COPD: denken in behandelbare kenmerken

Artikel voor onderwijs en opleiding
COPD leerartikel NTvG
Marlies van Dijk
Alfred P.E. Sachs
Huib A.M. Kerstjens
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5326
Abstract

Rectificatie

Op dit artikel is de volgende verbetering gekomen:

In tabel 1 staat per abuis dat eind-expiratoir crepiteren bij hartfalen past. Dit moet zijn: eind-inspiratoir crepiteren.

In tabel 3 staat in elke kolom dezelfde waarde voor het aantal eosinofiele granulocyten. Die aantallen verschillen echter per kolom. De juiste aantallen staan in de gecorrigeerde tabel.

De gecorrigeerde versie van beide tabellen staat hieronder.

Tabel 1
Onderscheid tussen COPD en hartfalen bij mensen met kortademigheid
Klachtenpatroon en lichamelijk onderzoek
Tabel 1 | Onderscheid tussen COPD en hartfalen bij mensen met kortademigheid | Klachtenpatroon en lichamelijk onderzoek
Tabel 3
Inhalatiecorticosteroïden bij COPD
Wanneer voorschrijven, wanneer vermijden?
Tabel 3 | Inhalatiecorticosteroïden bij COPD | Wanneer voorschrijven, wanneer vermijden?

Leermateriaal bij dit artikel

Bij dit artikel hoort extra leermateriaal waardoor u meer inzicht krijgt in het onderwerp. Deze informatie kunt u ook gebruiken bij het geven van bijvoorbeeld colleges.

Maak de toets
Overzicht van te behalen accreditatiepunten
Specialisme Punt(en)
Accreditatie (artsen) buiten eigen vakgebied 1
Arts voor verstandelijk gehandicapten 1
Huisarts 1
Internist 1
Specialist ouderengeneeskunde (Verenso) 1
Physician Assistant 1

COPD is, na diabetes mellitus en coronaire hartziekte, de derde meest frequente chronische ziekte in Nederland, met circa 600.000 patiënten; dit aantal zal de komende jaren verder stijgen.1 Veel dokters krijgen er dus mee te maken. In dit leerartikel beantwoorden we 10 vragen over COPD die gesteld zijn door huisartsen, chirurgen en internisten. We gaan in op de oorzaken van COPD, en presenteren een systematische strategie voor diagnose en differentiaaldiagnose. Vervolgens introduceren we een raamwerk voor therapie door te categoriseren naar behandelbare kenmerken en bijpassende niet-medicamenteuze en medicamenteuze interventies.

Het belangrijkste symptoom van COPD is kortademigheid bij inspanning, gevolgd door chronisch hoesten en slijm opgeven; de exacerbaties worden tegenwoordig bij voorkeur longaanvallen genoemd. Deze variëren in ernst van licht – op te lossen met extra inhalatiemedicatie – via ernstiger – behandeling met systemische corticosteroïden of antibiotica – tot ernstig, waarbij ziekenhuisopname noodzakelijk is, soms zelfs op de Intensive Care…

Auteursinformatie

Rijksuniversiteit Groningen en UMC Groningen, afd. Longziekten en Tuberculose, Groningen: drs. M. van Dijken prof.dr. H. A.M. Kerstjens, longartsen (beiden tevens: Groningen Research Institute for Asthma and COPD). UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde, Utrecht: dr. A.P.E. Sachs, huisarts.

Contact M. van Dijk

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Prof.dr. F.H. Rutten (Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde, Utrecht) droeg bij aan de beantwoording van de vraag over COPD en hartfalen. Het Functiecentrum Longfunctie en Allergologie van het UMC Groningen leverde de afbeelding met flow-volumecurves.

