De hygiënehypothese gaat niet op

Klinische praktijk
C.P. van Schayck
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2597
Abstract

Zie ook het artikel op bl. 2596.

De briljante hygiënehypothese biedt een interessante verklaring voor de recente toename van allergie in de westerse wereld.1 De hygiënehypothese is populair, maar is er feitelijk bewijs? Verschillende observationele onderzoeken suggereren dat infecties door een zogenaamd ‘sibling’-effect, dat is het effect van het contact met oudere broers en zussen, beschermen tegen allergie. Daarnaast beschermen infecties door de aanwezigheid op jonge leeftijd in kinderdagverblijven tegen allergie. Microbiële producten, met name endotoxine, die aanwezig zijn op boerderijen, beschermen mogelijk tegen allergie, evenals inhalatieallergenen afkomstig van katten en honden.

Zijn er ook andere verklaringen voor de genoemde observaties? Alle aanwijzingen die de hypothese ondersteunen zijn gebaseerd op observationele studies en niet op gerandomiseerde interventiestudies.2 Het probleem is dat observationele studies geen causale relaties kunnen vaststellen. De onderzochte blootstelling aan allergenen wordt bijvoorbeeld vaak beïnvloed door gedrag en daardoor kan een omgekeerde causaliteit ontstaan. Zo…

Auteursinformatie

Universiteit Maastricht, Onderzoeksinstituut Caphri, capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde, Postbus 616, 6200 MD Maastricht.

Hr.prof.dr.C.P.van Schayck, epidemioloog.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties