artikel
Huisartsen worden gezien als ‘poortwachters’ van de gezondheidszorg. Zowel niet-acute zorgvragen als ggz-problematiek en acute zorg kunnen vaak goed in de eerste lijn blijven. Zo blijft de zorg toegankelijk en zijn de zorgkosten beheersbaarder dan in onze buurlanden.
Toch is de solistische rol van ‘poortwachter’ niet meer van deze tijd. Verwachtingen van patiënten veranderen, en de poort wordt regelmatig omzeild. Met commerciële zelfdiagnostiek, zoals thuisafnametesten voor soa’s, online-second opinions of total bodyscans, kunnen patiënten de huisarts omzeilen. Deze diagnostiek is niet altijd betrouwbaar en vaak onnodig, maar eventuele vervolgdiagnostiek of behandeling komt wél op het bord van de huisarts terecht, en de kosten op rekening van de samenleving.
De solistische rol van ‘poortwachter’ is niet meer van deze tijd
Gelukkig zijn er initiatieven die de huisarts ondersteunen, zoals het ‘meedenkadvies’, waarbij specialisten laagdrempelig in consult kunnen worden gevraagd, en het ‘spoedplein’, waarbij de huisartsenpost geïntegreerd is in de SEH. Maar de poorten tot niet-passende zorg kunnen we als huisarts niet sluiten, terwijl dit wél nodig is om de rest van de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Veel commerciële zelfdiagnostiek valt nu immers buiten de Wbo en hoeft niet getoetst te worden aan de criteria voor verantwoord screenen.
Zoals ook al naar voren kwam in het eerdere advies ‘Iedereen bijna ziek’ van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, is een kritische en proactieve rol van de overheid en nieuwe wetgeving nodig. Alleen zo kunnen we de poorten strakker sluiten voor niet-passende zorg. Op die manier behouden huisartsen een cruciale rol bij de toegang tot de zorg, zonder er alleen voor te staan.




Reacties