De 'Veenhuizensche oogziekte'

Perspectief
J. de Vries
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2813-8
Abstract

Samenvatting

In 1860 bleek er in de gestichten van de voormalige Maatschappij van Weldadigheid te Veenhuizen, die waren overgenomen door de Nederlandse staat, een onbekende oogziekte te heersen. In deze gestichten woonden en werkten ruim 5000 wezen en voormalige bedelaars. De minister van Binnenlandse Zaken zond de oogarts Herman Snellen (1834-1908) op onderzoek uit. Hij rapporteerde dat de mensen dicht op elkaar sliepen en eetbakken en handdoeken deelden. Goed drink- en waswater was er niet. Er bleken 788 (15) personen trachoom te hebben. Op Snellens advies werd een begin gemaakt met de verbetering van de hygiënische omstandigheden, maar daarbij bleef het. De echte afname in prevalentie kwam pas rond 1900 en lijkt samen te hangen met een afname van het aantal bewoners en verbeteringen in de hygiëne.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2813-8

Auteursinformatie

Het Oogziekenhuis Rotterdam, Schiedamse Vest 180, 3011 BH Rotterdam.

Hr.dr.J.de Vries, oogarts.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties