Consequenties van de nieuwe spellingwijzigingen voor het Tijdschrift
Open

Commentaar
05-08-2006
W.J. van Nimwegen, M.L.C. Los, A.M.M. van den Eerenbeemt en M. Kabos

- Eind 2005 verscheen een nieuwe uitgave van de Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene boekje), met enkele aanpassingen van de spellingwijzigingen uit 1995. Deze leidden in de media tot veel opwinding. De nieuwe spellingvoorschriften en de nieuwe Woordenlijst hebben consequenties voor de schrijfwijze van artikelen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).

- De belangrijkste wijzigingen betreffen het met een kleine letter schrijven van samenstellingen met een eigennaam (bijvoorbeeld ‘watson-jonesartrodese’ in plaats van ‘Watson-Jones-artrodese’). Enkele afkortingen worden voortaan met een kleine letter geschreven (‘ecg’ en ‘hiv’). Tenslotte wordt de ‘paarde(n)bloemregel’ teruggedraaid (voortaan schrijft men ‘paardenbloem’ in plaats van ‘paardebloem’).

- Door de betere beschikbaarheid van elektronische spellingcontroleprogramma’s en de elektronische toegankelijkheid van alle jaargangen van het NTvG wordt het voor auteurs van Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke artikelen gemakkelijker om tot een uniforme spelling te komen.

- De nieuwe regels zijn officieel 1 augustus 2006 van kracht geworden.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:1736-40

‘Toen ik de ukase oekaze; decreet las, door den Raad van Redacteuren van ons Tijdschrift uitgevaardigd, heb ik mijn bril eens goed afgeveegd. Ja, het staat er toch werkelijk: Men doe er zijn voordeel mee! En de onderteekening luidt niet eens: “de S.S./S.A.-obergruppenpresseleiter”, maar eenvoudig de familienaam van onzen Hoofdredacteur.’1

Dit schrijft J.B.C.Persenaire op 3 november 1934 in een toornige ingezonden brief in dit tijdschrift. De aanleiding was een korte mededeling waarin de hoofdredactie te kennen had gegeven dat zij niet de nieuwe spelling-Marchant zou invoeren, maar de oude zou blijven volgen en dat zij geen stukken in de nieuwe spelling kon plaatsen.2 De redactie had tevens de hoop uitgesproken dat redacties van andere tijdschriften en dagbladen ‘hierin eenigen steun mogen vinden bij de bepaling van hun eigen houding’.

Degenen die bij de huidige opwinding rond enkele spellingwijzigingen op eenzelfde steun van dit tijdschrift hadden gehoopt, moeten wij teleurstellen: het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) volgt geheel de laatste wijzigingen in de spelling, zoals die sinds 1 augustus 2006 van kracht zijn geworden, en hoopt op deze wijze bij te dragen aan een meer uniforme spelling voor de Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke beroepsgroep. In dit artikel willen wij kort toelichten welke wijzigingen voor de spelling van medische teksten vooral belangrijk zijn. Eerst zullen wij kort beschrijven op welke wijze de redactionele bewerking van artikelen bij het Tijdschrift verloopt.

redactionele bewerking

Wetenschappelijke bewerking.

Een artikel dat voor publicatie aanvaard is, wordt eerst redactioneel bewerkt door een van de wetenschappelijk eindredacteuren en vervolgens taalkundig nagezien door een van de bureauredacteuren. De wetenschappelijk eindredacteuren letten er vooral op dat artikelen voldoen aan de conventies die gelden voor biomedische wetenschappelijke publicaties; deze betreffen onder andere opbouw, dosering van informatie, statistische betrouwbaarheid en controleerbaarheid van gegevens.3 4 Zie ook de laatste versie van de ‘Uniform requirements for manuscripts submitted to biomedical journals’ op www.ntvg.nl, doorklikken op ‘algemeen’ en ‘voor auteurs’. Verder zorgen de eindredacteuren ervoor dat de informatie begrijpelijk is voor de gemiddelde algemene medicus die het tijdschrift leest. Een artikel moet voor zowel medisch studenten als medisch specialisten van een geheel andere discipline dan de auteurs van het betreffende artikel goed te volgen zijn. Daartoe moet de wetenschappelijke eindredactie veel verduidelijken en vereenvoudigen.5 Ook onnodig jargon wordt vertaald of weggewerkt. ‘Jargon’ betekent volgens Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (de ‘Grote of Dikke Van Dale’):6 ‘voor oningewijden moeilijk verstaanbare taal, vak- of groepstaal’. Bij het Tijdschrift gaat het dan om uitdrukkingen die alleen binnen bepaalde specialismen gebezigd worden en daardoor voor andere medici minder goed te begrijpen kunnen zijn, bijvoorbeeld: ‘Bij een 3e patiënt trad na de operatie een stenose op van de ureter-blaasanastomose waarvoor neo-implantatie nodig was.’ ‘Neo-implantatie’ kan eenvoudig vertaald worden met ‘nieuwe implantatie’. Een ander voorbeeld: ‘Wakkere intubaties worden door 50 uitgevoerd.’ Bedoeld is: ‘intubaties bij wakkere patiënten’.

Taalkundige bewerking.

De redactie heeft niet de pretentie te weten wat ‘goed Nederlands’ is. Auteurs hebben recht op een eigen stijl en taalgebruik, voor zover deze niet te veel vergen van de goedwillendheid van de lezer. Een belangrijke zorg van de redactie als het om de taal gaat, is dat deze overeenkomt met de taal zoals die wordt gedocumenteerd en uitgelegd in de lexica van de tijd waarin de artikelen verschijnen. Verder trachten de neerlandici-bureauredacteuren artikelen toegankelijker te maken en de leesbaarheid ervan te vergroten, waardoor de teksten lezersvriendelijker worden. Ook grammaticale ongerechtigheden ontsnappen niet aan hun aandacht.

Het NTvG legt wetenschappelijke informatie vast en streeft ernaar dat zo ondubbelzinnig mogelijk te doen. Daarom sluit de redactie zich aan bij enkele gezaghebbende bronnen: voor de schrijfwijze van anatomische termen volgt zij de Terminologia anatomica,7 voor de geneesmiddelnamen het Informatorium medicamentorum van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie.8 Beide zijn nu ook verwerkt in dé elektronische spellingcorrector voor medici, Pinkhof Medische spellingcontrole,9 waarvan de 3e versie de nieuwe spellingvoorschriften volgt. Pinkhof Geneeskundig woordenboek is het gezaghebbendste naslagwerk voor de betekenis en schrijfwijze van medische termen,10 zij het dat in de 10e druk soms nog een iets behoudender spellingkeuze gemaakt wordt dan de redactie van het NTvG doet, bijvoorbeeld ‘oesophagus’ tegenover ‘oesofagus’. In de 11e druk zullen deze verschillen naar verwachting kleiner zijn, doordat de redactie van Pinkhof en die van het NTvG steeds meer onderling overleggen over spelling en terminologie. Door de beschikbaarheid van Pinkhof Medische spellingcontrole en de elektronische versies van de nieuwe Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene boekje),11 Van Dale en alle jaargangen van het NTvG (www.ntvg.nl) is het voor auteurs (en redacties) steeds gemakkelijker hun spelling te uniformeren.

Wanneer een medische term in het algemeen taalgebruik is doorgedrongen, blijkend uit opname ervan in de nieuwe Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene boekje)11 en (of) in Van Dale,6 gebruiken wij de daar gehanteerde schrijfwijze. Wetenschappelijk eindredacteur Walvoort schreef hierover: ‘Uiteraard is kritiek mogelijk op de wijze waarop in de genoemde referentiewerken de medische termen worden vastgelegd. De mening van de redactie doet daarbij niet terzake; voor ons telt dat wat wij afdrukken begrepen kan worden met de nu gangbare woordenboeken en dat de terminologie uniform is (dat is ook van belang voor zoekacties in elektronische databestanden).’5

Spellingaanpassing 2005.

Met het voorgaande in gedachten is het niet meer dan logisch dat de redactie van het NTvG thans de spellingaanpassing van de Nederlandse Taalunie volgt; die is officieel sinds 1 augustus 2006 van kracht. Er waren vier uitgangspunten bij het aanpassen van de spellingregels en de samenstelling van een nieuwe officiële woordenlijst, waarop uitgaven als het Groene boekje en andere spellinggidsen zijn gebaseerd: aanpassen aan de actualiteit, streven naar continuïteit (regels zo min mogelijk veranderen), verbeteren van de toegankelijkheid en vergroten van de uniformiteit.

Het aanpassen aan de actualiteit spreekt voor zich: in onbruik geraakte woorden zijn geschrapt (‘haspelwerk’ en ‘aanvijl’), nieuwe termen zijn toegevoegd (‘spamfilter’, ‘i-bankieren’ en ‘ecoaardappelen’).

