De vetzuuroxidatiestoornis 'short chain'-acyl-CoA-dehydrogenasedeficiëntie: relatief hoge prevalentie en sterk wisselend fenotype; neonatale screening niet geïndiceerd

Onderzoek
B.T. van Maldegem
M. Duran
R.J.A. Wanders
K.E. Niezen-Koning
M. Hogeveen
L. IJlst
H.R. Waterham
F.A. Wijburg
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:1678-85
Abstract

Samenvatting

Doel

Beschrijven van de klinische, genetische en biochemische kenmerken van ‘short chain’-acyl-CoA-dehydrogenase(SCAD)-deficiëntie (SCADD), een metabole stoornis met variabele klinische verschijnselen, die is opgenomen in neonatale screeningsprogramma’s in delen van de Verenigde Staten en Australië, verhelderen van de genotype-fenotyperelatie en bediscussiëren van de neonatale screening op SCADD.

Opzet

Retrospectieve studie van 31 SCADD-patiënten en 8 SCADD-familieleden.

Methode

Patiënten en familieleden werden geïncludeerd als er biochemische SCADD-kenmerken aanwezig waren (verhoogde concentratie C4-carnitine en/of ethylmalonzuur) in combinatie met een mutatie en/of de c.511C> T- of c.625G> A-variant op elk ACADS-allel (ACADS is het gen dat codeert voor het SCAD-enzym). Patiënten werden verdeeld in 3 groepen: mutatie/mutatie-, mutatie/variant- en variant/variantgroep.

Resultaten

De geboorteprevalentie voor SCADD bedroeg minimaal 1:50.000. De meeste patiënten presenteerden zich vóór de leeftijd van 3 jaar, voornamelijk met ontwikkelingsachterstand, epilepsie, gedragsstoornissen en/of hypoglykemie. Het ACADS-genotype hield statistisch significant verband met biochemische, maar niet met klinische kenmerken. Van de 8 SCADD-familieleden hadden er 7 geen symptomen. Bij 5 van de 31 patiënten, onder wie 2 met ernstige symptomen, werd een tweede diagnose gesteld, die de symptomen kon verklaren.

Conclusies

SCADD kwam vaker voor dan wij aanvankelijk hadden aangenomen en de symptomen waren aspecifiek, vaak voorbijgaand of afwezig en niet gecorreleerd aan specifieke ACADS-genotypen. SCADD voldoet niet aan belangrijke neonatale screeningscriteria en is daarom niet geschikt voor opname in neonatale screeningsprogramma’s.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:1678-85

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Afd. Kindergeneeskunde: mw.drs.B.T.van Maldegem en hr.prof.dr.F.A.Wijburg, kinderartsen Metabole Ziekten.

Laboratorium Genetische Metabole Ziekten: hr.dr.M.Duran, klinisch chemicus; hr.prof.dr.R.J.A.Wanders, klinisch biochemisch geneticus; hr.L.IJlst, researchanalist; hr.dr.H.R.Waterham, klinisch moleculair geneticus.

Universitair Medisch Centrum Groningen, Researchlaboratorium, afd. Kindergeneeskunde/Metabole Ziekten, Groningen.

Mw.dr.K.E.Niezen-Koning, klinisch biochemisch geneticus.

Universitair Medisch Centrum St Radboud, afd. Kindergeneeskunde, Nijmegen.

Mw.drs.M.Hogeveen, kinderarts en fellow Metabole Ziekten.

Contact mw.drs.B.T.van Maldegem (b.t.vanmaldegem@amc.uva.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties