De preventie-hype
Open

Redactioneel
15-10-2020
Pieter van Eijsden

De hoofdredactie neemt elke week de artikelen door die gepubliceerd zijn door Nederlandse onderzoekers en daarnaast al het onderzoek uit grote internationale bladen. Ik gebruik daarbij onze infographic over de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek, die ik iedereen aanraad die snel en goed wetenschappelijke literatuur wil beoordelen (A9004). Om het leuk te houden, maak ik er altijd een spelletje van door te voorspellen wat de uitkomst gaat zijn. Vitamine D-studie? Altijd negatief. Oncologiestudie? Superklein effect op dubieuze eindpunten van heel erg duur middel. Ik heb daar natuurlijk niet altijd gelijk in, maar helaas wel heel vaak.

Mijn vooroordelen bij studies over gedragsverandering en preventie zijn: methodologie die net (niet) door de beugel kan, superklein effect op de korte termijn, verkregen met heel veel inspanning en in een zeer gemotiveerde populatie. We hebben daar eerder kritisch over geschreven (D3809, D3600).

‘Baat het niet, dan schaadt het niet’, zult u misschien zeggen. Dat ben ik dan niet met u eens. Als je patiënten voorhoudt dat hun problemen gewoon door henzelf oplosbaar zijn, geef je ze een heel grote kans te falen en een nieuwe reden om zichzelf te haten.

Nu kun je natuurlijk beweren dat het sowieso onze taak is om mensen te wijzen op het nut van gedragsverandering, en dat is waar. Wat je niet kunt beweren, is dat het ook werkt, want mensen zijn grammofoonplaten met heel diepe groeven. Er is een flinke klap nodig om de naald uit die groef te slaan.

Maar soms krijgen mensen ook heel harde klappen en dat is nou precies wel het moment waarop we met onze adviezen moeten komen. Dat heet dan een ‘teachable moment’ (D4835). Een zwangerschap of een hartinfarct is het perfecte moment om iemand nog eens te adviseren om met roken te stoppen of gezonder te gaan eten. Laat dat moment dus niet voorbijgaan. Blijf daarnaast ook vooral een beetje roepen in de woestijn. Misschien is er af en toe toch iemand die je hoort.