De prevalentie bij ouderen van de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie en dementie bij de ziekte van Parkinson; het ERGO-onderzoek
Open

Onderzoek
28-01-1996
A. Ott, M.M.B. Breteler, E.B. Birkenhäger-Gillesse, F. van Harskamp, I. de Koning en A. Hofman

Doel.

Onderzoek naar de prevalentie van dementie en subtypen van dementie in de algemene bevolking van 55 jaar en ouder.

Opzet.

Dwarsdoorsnede-bevolkingsonderzoek.

Plaats.

De wijk Ommoord, Rotterdam.

Methode.

Van juli 1989 tot juli 1993 werden 7528 deelnemers aan het ‘Erasmus Rotterdam gezondheid en ouderen’ (ERGO)-onderzoek, in leeftijd variërend van 55 tot 106 jaar, gescreend op cognitieve stoornissen met behulp van de ‘Mini-mental state examination’ en de ‘Geriatric mental state schedule, community version’. Personen met een positieve screeningsuitslag werden uitgebreid aanvullend onderzocht op dementie.

Resultaten.

De prevalentie van dementie was 6,3, variërend van 0,4 bij 55-59-jarigen tot 43,2 in de leeftijdscategorie van 95 jaar en ouder. Tussen de 60 en 85 jaar verdubbelde de prevalentie per 5 jaar leeftijdstoename. ‘Ziekte van Alzheimer’ was de meest frequente subdiagnose (72), gevolgd door ‘vasculaire dementie’ (16) en ‘dementie bij de ziekte van Parkinson’ (6).

Conclusie.

De prevalentie van dementie steeg exponentieel met de leeftijd bij 55-plussers. Ruim eenderde van de 85-plussers in de algemene bevolking lijdt aan een dementiesyndroom. Bijna driekwart van alle personen met dementie had de ziekte van Alzheimer. Als men deze prevalentiecijfers als uitgangspunt neemt, lijden in Nederland naar schatting 160.000 personen van 55 jaar en ouder aan dementie.