Dat moet makkelijker kunnen!

Hans Postema
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:B650

artikel

Vorige week schreef ik over mijn dienst op de huisartsenpost. Ik struikelde over het systeem van de ‘unieke zorgverlenersidentificatie’ (uzi). Bij elke patiënt moest ik opnieuw inloggen in het systeem, een tijdrovende zaak. Dat moest toch makkelijker kunnen?

Ik liep daar nog steeds over te peinzen toen ik de dag na mijn dienst op weg ging naar mijn andere baan. Nog wat slaperig na een korte nacht liep ik op mijn auto af. Het slimme autootje had al in de gaten dat ik op komst was. De lichten knipperden, ik kon instappen zonder dat ik de sleutels tevoorschijn had hoeven halen. Ik reed naar het metrostation waar ik 2 dagen per week een reis per openbaar vervoer begin. Met mijn ov-chipkaart in de aanslag liep ik gedachteloos door het poortje, dat met een ‘bliep’ openzwaaide om mij toe te laten op het perron. Een korte reis naar Rotterdam Centraal, waar de ov-paal mij een goede reis wenste op vertoon van de ov-chipkaart. Ik zakte onderuit op de bank in een stiltecoupé en toen drong tot mij door dat het inderdaad veel makkelijker kan.

Met die ov-chipkaart weten de vervoerders precies wie ik ben en welke toegangsrechten ik heb. Ik hoef niet eens langzamer te lopen of te stoppen om mijn kaart te laten uitlezen. De techniek hierachter is ‘radiofrequency identification’, kortweg RFID. Een ontnuchterende gedachte. Ik moest onwillekeurig denken aan de poes van mijn broertje. Zij had een halsband waar het kattenluik op reageerde. Helaas kwam ook de kat van de buren geregeld mee naar binnen als Lotje het kattenluik ontgrendeld had. De buurkat bleef gezellig mee-eten en voor de kleine Lotje bleef meestal een lege voerbak over. Nu is mijn broertje ingenieur in de meet- en regeltechniek en hij maakte dus handig gebruik van RFID. Zijn poes was namelijk gechipt en een RFID-chip heeft een uniek nummer. Geen halsband meer nodig, hij zorgde gewoon dat het kattenluikje alleen op de chip van Lotje reageerde. De kat van de buren had het nakijken. Kunnen we dat niet gewoon gebruiken voor het inloggen op het computersysteem van onze huisartsenpost?

Tegen de tijd dat ik in Utrecht arriveerde was ik klaarwakker. Routineus liep ik het station uit (‘blieb’, uitgecheckt) naar de bus (‘blieb’, ingecheckt) en 10 minuten later was ik op de plaats van bestemming. Goedgemutst liep ik het laatste stukje tot aan de Domus Medica, waar ik opnieuw mijn machtige stukje plastic pakte om de deur te openen. ‘Blieb’ en ‘baf!’. Daar klapte ik met mijn gezicht tegen de deur, die anders altijd met een gul gebaar openzwaait. Nóg een keer de kaart voor de sensor, ‘blieb’… maar er gebeurde niets. Waar had ik dat eerder meegemaakt? Tot ik inzag dat ik mijn ov-chipcard in mijn hand had. Daar had deze deur geen boodschap aan. Wordt het niet tijd dat iedereen zo’n chip als Lotje krijgt?

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties