'Chirurgie van de roodharige barbaren'; Hollandse medici in Japan, 1600-1870
Open

Geschiedenis
30-12-2001
J.E. Veldman

Nederlandse artsen legden ongeveer 400 jaar geleden de basis voor de westerse geneeskunde in Japan. Utrechtse militaire artsen werden omstreeks 1860 de grondleggers van de medische faculteiten van de universiteiten van Nagasaki, Tokio en Osaka. De eerdere Deshima-artsen Engelbert Kaempfer en Philipp Franz von Siebold zijn van grote betekenis geweest voor onze kennis van Japan in de 18e en 19e eeuw.

Negen jaar nadat het schip ‘De Liefde’ op het zuidelijke Japanse eiland Kyushu gestrand was (19 april 1600) verschafte de militair alleenheerser, shogun Ieyasu Tokugawa, de Hollanders een vrijbrief met de volgende tekst: ‘Wanneer Hollandse schepen in Japan arriveren, kunnen zij waar dan ook langs de kust landen. Eenieder dient dit te respecteren. Niemand zal dit veranderen. Dit is een bevel.’

In 1609 had de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) reeds een handelshuis gevestigd op het eiland Hirado ten noordwesten van de kust van Kyushu; het was het begin van de exclusieve betrekkingen tussen Nederland en Japan, en die zouden blijven bestaan tot het einde van de zogenaamde Tokugawa- of Edo-periode (1868). De Spanjaarden werden in 1624 het ‘land van de rijzende zon’ uitgezet, de Portugezen volgden in 1641. De Portugezen waren reeds in 1543 in Japan aangekomen op het eiland Tanegashima, ten zuiden van Kagoshima; zij streefden naar de verbreiding van het rooms-katholieke geloof, terwijl het de Hollanders – ‘roodharige barbaren’ volgens de shogun – puur om de handel was te doen. De bekering van vele Japanners tot het christendom dreigde het gezag van de militaire dictatuur, het shogunaat, te ondermijnen.

het eiland deshima anno 1641

Teneinde de buitenlanders in en rondom de handelshaven Nagasaki beter in de gaten te kunnen houden, vroeg het centraal militair gezag in Edo (Tokio) aan de lokale heersers om een kunstmatig eilandje in de baai van Nagasaki aan te leggen. Dit waaiervormige eiland (233 m × 70 m) was in 1636 klaar; het was oorspronkelijk bedoeld om de Portugezen te huisvesten. De Portugezen werden echter vrij snel nadien het land uitgezet, terwijl de VOC de opdracht kreeg van het shogunaat om Hirado te verlaten en zich op Deshima te vestigen (1641). Vanaf 1639 werden geen vrouwen meer toegelaten. Japanse echtgenotes/partners en kinderen werden gedwongen het land te verlaten. Het merendeel van hen werd naar Batavia in het toenmalige Nederlands-Indië verscheept.1 2 Zij zouden Japan nooit meer zien. Vanaf 1641 waren zij volkomen van het moederland afgesneden; zelfs brieven mochten het land niet meer in of uit. Af en toe kwamen brieven toch clandestien binnen, geschreven op de verpakking van bijvoorbeeld een zakje thee. Enkele zijn bewaard gebleven (‘brieven uit Jacatra’ (sic)) en zijn te zien in het Kankó-museum op Hirado. Ze bevatten hartverscheurende teksten.2 Het is nog niet uitgezocht wat er met deze gedeporteerde mensen later gebeurd is.

Chirurgijn.

Deshima lag voor de Japanners op een ideale plaats om de bewoners goed in de gaten te houden. De enige verbinding met de stad Nagasaki was een zwaarbewaakte toegangsbrug (figuur 1). Niemand mocht zonder toestemming van de autoriteiten het eiland op of af. De enige vrouwen met wie de bewoners contact mochten hebben waren courtisanes. Door de beperkte oppervlakte van Deshima was er bij volle bezetting slechts plaats voor 20 VOC-employés, onder wie het opperhoofd en de chirurgijn. Vaak waren er Indonesische bedienden aanwezig. Eenmaal per jaar verliet een grote groep onder leiding van het opperhoofd en in aanwezigheid van de chirurgijn het eiland voor de hofreis naar Edo. Een aantal scheepsartsen in dienst van de VOC en gestationeerd op Deshima zou tot het eind van de 19e eeuw een grote betekenis hebben voor onze kennis van Japan en voor de kennis die de Japanners opdeden aangaande cultuur en wetenschappen in de westerse wereld, met name wat de geneeskunde betreft.

Waarom accepteerden de Hollanders deze toch vernederende positie in Japan op een ‘gevangeniseiland’ als Deshima? Het antwoord is: vanwege geld, macht en nieuwsgierigheid. In de beginjaren was het nettorendement van de aanwezigheid in Japan voor de VOC enorm. De Hollandse tussenhandel met Japan leverde jaarlijks gemiddeld 650.000 gulden op, in 1642 een fortuin. In de latere jaren verminderden de inkomsten aanzienlijk en soms werd er zelfs verlies geleden, maar de Nederlandse vlag op Deshima (zie figuur 1b) – het venster van de Japanners op de westerse wereld – kreeg toen een meer politieke betekenis.

chirurgie van de hollanders in japan

Bepaalde geneeskundige termen die nog steeds in de Japanse taal aanwezig zijn, hebben hun oorsprong in het Nederlands uit de 17e eeuw: ‘scalpel’ is ‘mesu’ (mes) in het Japans, ‘spuit’ is ‘supoito’, ‘katheter’ is ‘kateteru’ en ‘zenuw’ is ‘shinu’.3

Tot 1850 werd Deshima bezocht door een zestigtal factorijdokters in dienst van de VOC. Zij verbleven er gemiddeld 1-4 jaar. Het was een gemêleerd gezelschap: er waren eenvoudige scheepsartsen/chirurgijns bij, maar ook erudiete, universitair opgeleide artsen, zoals Engelbert Kaempfer (1651-1716) en Philipp Franz von Siebold (1796-1866).

De eerste ‘medicus’ wiens naam in de literatuur verschijnt is Caspar Schambergen. Hij verbleef in de periode 1644-1651 in Japan en was actief betrokken bij het medisch onderwijs aan de Japanners, en wel op verzoek van de shogun. Deze was zo onder de indruk van Schambergens kennis en vaardigheden, dat hij hem na een hofreis uitnodigde om aan het hof gastoperaties uit te voeren. De chirurgie van Schambergen werd tot 1800 in Japan ‘Kasaparu-ryu geka’ genoemd, de chirurgische school van Caspar. De chirurgie van de Hollanders werd eveneens bekend onder de naam ‘Komo-ryu geka’, ‘chirurgie van de roodharigen’ (figuur 2).4

De communicatie tussen de Japanners en de Hollanders vond plaats via speciaal door het shogunaat aangestelde tolken. Uit deze groep waren de eerste westers opgeleide Japanse artsen afkomstig. Zij verbreidden de chirurgie van de Hollanders vervolgens over Japan. Hoan Arashiyama (1633-1692), lijfarts van de Heer van Hirado, was de eerste Japanner met een volledige Nederlandse opleiding vanuit Deshima. Hij kreeg op 21 januari 1665 een officieel diploma van de Hollanders en werd lid van het Nederlandse chirurgijnsgilde.

engelbert kaempfer (1651-1716), arts en japanoloog

Engelbert Kaempfer, geboren in 1651 in Lemgo, Duitsland, was universitair opgeleid en werd de eerste westerse geleerde die gedetailleerd over Japan schreef.5 6 Het 17 jaar na zijn dood verschenen boek De beschrijving van Japan (1733) werd een bestseller (figuur 3);5 er verschenen 12 edities van en het werd in meerdere talen uitgegeven. De kennis van Japan is gedurende meer dan een eeuw gebaseerd geweest op dit boek. Kaempfer beschreef allerlei situaties in Japan, inclusief het leven van alledag in die jaren, en maakte er tekeningen van. Niemand was het in die tijd toegestaan om hierover te berichten, ook hem niet. Hij verbleef in de periode 1690-1692 op Deshima op verzoek van Johannes Camphuis, de gouverneur-generaal in Batavia. In 1693 keerde hij terug naar Holland, waar hij aan de universiteit van Leiden in de geneeskunde promoveerde.

philipp franz von siebold (1796-1866)

‘Siebold’, zoals hij in Japan werd genoemd, was geboren in Würzburg, Duitsland (1796), en was in diezelfde stad opgeleid tot arts.7 8 Uit nieuwsgierigheid naar de oosterse cultuur vertrok hij in 1822 als militair arts in dienst van het Nederlandse gouvernement naar Java. Hij werd op verzoek van de gouverneur-generaal naar Deshima overgeplaatst met de opdracht een studie te maken van flora en fauna in Japan. Het opperhoofd van de factorij Deshima schreef aan de gouverneur van Nagasaki dat Von Siebold ‘een beroemde Hollandse dokter is, zeer bedreven in de oogheelkunde en verloskunde en met grote kennis op het gebied van de biologie en geografie’. Hij was toen pas 2 jaar afgestudeerd (figuur 4a).

In die tijd was Nederland bezet door de Fransen (Napoleon). De handelsbetrekkingen met Japan kwamen volledig tot stilstand in 1820. De factorij Deshima werd door de Hollanders dan ook om puur politieke redenen gehandhaafd. Voor de arts en geleerde Von Siebold was er derhalve veel tijd voor onderwijs en onderzoek beschikbaar. Hij arriveerde in de baai van Nagasaki op 5 augustus 1823 en voelde zich snel thuis op Deshima. Hij behandelde Japanse patiënten met succes. Daarnaast begon hij de Japanners onderwijs te geven in de biologie en de geneeskunde. Omgekeerd leerden zijn studenten hem de Japanse taal en schreven zij op zijn verzoek essays over onderwerpen uit de zoölogie, mineralogie, botanie en geografie. Deze bijdragen dienden later als fundament voor zijn publicaties Nippon (1832), Fauna Japonica (1833) en Flora Japonica (1835).

In een brief aan zijn familie in Würzburg schrijft Von Siebold: ‘Mijn praktijk in Nagasaki begint erg bekend te worden. Ik heb verder het geluk gehad om het gezichtsvermogen van een bekende Japanner te kunnen herstellen na 10 jaar. Het ging hier waarschijnlijk om een cataractoperatie. Het succes was een sensatie hier. Sindsdien komen er steeds meer studenten vanuit geheel Japan.’ Von Siebold werd toegestaan om een stuk land in de heuvels van Nagasaki te kopen. Hij liet een eenvoudige privé-kliniek met onderwijsruimten bouwen.

Tijdens een van zijn huisbezoeken in Nagasaki ontmoette hij de dochter van een patiënt, Sonoko Kusomoto, ook wel Otaki genoemd. Otaki werd zijn Japanse partner. Zij kregen een dochter, Oine (1827-1903), die later door Von Siebolds leerlingen tot verloskundige zou worden opgeleid. Von Siebold werd in 1829 gedwongen Japan te verlaten op beschuldiging van spionage voor de Russen; zijn partner bleef achter. Zijn vriend Sakuzaemon Takahashi, hofastronoom van de shogun in Edo, had hem landkaarten van Noord-Japan gegeven in ruil voor geschenken. Von Siebolds Duitse nationaliteit maakte van hem een verdachte; het bezit van landkaarten van Japan was voor buitenlanders ten strengste verboden. Hij vertrok en vestigde zich in Leiden. In 1845 trouwde Von Siebold met de 25 jaar jongere Helene Ida Caroline, Barones von Gagern (1820-1877). Zij kregen drie zoons en twee dochters.

Von Siebold keerde meer dan 30 jaar na zijn vertrek uit Nagasaki nog eenmaal met een van zijn zoons uit zijn Duitse huwelijk, de latere diplomaat Alexander, naar Japan terug (1859-1862), nu als adviseur van de Nederlandse Handels Maatschappij waarin de VOC inmiddels was opgegaan en als onofficieel adviseur van de Japanse regering (zie figuur 4b). In 1862 verliet hij weer gedwongen het land. Zijn tactloze politieke optreden bracht hem in conflict met de Nederlandse regering. Hij adviseerde het shogunaat – de militaire, dictatoriale machthebbers van Japan – Nagasaki als enige vrijhaven open te stellen voor de buitenlanders. De Nederlandse overheid en de geallieerden (Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk, Rusland) wilden geheel vrije toegang tot Japan afdwingen. Tevens had Von Siebold vanuit het Japans vertaalde historische teksten en wetteksten ontvangen, hetgeen nog steeds strikt verboden was. Von Siebold keerde dan ook met achterlaten van zijn zoon Alexander teleurgesteld en verbitterd terug naar Duitsland.

de geneeskunde van de hollanders in japan na von siebold

Na het vertrek van Von Siebold in 1829 stopte het medisch onderwijs door de Hollanders voor een periode van bijna 30 jaar.4 In 1857 arriveerde echter een delegatie van de Nederlandse marine in Nagasaki, op uitnodiging van de Japanse regering. De gedelegeerden dienden de Japanse overheid te adviseren bij het opzetten van een moderne zeemacht. Jhr. Johannes L.C.Pompe van Meerdervoort (1829-1908) werd als marinearts toegevoegd aan deze groep (figuur 5). Hij was opgeleid in het Militair Hospitaal in Utrecht (figuur 6) en werd na aankomst in Japan onmiddellijk benoemd tot hoofd van de geneeskundeschool van het shogunaat in Nagasaki. Hij begon weer met het medisch onderwijs aan de Japanners.

