICANS ALS OORZAAK VAN CHRONISCHE MOEHEID

C. albicans is een gist welke bij de mens als commensaal op huid en slijmvliezen voorkomt. Wanneer het microbiologisch evenwicht van de koloniserende bacteriële flora wordt verstoord door toediening van antibiotica, kan C. albicans uitgroeien en aanleiding geven tot oppervlakkige infecties (voornamelijk in de vorm van orofaryngeale candidiasis, vaginale candidiasis en intertrigineuze candidiasis). Ook hormonale en andere metabole veranderingen (corticosteroïdgebruik, diabetes mellitus) kunnen leiden tot symptomatische oppervlakkige candidiasis. De hardnekkige mucocutane candidiasis die men bij patiënten met een symptomatische HIV-infectie ziet, is niet goed verklaard, zij het dat de gestoorde T-cel-functie hier een rol lijkt te spelen.5 Bij de groep (veelal aangeboren) ziekten die aangeduid wordt als chronische mucocutane candidiasis worden soms ook functionele afwijkingen van de T-lymfocyten gevonden. Wanneer de barrière van huid en slijmvliezen wordt beschadigd (zoals door injectienaalden, canules en cytostatica) en vooral wanneer ook de granulocytaire afweer is verstoord (door cytostatica, corticosteroïden of door congenitale afweerstoornissen) ziet men diepe Candidainfecties.6

Bij patiënten met oppervlakkige candidiasis zijn er ondanks zeer hoge kiemgetallen van C. albicans geen opvallende moeheidsklachten, tenzij deze door een aan de infectie ten grondslag liggende ziekte worden teweeggebracht.

Volgens de orthomoleculaire denkwijze zouden hyfen van C. albicans door de slijmvliesbekleding van het spijsverteringskanaal heen dringen en in de bloedbaan terechtkomen. Van hieruit kunnen C. albicans en het door Candida geproduceerde ethanal alle onderdelen van het lichaam bereiken; dit wordt als ‘gegeneraliseerde Candida-infectie’ aangeduid. Gesteld wordt dat de ethanal de klachten van chronische moeheid veroorzaakt.12 Voor deze veronderstellingen bestaat geen wetenschappelijk bewijs. Bij de diagnostiek van de ‘gegeneraliseerde Candida-infectie’ wordt gebruik gemaakt van ongevalideerde technieken als donkerveldmicroscopie van bloed (een techniek die bij patiënten met bewezen candidemie geen waarde heeft) en kinesiologie (dat is het meten van spierspanning). Behalve de door ons reeds genoemde factoren zouden de volgende factoren de uitgroei en invasie van C. albicans beïnvloeden:2 suikerrijk voedsel en een defect immuunsysteem als gevolg van eenzijdige, onvolwaardige voeding, hormoonveranderingen, de anticonceptiepil, stress en oude virusinfecties. Deze aangenomen verzwakking van het immuunsysteem is niet nader gespecificeerd, laat staan aangetoond.

THERAPIE

De orthomoleculaire behandeling van een ‘gegeneraliseerde Candida-infectie’ berust op 4 pijlers:2

– het tot groeistilstand brengen en doden van Candida en pleomorfe vormen van de gist (bijvoorbeeld met nystatine, ketoconazol en amfotericine B);

– versterking van het immuunsysteem (door middel van vitaminen en mineralen);

– herstel van de normale flora van het spijsverteringskanaal;

– het stoppen van inname van C. albicans en stoffen waarvan Candida leeft door middel van het zogenaamde Candida-dieet.

Het Candida-dieet.