Auteur Belangenverstrengeling
Marlies van Dijk ICMJE-formulier
Alfred P.E. Sachs ICMJE-formulier
Huib A.M. Kerstjens ICMJE-formulier
Marlies van Dijk
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
NTvG Leerartikelen
Huisartsgeneeskunde
Astma en COPD

Gerelateerde artikelen

Reacties

Peter
oomes

9 mei 2021 - 17:08

Hoewel ik als neuroloog natuurlijk weinig kaas gegeten heb van longziekten (en daarom dit leerartikel met belangstelling heb gelezen) meen ik toch te weten dat in geval van  hartfalen bij auscultatie crepiteren kan worden gehoord mid- of eind-INspiratoir en niet eind-expiratoir zoals in Tabel 1 wordt beweerd.

Peter Oomes, neuroloog, TREANT Zorggroep

U heeft helemaal gelijk, dit is per abuis verkeerd in de tabel komen te staan. Het moet inderdaad eind-inspiratoir crepiteren zijn. 

namens de auteurs,

Marlies van Dijk, longarts UMCG

Jan
Dr. J. van der Meulen

23 mei 2021 - 15:33

Niet alleen in tabel 1 staat een fout, ook in tabel 3. De auteurs maken namelijk niet duidelijk bij welke waarde van de eosinophiele ganulocyten in het bloed inhalatiecorticosteroiden wel, mogelijk of niet moeten worden gegeven. Ooit college gehad hebbende van de naamgever van CARA, vermoed ik dat het > bij vermijd gebruik een < had moeten zijn. 

dr. Jan van der Meulen, basisarts, huisartsenopraktijk de Jagerweg, Dordrecht

Marlies
Dijk

28 mei 2021 - 14:33

Als antwoord op door debeteredokter…

Klopt, dit heeft u goed opgemerkt. Het wordt in de online versie aangepast. Het moet zijn: Sterk aanbevolen bij eo's >0.3 x 10^9/l, ter overweging bij eo's 0.1-0.3 x 10^9/l en afgeraden bij eo's <0.1x 109/l^.

namens de auteurs,

Marlies van Dijk, longarts, UMC Groningen

Hans
Krimpen

25 mei 2021 - 12:05

Dank voor dit overzichtelijke leerartikel. Bij 'indicatie voor zuurstof en risico op hypercapnie' vraag ik me af of er andere (klinische) kenmerken zijn behalve de arteriele zuurstofspanning. De vraag voor zuurstof bij patienten met chronisch en ernstig COPD wordt in de huisartsenpraktijk regelmatig gesteld. Ik bemerk altijd een verlegenheid met deze vraag en kan eigenlijk geen goed antwoord formuleren om patienten te overtuigen dat het geven van zuurstof (meestal) geen toegevoegde waarde heeft. 

Hans van Krimpen, huisarts, Artsenpraktijk De Spil

Marlies
Dijk

28 mei 2021 - 15:05

Hartelijk dank voor uw interessante vraag. Er zijn niet heel veel (klinische) kenmerken die ondersteunend voor het voorschrijven van zuurstoftherapie. Het belangrijkste kenmerk om in acht te nemen is de aanwezigheid van rechtsbelasting (rechtszijdig decompensatio cordis, rechter atriumoverbelasting op het ECG of aanwezigheid van pulmonale hypertensie). De consequentie van rechtsbelasting is dat zuurstoftherapie al bij een minder ernstige hypoxemie (arteriele zuurstofspanning 8.0 kPa) wordt voorgeschreven.

Veel patiënten associëren (begrijpelijkerwijs) kortademigheid met een zuurstoftekort. Het aanvullen van het zuurstofgehalte is daarvoor een logische oplossing. Echter, bij COPD spelen vaak ook andere factoren een rol. Een belangrijke factor is bijvoorbeeld hyperinflatie, leidend tot een afname van de vitale capaciteit in rust en nog meer bij inspanning. Hiervoor helpen langwerkende luchtwegverwijders en ademhalingstechnieken via de fysiotherapeut beter dan zuurstoftherapie. Uitleg dat niet alle kortademigheid samenhangt met een zuurstoftekort kan helpen om patiënten te laten begrijpen waarom ze geen zuurstof voorgeschreven krijgen.

namens de aurteurs,

Marlies van Dijk, longarts, UMC Groningen