De wet van de remmende voorsprong

Patrick Verhoeven
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:B737

artikel

De wet van de remmende voorsprong is een fenomeen dat door Jan Romein in 1937 is beschreven in zijn essay ‘De dialectiek van de vooruitgang’. De wet stelt dat een voorsprong op een bepaald gebied ertoe kan leiden dat er weinig stimulans is om verdere vooruitgang op te zoeken. Dit kan ons dokters ook overkomen, in ons beroep, maar ook als patiënt.

Al jaren had ik klachten van eenzijdige doofheid en tinnitus. Na een eerste onderzoek bij mijn huisarts ging ik naar een collega in het lokale ziekenhuis. Ook daar bracht een gehoor- en spraaktest eenzijdig, doch niet indrukwekkend gehoorsverlies naar boven. We spraken af het aan te zien en na 2 jaar te controleren. Na een paar controles voelde ik me toch niet lekker bij dit beleid, laten we het ‘intuïtie’ noemen. Ik besprak mijn zorgen met de collega in het ziekenhuis. Ik wilde geen paniek zaaien, maar was er niet gerust op, eenzijdig progressief gehoorsverlies bij een jonge kerel. Hij stelde me gerust door me amicaal toe te lachen en te zeggen dat ik niet op zoek moest naar ‘witte raven’, ik werd gewoon ouder en als ik zo doorging zou ik op mijn 40e een gehoorapparaat nodig hebben. Ik wist te veel en dacht te veel als dokter. Uiteindelijk zette ik het van me af, accepteerde het, en bedacht me dat het inderdaad wel zo zou zijn. Tot mijn klachten in de loop van een half jaar verergerden, met daarbij hoofdpijn en duizeligheid. In overleg met een andere collega werd een MRI-scan verricht, die de oorzaak uiteindelijk aan het licht bracht.

Veel mensen hebben mij achteraf gevraagd of het nou een voor- of een nadeel is om als dokter patiënt te zijn. Die vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Het voordeel is ongetwijfeld dat je de wegen kent en de mogelijkheid hebt bij een collega een vraag te stellen. Ook kun je beter uitzoeken waar je voor jouw specifieke aandoening terecht kunt, door gebruik te maken van je netwerk, PubMed etc. Een nadeel in mijn geval is zeker geweest dat de collega-arts dacht dat ik ‘witte raven’ zag en ik me, bewust van de statistieken, ook zand in de ogen heb laten strooien. Daarnaast wilde ook ik, als patiënt, niet zeuren; uiteindelijk wil je ook geloven dat er niets aan de hand is. Daardoor heb ik misschien te weinig aangedrongen, wat ik als leek wellicht meer had gedaan. Een ander voordeel, maar ook nadeel, is dat je je als dokter-patiënt, meer dan je wellicht zou willen, bewust bent van je gezondheidstoestand en de mogelijke risico’s van interventie daarin. Mijn conclusie is dat mijn voorsprong van kennis heeft geleid tot zowel patiënt- als dokters-‘delay’.

Moraal van het verhaal? Dokters als patiënt verdienen niet meer, maar wel andere aandacht, vanwege de kennis en emoties die het beeld kunnen vertroebelen.

Ook interessant

Reacties