Richtlijnen die bij het Candida-dieet gegeven worden, zijn: vermijd voedingsmiddelen die gist bevatten, vermijd suiker en andere zoetstoffen (ook kunstmatige zoetstoffen en alle levensmiddelen die suiker en zoetstoffen bevatten), alle geraffineerde graanprodukten en voedingsmiddelen en dranken waarbij fermentatie heeft plaatsgevonden (zoals kaas en alcoholische dranken); zorg voor voldoende inname van voedingsvezel; gebruik geen vlees en gevogelte dat resten bevat van antibiotica of steroïden. Vermijd vis met een hoog kwikgehalte (hiervan is vaak sprake bij zoetwatervis); vermijd ten minste de eerste 4 weken van het dieet fruit en maak zoveel mogelijk gebruik van verse voedingsmiddelen; neem geen melkprodukten, met uitzondering van yoghurt met rechtsdraaiend melkzuur; vermijd inhalatie van levende gist en schimmelsporen (zoals aanwezig in kelders, kasten, matrassen, vloerbedekking, oude kranten en boeken, compost en ander rottend plantenmateriaal); zorg voor dagelijkse lichaamsactiviteit en voldoende frisse lucht (geen explosieve sporten of bewegingen, maar regelmatige spieractiviteiten, zoals wandelen en rustig fietsen); spoor eventuele allergieën of intoleranties voor andere voedingsmiddelen op.

Bewijsvoering dat een dergelijke dieetbehandeling – aangevuld met bijvoorbeeld fungistatica als ketoconazol en nystatine en met vitaminen en mineralen – werkt, is er niet. Het enige wetenschappelijke onderzoek naar de anti-Candida-behandeling is dat van Dismukes et al.7 Zij konden geen gunstig effect aantonen van nystatine bij een groep van 42 vrouwen in de premenopauze met klachten van chronische vermoeidheid, premenstruele spanningen en gastro-intestinale klachten en depressie. Ondanks de waarneming dat oppervlakkige schimmelinfecties verdwenen, was er geen effect op de andere klachten. Een dieet werd door deze onderzoekers niet gegeven.

BESCHOUWING

In het kader van een afstudeerproject voor de studierichting Voeding en Diëtetiek aan de Hogeschool te Nijmegen werd het Candida-dieet bestudeerd. Het werd duidelijk dat bij een aantal richtlijnen voor het Candida-dieet kanttekeningen geplaatst kunnen worden. Complexe koolhydraten zijn bijvoorbeeld toegestaan, omdat zij zodanig afgebroken zouden worden dat gisten deze niet als voedsel kunnen gebruiken. Complexe koolhydraten worden echter in het spijsverteringskanaal afgebroken tot glucose en in de dunne darm geresorbeerd. Glucose is een voedingsbron voor C. albicans.

Voorts worden kaas en melk(produkten) afgeraden met uitzondering van ‘yoghurt’ met rechtsdraaiend melkzuur vanwege het gunstige effect van rechtsdraaiend melkzuur op de darmflora. Door een aantal auteurs wordt de gunstige invloed van rechtsdraaiend melkzuur sterk betwijfeld.89 Uit onderzoek is gebleken dat linksdraaiend melkzuur in het algemeen geen klachten veroorzaakt.8 Bovendien zouden de feitelijke hoeveelheden linksdraaiend melkzuur in de voeding en het lichaam sterk worden overschat. Het melkzuur in karnemelk, kaas en kwark bestaat voor 95 uit rechtsdraaiend melkzuur;8 deze voedingsmiddelen worden echter afgeraden.

Vegetarische voedingsbronnen zoals tempeh en tofu zijn toegestaan, terwijl schimmels, gist en gistbevattende produkten afgeraden worden. Tempeh en tofu hebben een fermentatieproces ondergaan: tempeh met een schimmel, tofu met een gist.

