De toekomst van een kind

Wim Opstelten
Wim Opstelten
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:B1963

In onze praktijk hebben we nog altijd de gewoonte om kraamvisites te doen. Ook als het nieuwkomertje al uitvoerig is nagekeken door de kinderarts en de moeder goede zorg van de verloskundige krijgt, komen we even langs. Vaak mijn vrouwelijke collega, ik doe weer wat meer condoleancebezoeken. Zo is het in de huisartsenpraktijk vaak een afwisseling van vreugde en verdriet.

Bij ieder kraambezoek weer raak ik ontroerd door zo’n klein, teer mensje met alles erop en eraan in mijn grote handen. Ondanks al onze kennis omtrent genetica, embryologie en moleculaire biologie blijft het ontstaan van nieuw leven bijna niet te bevatten. Het raakt aan de grens van wat wij kunnen, en kunnen begrijpen. Maar die grens verschuift wel, zo laten Marjolein Mijnders en haar collega’s zien (D6011). Inmiddels kunnen we uit weefsel van patiënten orgaantjes nabootsen. Hoewel deze ontwikkeling natuurlijk ook ethische vragen oproept, biedt het een futuristisch zicht op bijna ongekende mogelijkheden voor onderzoek en behandeling, ook voor kinderen die níet volmaakt geboren worden.

‘We kunnen ouders best vragen of ze hulp willen bij de opvoeding’

Wat we nu al kunnen doen, is het verbeteren van het toekomstperspectief van kinderen van ouders met een angst- of stemmingsstoornis. Deze kinderen hebben door hun genetische kwetsbaarheid en vaak minder gunstige thuissituatie een aanmerkelijk verhoogd risico om ook zelf een psychiatrische stoornis te ontwikkelen. Daarom zijn inmiddels programma’s ontwikkeld om deze kinderen en hun ouders preventief te ondersteunen (D6144).

Door gevoelens van schaamte en schuld zullen sommige ouders het moeilijk vinden om hieraan mee te doen. De eerste data over de effectiviteit van deze programma’s zijn echter hoopgevend. Daarbij is het belangrijk dat deze kwetsbare kinderen vroeg in beeld komen. Psychiaters, jeugdartsen en zeker ook huisartsen kunnen daaraan bijdragen door deze ouders bijvoorbeeld gewoon te vragen of ze vanwege de omstandigheden waarin ze verkeren hulp zouden willen bij de opvoeding van hun kinderen. Wanneer die vraag in alle openheid wordt gesteld, zal geen ouder deze als beledigend of stigmatiserend ervaren. Het kan juist leiden tot een gesprek waarin de zorg voor het kind en het ouderschap centraal komen te staan.

Gerelateerde artikelen

Reacties