In 1859 werd hem gevraagd gedetailleerde plannen te maken voor de bouw van een nieuw hospitaal met onderwijsfaciliteiten in Nagasaki. Het hospitaal, Nagasaki Yojoshu, werd gebouwd en officieel op 9 september 1861 geopend (figuur 7). Dit alles vond plaats tijdens het tweede korte verblijf van Von Siebold in Japan (1859-1862); waarschijnlijk heeft hij mede invloed gehad op deze gang van zaken. Dit ziekenhuis vormt in latere jaren de basis van de medische faculteit van de universiteit in Nagasaki. Na Pompe van Meedervoorts vertrek uit Japan werd dr. Antonius F.Bauduin (1820-1885) benoemd tot medisch directeur van het ziekenhuis in Nagasaki. Ook hij was marinearts en hij had eveneens gewerkt in het Militair Hospitaal in Utrecht. Ten tijde van zijn komst in Japan was zijn jongere broer, Albertus J.Bauduin, hoofd van de vestiging van de Nederlandse Handels Maatschappij op Deshima.

Dr.A.F.Bauduin gaf met name onderwijs in de fysiologie, oogheelkunde en optica (figuur 8). Hij was een oud-medewerker van prof. Franciscus C.Donders (1818-1889), fysioloog en oogarts van wereldnaam. Bauduin reviseerde het medisch curriculum in Nagasaki en nodigde tevens de arts-chemicus dr. Koenraad W.Gratama (1831-1888) uit. Ook hij was afkomstig uit het Militair Hospitaal in Utrecht. Bauduin werd in Japan geëerd als de grondlegger van de moderne oogheelkunde in het land, Gratama als grondlegger van de moderne fysica en chemie.

In 1868 werd de militaire dictatuur in Japan (het shogunaat) beëindigd. Het land werd opengesteld voor buitenlanders. Na 1870 was de rol van de Hollanders in het geneeskundeonderwijs in Japan uitgespeeld; deze werd geleidelijk aan overgenomen door de Duitsers en de Amerikanen.

beschouwing

Het pionierswerk van de Hollanders is voor de ontwikkeling van de westerse geneeskunde in Japan van fundamentele betekenis geweest. Hetgeen als ‘chirurgie van de roodharige barbaren’ omstreeks 1650 in Deshima/ Nagasaki begon, eindigde meer dan 200 jaar later met de oprichting van geneeskundige scholen in Nagasaki, maar ook in Tokio en Osaka. Met hun Japanse leerlingen waren de Hollanders de grondleggers van de medische faculteiten in deze steden.

De handelspost Deshima verzorgde gedurende een periode van meer dan 200 jaar de enige nauwe coördinatie tussen Japan en de westerse wereld. Via deze route maakten Hollanders en Japanners kennis met elkaars cultuur en gewoonten en vooral met de wetenschappelijke ontwikkelingen in elkaars land. De komst van de Hollanders was een ‘revolutie’ voor de Japanners. De anatomie van de mens was hun voordien onbekend. Het boek Ontleedkundige tafelen (oorspronkelijke auteur: Johann Adam Kulmus, 1689-1745), door Genpaku Sugita (1733-1817) in het Japans vertaald met als titel Kaitai shinsho (‘Een nieuw boek over anatomie’, 1774), werd voor vele Japanse chirurgen de eerste leidraad op het gebied van de anatomie van de mens. Deze kennis was nodig voor het chirurgisch handelen, maar ook voor de diagnostiek bij en de behandeling van patiënten was het belangrijk om de manier van denken van de Hollandse artsen te leren. De Hollandsche artsenij spiegel, Oranda yakkyo, werd dan ook door Genshin Udagawa in 1820 vertaald. De voor de Japanners vaak indrukwekkende behandelingsresultaten van de Deshima-artsen bleven dan ook een permanente inspiratiebron. Door te studeren bij Von Siebold en later bij Pompe van Meerdervoort, Bauduin en Gratama leerde men de ‘echte’ geneeskunde.

Literatuur

  1. Blussé L, Remmelink W, Smits I, redacteuren.Bewogen betrekkingen – 400 jaar Nederland-Japan. Hilversum: Teleac/NOS;2000.

  2. Kousbroek R. In de tijdmachine door Japan. De hofreis vanhet jaar 2000. Amsterdam: Meulenhoff; 2000.

  3. Vos F. Dutch influences on the Japanese language (with anappendix on Dutch words in Korean). Lingua 1963;12:341-88.

  4. Beukers H, Luijendijk-Elshout AM, Opstal ME van, Vos F,redacteuren. Red-hair medicine. Amsterdam: Atlanta Rodopi; 1991.

  5. Kaempfer E. De beschrijving van Japan. Amsterdam: JanRoman de Jonge; 1773.

  6. Bodart-Bailey BM. Kaempfer's Japan. Takugawa cultureobserved. Honolulu: University of Hawaii Press; 1999.

  7. Vos K. Assignment Japan. Von Siebold, pioneer andcollector. Tentoonstellingscatalogus. Landgraaf: Groenevelt; 1989.

  8. Kouwenhoven A, Forrer M. Siebold and Japan. His life andwork. Leiden: Hotei Publ Leiden; 2000.