Wij hebben ons vervolgens de vraag gesteld of het volgen van het dieet kwaad kan. Daartoe werd een berekening van de voedingsstoffen gemaakt van 4 dagvoedingen, welke opgesteld waren volgens de richtlijnen van het Candida-dieet. Hieruit bleek dat het volgen van dit dieet geen tekorten aan voedingsstoffen behoeft te geven. Er dient echter opgemerkt te worden dat de gehalten aan vetten en koolhydraten sterk afwijken van de aanbevelingen van de Commissie Voedingsnormen van de Voedingsraad.10 In de 4 dagvoedingen volgens de richtlijnen van het Candida-dieet wordt gemiddeld 46 van de energie geleverd door vet (aanbevolen 30-35 energie) en 35 van de energie door koolhydraten (aanbevolen 55 energie). De hoeveelheid verzadigde vetzuren in het dieet is met 9 energie (aanbevolen 10 energie) echter niet te hoog. Het Candida-dieet hoeft daarom geen nadelig effect te hebben op het serumcholesterolgehalte. Of een hoge vetconsumptie het ontstaan van bepaalde vormen van kanker bevordert, is nog onduidelijk. De gemiddelde dagvoedingen leveren voldoende koolhydraten om in de glucosebehoefte te voorzien. Het is onduidelijk of de vitaminen en mineralen, die vaak tijdens het dieet worden gesuppleerd, een gunstig effect hebben op het immuunsysteem. Van de 13 Nederlandse orthomoleculaire artsen aan wie in het kader van dit afstudeerproject vragen werden gesteld over de behandeling van een Candida-infectie, schreven er 6 vitamine A voor in hoeveelheden variërend van 3000 tot 10.000.000 retinolequivalenten per dag, terwijl hoeveelheden vanaf 15.000 retinolequivalenten vitamine Adag bij chronisch gebruik schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.11

Samenvattend: de orthomoleculaire theorie van de ‘gegeneraliseerde Candida-infectie’ als oorzaak van vermoeidheidsklachten is wetenschappelijk niet onderbouwd. Medicamenteuze therapie gericht tegen C. albicans lijkt niet werkzaam. Het volgen van het Candida-dieet hoeft geen tekorten aan voedingsstoffen op te leveren. Wel dient opgemerkt te worden dat soms toxische hoeveelheden vitamine A worden gesuppleerd bij het dieet. Er is geen wetenschappelijke reden om patiënten te adviseren een dergelijk dieet te volgen.

Literatuur

  1. Crook WG. The yeast connection. 4e druk. New York: VintageBooks, 1986.

  2. Kruyswijk-van der Heijden A, Waal Malefijt M de.Schimmels, suiker en allergie, vergis(t) je niet! Ankertjesreeks nr 160.Deventer: ANKH-Hermes, 1989.

  3. Truss CO. The missing diagnosis. 4e druk. Birmingham, AL,1985.

  4. Nieuwenhuis RA. Systemische candidiasis, onbekend maaktonbehandeld. De Orthomoleculaire Koerier 1989; nr 14. Oktober:5-10.

  5. Sobel JD. Controversial aspects of candidiasis in theacquired immunodeficiency syndrome. In: Vanden Bossche H, Mackenzie DWR,Cauwenbergh G, Cutsem J van, Drouhet E, Dupont B, eds. Mycoses in AIDSpatients. New York: Plenum Press, 1990.

  6. Warnock DW. Introduction to the management of fungalinfection in the compromised patient. In: Warnock DW, Richardson MD, eds.Fungal infection in the compromised patient. New York: Wiley, 1991.

  7. Dismukes WE, Wade JS, Lee JY, et al. A randomized,double-blind trial of nystatin therapy for the candidiasis hypersensitivitysyndrome. N Engl J Med 1990; 323: 1717-23.

  8. Waard H de, Stadhouders J. Het metabolisme vanD(-)-melkzuur. Zuivelzicht 1983; nr 3031. Juli 27: 680-1.

  9. Anonymus. Heeft het gebruik van rechtsdraaiende zuremelkprodukten voordelen?Ned Tijdschr Geneeskd1984; 128: 1437-8.

  10. Commissie Voedingsnormen. Nederlandse voedingsnormen1989. 's-Gravenhage: Voorlichtingsbureau voor de voeding,1989.

  11. Schrijver J, Dusseldorp M van, Katan MD. Vitaminen.Ned Tijdschr Geneeskd 1989; 133:2484-90.