Dwalingen in de methodologie. XXVIII. Nog meer problemen met longitudinaal onderzoek: uitvallers, kop-staarteffecten en interperiodecorrelaties

Klinische praktijk
H.C.G. Kemper
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:2293-7
Abstract

Samenvatting

- Met voorbeelden ontleend aan een longitudinaal onderzoek bij circa 300 tieners (‘Amsterdams groei- en gezondheidsonderzoek’) kunnen storende effecten in longitudinaal onderzoek worden geïllustreerd die de werkelijke leeftijdstrends kunnen hebben verstoord.

- Door een complexere longitudinale opzet te kiezen (gebruikmaking van meerdere geboortecohorten en een extra controlegroep die niet longitudinaal is gemeten), kan men mogelijke storende effecten opsporen.

- Een probleem met de longitudinale opzet vormen de uitvallers: door over de periode vóór de uitval de waarnemingen bij de uitvallers te vergelijken met die bij de blijvers in dezelfde periode kan men selectieve uitval op het spoor komen.

- Bij een multipele longitudinale opzet met elkaar overlappende cohorten moet men rekening houden met kop-staarteffecten: de betrouwbaarste gegevens vindt men in het middengebied met de meeste overlapping.

- Met interperiodecorrelaties kan men de stabiliteit en de nauwkeurigheid van de metingen bepalen.

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, Faculteit der Geneeskunde, Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek, Van der Boechorststraat 7, 1081 BT Amsterdam.

Contact Prof.dr.H.C.G.Kemper, inspanningsfysioloog, bewegingswetenschapper en epidemioloog (hcg.kemper.emgo@med.vu.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties