The comatose patient
Open

Media
06-01-2009
Jan van Gijn

Wijdicks heeft het als eenling aangedurfd een nieuw boek over het coma te schrijven. Hij is in Nederland opgeleid tot neuroloog en heeft zich vervolgens in de befaamde Mayo Clinics te Rochester ontwikkeld tot een vooraanstaand clinicus; daarnaast schrijft hij over neurologische aspecten van intensivecaregeneeskunde. In de kern komt zijn boek wel overeen met Plum and Posner’s diagnosis of stupor and coma uit 2007, maar er zijn grote verschillen in presentatie en omlijstingen.

Wijdicks begint met een vooral theoretisch deel en bespreekt vervolgens wel 75 verschillende aandoeningen die tot coma leiden; elke bespreking wordt ingeleid met een plaatje in silhouet, waarin een gesprek tussen artsen wordt weergegeven. Andere interessante extra’s ten opzichte van het concurrerende boek zijn een erudiete inleiding over de historische ontwikkeling van onze huidige opvattingen over coma, en afzonderlijke hoofdstukken over juridische aspecten (uiteraard Amerikaans gekleurd) en over de weergave van coma in speelfilms en gedrukte media.

Een uniek pluspunt is de ingesloten dvd met bewegende beelden. Deze begint met een didactische instructie (desgewenst ook in het Spaans) over het onderzoeken van het bewustzijnsniveau; daarnaast zijn er beelden van sommige bijzondere verschijnselen bij comateuze patiënten, van enkele bijzondere toestandsbeelden (akinetisch mutisme, vegetatieve toestand en chronisch “minimaal bewustzijn”) en van de klinische criteria bij het vaststellen van hersendood.

Een “spécialité de la maison” is de codering van het bewustzijnsniveau door middel van de zogenaamde “FOUR-score”. Van de inmiddels alom ingeburgerde EMV-schaal (ofwel glasgow-comaschaal) zijn de elementen “ogen openen” (E-score) en “beste motorische reactie van de arm” (M-score) behouden, zij het met een enkele wijziging. De “verbale reactie” (V-score) is vervallen, vanwege de dikwijls storende invloed van factoren als een andere moedertaal, afasie of intubatie. Daarvoor in de plaats komen het ademhalingspatroon en een mix van twee hersenstamreflexen (pupilreflex en corneareflex). Daar kan men weer tegen inbrengen dat die elementen meer zeggen over de plaats van het letsel in de hersenen dan over het bewustzijnsniveau. De tijd zal moeten uitwijzen of de nieuwe schaal desondanks een verbetering is – vooral wat betreft de overeenstemming tussen waarnemers elders in de wereld.

Welk boek over het coma is nu het geschiktst om te worden gebruikt bij de opleiding van neurologen en intensivisten: dit of Plum and Posner’s diagnosis of stupor and coma? Mijn oordeel is misschien een tikje gekleurd, omdat ik de auteur van The comatose patient beter ken dan het viertal dat de tegenhanger schreef. Toch waag ik te veronderstellen dat het boek van Wijdicks vooral jonge lezers het meest zal aanspreken, vanwege de meer didactische opzet en de bijlage met bewegende beelden.