Met het oog op de continuïteit is ervoor gekozen om de regels (op één uitzondering na: de ‘paarde(n)bloemregel’; zie verder) niet te wijzigen. Wel zijn aanvullingen en correcties doorgevoerd om aan de behoeften van taalgebruikers tegemoet te komen. Doordat kwesties waar veel taalgebruikers mee worstelden (bijvoorbeeld het gebruik van hoofdletters of de schrijfwijze van uit het Engels afkomstige woorden en samenstellingen) nu in richtlijnen zijn vastgelegd, zou de inzichtelijkheid moeten toenemen.

De Taalunie heeft geprobeerd de toegankelijkheid te verbeteren door de leidraad bij het Groene boekje geheel te laten herschrijven (door journalist Permentier) en door de inhoud van het boekje volledig beschikbaar te maken via internet (http://woordenlijst.org). Toelichting en commentaar zijn te vinden op http://taalunieversum.org/spelling.

Bij de spellingwijziging in 1995 was er veel onduidelijkheid doordat het Groene boekje en Van Dale onderling bleken te verschillen. Zo spelde Van Dale ‘cao’ in plaats van ‘CAO’, ‘lokatie’ in plaats van ‘locatie’, en ‘zottenklap’ in plaats van ‘zotteklap’. Ook accepteerde Van Dale de ‘paarde(n)bloemregel’ niet. De Taalunie heeft nu gestreefd naar maximale uniformiteit door samen te werken met producenten van gezaghebbende bronnen, zoals woordenboeken, taaladvieswerken en programma’s voor spellingcontrole. Dit had moeten leiden tot één uniforme spelling in het taalgebied (via het keurmerk ‘officiële spelling’ van de Taalunie zichtbaar gemaakt). De beoogde uniformiteit lijkt niet bereikt te zullen worden nu veel redacties zich alsnog hebben laten verleiden om te kiezen voor een nog op te stellen spellingvariant met de naam ‘witte spelling’ (figuur).

Vanaf het moment dat het nieuwe Groene boekje beschikbaar was (eind 2005), is de redactie van het Tijdschrift bezig deze spelling in te voeren. Dit gebeurt geleidelijk, want al doende leert men.

spellingwijzigingen

Wat betekenen de nieuwe spellingwijzigingen nu voor de praktijk? Voor het Tijdschrift gaat het om een klein aantal ingrepen. De meest in het oog springende veranderingen betreffen het in sommige gevallen niet meer toepassen van een hoofdletter, en het gebruik van het koppelteken. De voornaamste wijzigingen zetten wij hieronder op een rijtje.

Samenstellingen met een eigennaam.

Samenstellingen die zijn afgeleid van een eigennaam en die verwijzen naar een ziekte, symptoom, stof, bepaling, score, ingreep, instrument, reactie, natuurwetenschappelijke wet en dergelijke, krijgen een kleine letter. Het kan daarbij gaan om een persoonsnaam, bijvoorbeeld de naam van de ontdekker of de samensteller. Voorbeelden zijn ‘downsyndroom’ (maar: ‘syndroom van Down’), ‘pott-tumor’, ‘auerstaafje’, ‘apgarscore’, ‘chiari-osteotomie’, ‘nagellantaarn’, ‘eisenmengerreactie’, ‘magendiewet’. Ook kan het gaan om een plaatsnaam: ‘lymeziekte’, ‘pisasyndroom’, ‘constant-springmutatie’. Vernederlandste virusaanduidingen vallen ook onder de regel: ‘ebolavirus’ (‘Ebola’ is een zijrivier van de Congo), ‘marburgvirus’. In al deze namen is het gebruik van het koppelteken optioneel; dit kunnen wij plaatsen om de structuur en de leesbaarheid te verduidelijken: ‘frei-antigeen’. Het is verplicht in geval van zogenaamde klinkerbotsing: ‘maisonneuve-uretrotoom’. Ook is het verplicht wanneer het eerste deel van de samenstelling uit gelijkwaardige elementen bestaat: ‘watson-jonesartrodese’, ‘hoffmann-trömnerreflex’, ‘fede-rigazweer’. Vergelijk: ‘kosten-batenanalyse’.

Het is niet nieuw dat samenstellingen met de naam van een ontdekker of samensteller een kleine letter krijgen als het verband met de persoon is verzwakt (al bekend waren bijvoorbeeld ‘röntgenstraling’, ‘pasteurspipet’ en ‘petrischaal’). Bijzonder is wel dat nu niet langer wordt gewacht tot dit verband is verzwakt: de in aanmerking komende samenstellingen worden meteen met een kleine letter geschreven.

Koppelteken.

