De Mexicaanse griep: reacties van het publiek op de berichtgeving, gemeten met een internetpanel
Open

Onderzoek
05-06-2009
Marloes Bults en Desirée J.M.A. Beaujean

Doel

Vaststellen hoe het algemene publiek reageert op de berichtgeving over de Mexicaanse griep.

Opzet

Onlinevragenlijstonderzoek.

Methode

In de periode 30 april-4 mei 2009 vulden 572 personen een online vragenlijst in.

Resultaten en conclusie

Van de respondenten had 88% voldoende algemene kennis over de Mexicaanse griep. De meesten hadden de informatie verkregen via de televisie (69%). Er was behoefte aan meer informatie over de klachten van de griep en over hoe men zelf besmetting kan voorkomen.

Inleiding

De afgelopen weken is er in de media ruimschoots aandacht geweest voor de Mexicaanse griep. Nu de eerste gevallen in Nederland zijn bevestigd, is het zinvol om te weten hoe het publiek reageert op deze berichtgeving. Ervaart het publiek een dreiging; is er bezorgdheid; hoe denkt men over preventieve maatregelen en wat vindt het publiek van de voorlichting? Hiernaar doet de GGD Rotterdam-Rijnmond samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzoek. In dit artikel bespreken we de actuele situatie.

Deelnemers en methode

Via een representatief internetpanel, het zogenaamde ‘Flycatcher’-panel (www.flycatcher.nl) vulden 572 respondenten een online vragenlijst in, in de periode 30 april-4 mei 2009. De samenstelling van het panel was vergelijkbaar met die van de Nederlandse bevolking op basis van geslacht, leeftijd, opleiding en provincie. De respons was 59%. Evenveel mannen als vrouwen deden aan het onderzoek mee. De leeftijd varieerde van 18-35 jaar (24%), 35-55 jaar (38%) tot 55-65 jaar en ouder (39%). Van de respondenten was 40% middelhoog opgeleid, 37% laag en 22% hoog opgeleid.

Resultaten

De respondenten hadden voldoende algemene kennis over Mexicaanse griep; 88% (n = 502) had meer dan de helft van de kennisvragen goed (figuur 1). Mexicaanse griep werd door 79% (n = 453) als een ernstige of heel ernstige ziekte beschouwd, en minder dan een kwart (n = 17,8%; n = 99) achtte de kans waarschijnlijk tot zeker om zelf Mexicaanse griep te krijgen. Men ervoer de dreiging van Mexicaanse griep als zijnde ongeveer even groot als de dreiging van suikerziekte of een hartaanval (tabel 1).

De meeste panelleden maakten zich zorgen over de Mexicaanse griep (78%; n = 447). Hun werden 7 maatregelen voorgelegd. Het effectiefst daarvan vond men het vermijden van landen waar Mexicaanse griep voorkomt, goede hygiëne en het raadplegen van de huisarts bij griepklachten (tabel 2).

Daarnaast achtte 82% (n = 469) zichzelf in staat deze maatregelen te treffen en 84% (n = 480) was van plan dit ook daadwerkelijk te doen als overheidsinstanties dit adviseren. De overgrote meerderheid (90%; n = 515) had nog geen maatregelen genomen. Een klein deel had extra op hygiëne gelet en plaatsen vermeden waar veel mensen zijn. Ruim twee derde van de respondenten (72%; n = 413) vond dat de overheid voldoende en/of betrouwbare informatie geeft over de Mexicaanse griep. Televisie was de belangrijkste bron van informatie (69%; n = 395), gevolgd door kranten en internet. De actuele behoefte betrof vooral informatie over wat de klachten van de Mexicaanse griep zijn en hoe men zelf kan voorkomen besmet te raken.

Consequenties voor de praktijk

Deze onderzoeksresultaten wijzen erop dat de overheid moet doorgaan met het informeren van het publiek via de media. Er zou meer aandacht besteed kunnen worden aan informeren van het publiek over wat de klachten van de Mexicaanse griep zijn en hoe men zelf besmetting kan voorkomen.