Diagnostisch redeneren bij multimorbiditeit

Klinische praktijk
Marcel G.M. Olde Rikkert
Julian D. Lieverse
Jeroen F. Uleman
Martin P.J. Beeres
C.F. (Erik) Stolper
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5537
Abstract

Toets voor nascholing

Aan dit leerartikel is een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kan verdienen.

Maak de toets
Overzicht van te behalen accreditatiepunten
Specialisme Punt(en)
Accreditatie (artsen) buiten eigen vakgebied 1

Deze toets is geaccrediteerd door het Accreditatie Bureau Algemene Nascholing (ABAN) en is geldig voor alle BIG-erkende specialismen (1 punt) voor nascholing binnen het eigen vakgebied. Dit geldt zowel voor de specialismen in het ziekenhuis als de huisartsgeneeskunde en sociale geneeskunde. Ook physician assistants kunnen deze toets maken.

Toewijzing van punten verloopt automatisch via PE-online.

Samenvatting

  • Bij mensen met multimorbiditeit bestaan er vaak interacties tussen de verschillende ziekten; deze worden verdeeld in toevallige, causale, complicerende of synergistische interacties.
  • Het is van groot belang om samen met de patiënt te bepalen wat het doel van de diagnostiek moet zijn, omdat het uitsluiten van diagnoses bij patiënten met interacterende multimorbiditeit snel kan leiden tot belastende overdiagnostiek en ongewenste toevalsbevindingen.
  • Op ziekte gerichte richtlijnen passen niet goed bij de klachten van patiënten met multimorbiditeit; het is daarom verstandig om nieuwe klachten eerst te verklaren vanuit progressie van de bekende multimorbiditeit, indien nodig aangevuld met onderzoek naar nieuwe ziekten.
  • Bij de gezamenlijke besluitvorming over hulpdiagnostiek moet worden besproken wat de consequenties kunnen zijn van de mogelijke uitkomsten.
  • Het diagnostisch redeneren bij patiënten met complexe multimorbiditeit kan worden vergemakkelijkt door een diagram te maken waarin de ziekte-interacties worden gevisualiseerd.
Auteursinformatie

Radboudumc, Nijmegen. Afd. Geriatrie/Radboudumc Alzheimer Centrum: prof.dr. M.G.M. Olde Rikkert, klinisch geriater; J.D. Lieverse, BSc, geneeskundestudent; J.F. Uleman, MSc, promovendus (tevens: Universiteit van Amsterdam, Institute for Advanced Study, Amsterdam). Afd. Eerstelijnsgeneeskunde: drs. M. P.J. Beeres, huisarts (tevens: Huisartspraktijk Parklaan, Hoevelaken). Maastricht University, School for Public Health and Primary Care (CAPHRI), vakgroep Huisartsgeneeskunde, Maastricht: dr. C.F. Stolper, huisarts-onderzoeker (tevens: Universiteit van Antwerpen, faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, vakgroep Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg, Wilrijk, België).

Contact M.G.M. Olde Rikkert (marcel.olderikkert@radboudumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Marcel G.M. Olde Rikkert ICMJE-formulier
Julian D. Lieverse ICMJE-formulier
Jeroen F. Uleman ICMJE-formulier
Martin P.J. Beeres ICMJE-formulier
C.F. (Erik) Stolper ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties

Sonja
Dielemans

Geachte schrijvers van dit artikel,

Scrollend door NTVG- CME toetsen vond ik uw artikel.

Wat heeft u het belang van ‘de aanpak van medische klachten bij patiënten met multimorbiditeit’ goed leesbaar geschreven. In het verpleeghuis is deze werkwijze ‘de standaard’ ( als t goed is). Dus een extra motivatie voor een klinische stage (3-6 maanden) in het verpleeghuis voor ALLE aios die in hun eigen werkveld te maken hebben met ‘de oudere, kwetsbare patiënt’.

Een win- win situatie. Het helpt namelijk ook de muren te slechten tussen 1e en 2e lijns zorg. We moeten samenwerken en zo mogelijk dezelfde ‘taal’ spreken in deze zorg. En wellicht ervaren aios het mooie van werken in de 1e lijn/ ouderenzorg en switchen ze van vakgebied. Gezien de werkloosheid na sommige opleidingen zie ik dat als positief bij-effect.  
 

met hartelijke groet,

Sonja Dielemans, specialist ouderengeneeskunde