Het optionele gebruik van het koppelteken geldt ook andere dan de hier genoemde (twee- of meerledige) samenstellingen: ‘logistische-regressieanalyse’, ‘methyleentetrahydrofolaat-reductase’, ‘epidermale-groeifactorreceptor 2-positief’ (in het laatste voorbeeld is het eerste koppelteken optioneel en het tweede verplicht; vóór ‘2’ komt geen koppelteken, zie verder). Lange samenstellingen kunnen desgewenst ook omschreven worden.

Bij de ruimere toepassingsmogelijkheden voor het koppelteken, die er overigens al zijn sinds 1995, hebben niet zozeer de problemen bij het schrijven van samenstellingen, maar meer die bij het lezen daarvan het uitgangspunt gevormd. Dit perspectief is verfrissend, want bij het invoeren van nieuwe spellingvoorschriften staan de moeilijkheden bij het lezen (bijvoorbeeld woordherkenningsproblemen) doorgaans minder centraal dan die bij het schrijven (bijvoorbeeld problemen met de leerbaarheid en de bruikbaarheid van spelvormen).

Koppeltekens mogen ook worden geplaatst in samenstellingen waarin Engelse termen zijn opgenomen: ‘confounder-problematiek’, ‘starch-peritonitis’. Woordgroepen die worden geciteerd uit het Engels en die in het Engels los worden geschreven, blijft men los schrijven: ‘rosette inhibition test’, ‘designer baby’.

Een opvallende verandering is de weglating van het koppelteken tussen de eerste twee delen van samenstellingen als ‘hepatitis B-immunoglobuline’ en ‘fosfolipase A2-spiegel’. Het Groene boekje beschouwt ‘hepatitis B’ en dergelijke als (categorieaanduidende) woordgroepen, die los worden geschreven, ook in de samenstellingen waarin ze zijn opgenomen: ‘protrombine G20210A-mutatie’, ‘co-enzym A-reductase’.

Om een andere reden, de onomkeerbaarheid van de samenstellende delen, is het koppelteken weggelaten in, bijvoorbeeld, ‘sociaalpsychologisch’, ‘populairwetenschappelijk’ en ‘christendemocratisch’.

Verder kunnen wij het gebruik van ‘anti’, ‘loco’, ‘pre’, ‘ultra’ en dergelijke noemen. Woorden waarin deze klassieke prefixen (voorvoegsels) of prefixachtige elementen voorkomen, behandelt het Groene boekje als samenstellingen. De ‘prefixen’ worden aan het grondwoord vast geschreven (‘prosector’, ‘supracondylair’, ‘elektromyograaf’), en worden daarvan bij klinkerbotsing gescheiden door een koppelteken: ‘anti-enzym’, ‘re-infectie’, ‘intra-uterien’, ‘bio-equivalent’. Wij noemen hier ook ‘aero’ (‘lucht’), bijvoorbeeld in ‘aerosol’ en’aerofagie’, dat geen trema meer krijgt, omdat het tegenwoordig anders (als ‘ero’) wordt uitgesproken dan vroeger (als ‘aero’ of ‘airo’).

Bij klinkerbotsing in ongelede woorden die beginnen met bovengenoemde klassieke elementen wordt geen koppelteken, maar een trema gebruikt: vergelijk ‘coördinatie’ en ‘co-existentie’. De reden hiervoor is dat bij ongelede woorden als ‘coördinatie’ (‘samen ordineren’?) in tegenstelling tot bij gelede woorden als ‘co-existentie’ (‘naast elkaar bestaan’) de betekenis niet op basis van de afzonderlijke delen valt af te leiden. Het Groene boekje lijkt ons deze regel niet steeds juist toe te passen. Zo vinden wij dat ‘coöperator’ beter gespeld had kunnen worden als ‘co-operator’.

Andere kwesties.

Een aantal initiaalwoorden krijgt een kleine letter, bijvoorbeeld ‘iui’, ‘ecg’, ‘eeg’, ‘ivf’ en ‘umc’. Een initiaalwoord is een afkorting die als echt woord fungeert en die letter voor letter wordt uitgesproken. Ook letterwoorden kunnen kleine letters krijgen, bijvoorbeeld ‘hiv’. Een letterwoord is een afkorting die als echt woord fungeert en die vloeiend wordt uitgesproken. Reden voor het gebruik van kleine letters bij zowel initiaal- als letterwoorden is hun ingeburgerde gebruik. Tussen gelijkgevormde initiaalwoorden en letterwoorden kunnen spellingverschillen bestaan; vergelijk: ‘vwo’er’ en ‘havoër’.

