De blinde vlekken van het oriënterende bloedstollingsonderzoek

Klinische praktijk
M. Levi
M. Peters
E. Briët
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:457-60
Abstract

Dames en Heren,

Het krachtigste instrument dat ons ter beschikking staat om een stoornis in de hemostase vast te stellen is de anamnese. Laboratoriumonderzoek kan daarnaast uitermate nuttig zijn om bloedstollingsafwijkingen aan te tonen of uit te sluiten. Vaak wordt hiertoe oriënterend bloedstollingsonderzoek verricht, bestaande uit het bepalen van het aantal bloedplaatjes, het meten van de bloedingstijd en van de globale stollingstijden, zoals de protrombinetijd (PT) en de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT).1 Inderdaad kunnen vrijwel alle bloedstollingsstoornissen met deze oriënterende tests worden gedetecteerd. Echter, een aantal belangrijke stollingsafwijkingen zal geen afwijkingen geven in het oriënterende stollingsonderzoek. Indien er in de anamnese sterke aanwijzingen zijn voor het bestaan van een stollingsstoornis en het oriënterend laboratoriumonderzoek geen afwijkingen aan het licht brengt, dient men met deze, op zichzelf vrij zeldzame, afwijkingen rekening te houden, zoals wij illustreren aan de hand van de volgende twee casussen.

Patiënt A, een 21-jarige jongeman, heeft…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Inwendige Geneeskunde, onderafd. Vasculaire Geneeskunde, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Dr.M.Levi en prof.dr.E.Briët, internisten.

Emma Kinderziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, Amsterdam.

Dr.M.Peters, kinderarts.

Contact dr.M.Levi (m.m.levi@amc.uva.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties