Artikel
Zie ook het artikel op bl. 304.
Aspecifieke lage rugklachten vormen een groot probleem voor de gezondheidszorg. Een hoge prevalentie veroorzaakt, met name in de beroepsbevolking, hoge directe en indirecte kosten. Een groot aantal medische en paramedische disciplines heeft met dit klachtenbeeld te maken. Een multidisciplinaire evidence-based richtlijn over dit…



(Geen onderwerp)
Borne, februari 2004,
De richtlijn over lage rugklachten van de NVAB, welke richtlijn ik niet ken, benadrukt het overleg met de curatieve sector. Dat is een goede zaak. Collega Houwert leest uit mijn commentaar dat ‘er de noodzaak zou zijn om de huisarts onder druk te zetten om röntgenfoto's te laten maken wanneer de diagnose aspecifieke rugklachten is gesteld’. Dat schrijf of suggereer ik echter niet. De NHG-standaarden geven adviezen hoe te handelen bij bepaalde ziektebeelden, maar elke standaard vermeldt ook dat het om adviezen gaat en dat de huisarts soms anders zal moeten of willen handelen omdat (de situatie van) de patiënt dit vraagt. Goed overleg met de patiënt is dan nodig en dit kan leiden tot een beter begrip bij de patiënt voor het voorgestelde beleid. Maar soms verlangt en krijgt de patiënt toch iets anders. Dit gebeurt mutatis mutandis stellig ook op het spreekuur van de bedrijfsarts. Maar het is wat anders dan ‘bezwijken voor druk’ en ‘de eigen standaard overboord gooien’. Ter geruststelling van Houwert: die druk komt vaker van de kant van de patiënt dan van de bedrijfsarts, zo is mijn ervaring.
Tenslotte de term ‘Arbo-arts’. Arbo-artsen, zo leerde mij informatie bij artsen uit die sector, willen liever ‘bedrijfsarts’ genoemd worden, maar ‘Arbo-arts’ is een in Nederland ingeburgerde term en iedereen weet wie ermee wordt bedoeld. Zijn bedrijfsartsen overigens altijd AGNIO?
(Geen onderwerp)
Zeist, april 2004,
De vraag van collega Mazel (2004:859-60) geeft mij de gelegenheid om het misverstand uit de weg te ruimen dat Arbo-arts, bedrijfsarts en assistent-geneeskundige niet in opleiding (AGNIO) aanduidingen van hetzelfde beroep zouden zijn. Mazel stelt aan het einde van zijn ingezonden brief namelijk: ‘Tenslotte de term “Arbo-arts”. Arbo-artsen, zo leerde mij informatie bij artsen uit die sector, willen liever “bedrijfsarts” genoemd worden, maar “Arbo-arts” is een in Nederland ingeburgerde term en iedereen weet wie ermee wordt bedoeld. Zijn bedrijfsartsen overigens altijd AGNIO?’
Of iemand nu wel of niet liever bedrijfsarts wil worden genoemd, is niet relevant. Het gaat erom dat bij Arbo-diensten de volgende groepen artsen werkzaam zijn:
- basisartsen;
- artsen die de 4-jarige opleiding tot bedrijfsarts volgen (bedrijfsarts i.o.); en
- bedrijfsartsen.
Na maximaal 2 jaar dient de Arbo-dienst de basisarts in de gelegenheid te stellen de opleiding tot bedrijfsarts te gaan volgen. Zolang de basisarts niet in opleiding is, is deze AGNIO voor de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde.
De term ‘Arbo-arts’ is een pseudo-titel en werkt misleiding in de hand. In de evaluatie van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) wordt gesteld: ‘De KNMG heeft gewezen op het verschijnsel van pseudo-titels. Soms komt het voor dat basisartsen gebruikmaken van een toevoeging bij de titel “arts” die geen specialistentitel is, bijvoorbeeld “Arbo-arts”. Daardoor wordt dan ten onrechte de indruk gewekt dat het een erkend specialisme is waarvoor men gekwalificeerd is. De pseudo-titels vallen niet onder het verbod in de artikelen 4 lid 2, 17 en 34 lid 4 Wet BIG, maar zijn wel misleidend voor het publiek’ (www.zonmw.nl/upload/22005/rapportbigdef.pdf).1
Evaluatie Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Reeks evaluatie regelgeving deel 12. Den Haag: ZonMw; 2002. p. 139.