De spelling van tegenwoordige- en verledentijdsvormen en voltooide deelwoorden van werkwoorden van Engelse afkomst is onveranderd gebleven: ‘hij faceliftte’, ‘downloadt u?’, ‘ik leasede/leasete’, ‘wij hebben gematcht, gepoold, gebrieft/gebriefd, geüpgraded, gesequencet’.

Voor een aantal kwesties waarvoor het Groene boekje of Van Dale geen of onvoldoende oplossingen biedt, bedenkt de redactie zelf oplossingen of laat zij het gebruik bij de auteurs de doorslag geven. Zo bepalen auteurs doorgaans het grammaticale geslacht van medicijnnamen. (Is het ‘de’ of ‘het’ propranolol?)

Tijdens ‘taalvergaderingen’ zoekt de redactie naar oplossingen voor (actuele) taalkwesties. Zo kan aan de orde komen of een Latijnse of Griekse term die alleen voorkomt (bijvoorbeeld: ‘melaena’) en dus niet is opgenomen in een klassieke woordgroep (bijvoorbeeld ‘melaena neonatorum’) een vernederlandste spel- of woordvorm kan krijgen. Er zijn geen voorschriften die hier uitkomst bieden. Een criterium kan zijn of dergelijke termen in de algemene taal worden gebruikt en of daarin vergelijkbare termen te vinden zijn. Dat zou kunnen blijken uit opname daarvan in algemene woordenboeken als Van Dale. In zo’n lexicon blijkt dan vaak dat niet alleen de spel-, maar ook de woordvorm is aangepast aan het Nederlands. Vergelijk bijvoorbeeld in Van Dale ‘pemfigus’ (van ‘pemphigus’), ‘aritmie’ (van ‘arrhythmia’) en ‘glaucoom’ (van ‘glaucoma’) met ‘dysbasia’, ‘arteriitis’ en ‘melaena’ (zonder vernederlandste spel- of woordvorm) in Pinkhof. Soms geeft Van Dale verschillende spelvormen, zoals ‘phimosis’ en ‘fimose’.

Tenslotte: de ‘paarde(n)bloemregel’ uit 1995, die een tussen-e voorschrijft in samenstellingen waarvan het eerste deel een dierennaam is en het tweede een plantkundige aanduiding, is in het nieuwe Groene boekje, zoals al eerder aangegeven, vervallen. Dergelijke samenstellingen krijgen vanaf 1 augustus 2006 een tussen-n: ‘paardenbloem’, ‘kattenkruid’, ‘duivenkervel’. Voor biologen heeft het vervallen van de paardenbloemregel aangename consequenties: ‘zij zagen het niet zitten om de talrijke plantennamen met een dierennaam als eerste deel – veel meer dan de 24 van het Groene Boekje –, bijvoorbeeld “bijeorchis”, anders te gaan spellen dan andere vergelijkbare namen, bijvoorbeeld “dennenorchis”’ (www.let.uu.nl/Henk.Verkuyl/personal/fransdaemsstandaard.htm).

Wat zijn de gevolgen voor medici? U, lezer van dit blad, raadt het al: wij nodigen u hierbij uit ons uw paardenbloemetjes toe te sturen.

Dr.H.C.Walvoort, wetenschappelijk eindredacteur NTvG, leverde commentaar op het manuscript.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur

  1. Persenaire JBC. De spelling in het tijdschrift ingezonden. Ned Tijdschr Geneeskd. 1934;78:5105.

  2. Rijnberk G van. De spelling in het tijdschrift hoofdartikel. Ned Tijdschr Geneeskd. 1934;78:4922.

  3. Overbeke AJPM, Gijn J van, Hart W, Walvoort HC. Publiceren in biomedische tijdschriften. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 1999.

  4. Scientific style and format. The CSE manual for authors, editors, and publishers. 7th ed. Style Manual Committee. Council of Science Editors. Cambridge: Cambridge University Press; 2006.

  5. Walvoort HC. Redactionele bewerking van voor publicatie aanvaarde artikelen bij het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:38-42.

  6. Boon CA den, Geeraerts D, redacteuren. Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal. 14e herz. dr. Utrecht: Van Dale Lexicografie; 2005.

  7. Terminologia anatomica: international anatomical terminology. Stuttgart: Thieme; 1998.

  8. Informatorium medicamentorum. Den Haag: Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie; 2006.

  9. Eerenbeemt AMM van den, redacteur. Pinkhof Medische spellingcontrole. Versie 3.0 cd-rom. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2005.

  10. Everdingen JJE van, Klazinga NS, Pols J, redacteuren. Pinkhof Geneeskundig woordenboek. 10e dr. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 1998.

  11. Woordenlijst Nederlandse taal. Samengesteld door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Den Haag: Sdu; 2005.