Continuïteit van de huisartsenzorg

Vervlogen ideaal of nieuw perspectief?
Ter discussie
08-01-2019
Wim Opstelten, Jochen W.L. Cals en Henriëtte E. van der Horst

Het ideaalbeeld van de huisarts: een dokter die je verleden, je context en je behoeften en wensen kent. Het vloeit voort uit een persoonlijke en vaak langdurige arts-patiëntrelatie. Continuïteit van zorg is een belangrijke kernwaarde van het huisartsenvak die bijna 60 jaar geleden werd vastgelegd tijdens de Woudschotenconferentie, waar de basis voor de Nederlandse huisartsgeneeskunde werd gelegd.1 Sindsdien zijn onze maatschappij en ook ons zorgsysteem behoorlijk veranderd, waardoor deze kernwaarde minder vanzelfsprekend is geworden. Is continuïteit in de huisartsenzorg überhaupt nog wel mogelijk?

Continuity of care in primary care; a bygone ideal or new perspective?

Relational continuity of care has traditionally been an important core value of primary care. Research shows that relational continuity of care contributes to better patient health. However, due to social changes and an altered organization of our health system, it has become more difficult to put this core value into practice. General practitioners, for example, increasingly work part-time and general practices have become larger-scaled. Within practices, there is also an increase of delegation and specialization, leading to fragmentation of healthcare. A weekly rota involving at least three clinical consultation days for each doctor, the establishment of small general practice teams within a larger organisation, and a reduction in the size of a standard practice can facilitate relational continuity of care. In addition, it is necessary for GPs to concentrate on the core activity of their profession: direct personal care.

Conflict of interest and financial support: potential conflicts of interest have been reported for this article. ICMJE forms provided by the authors are available online along with the full text of this article.