Hoe komen we verder?

Burn-out: een ongrijpbaar fenomeen

Perspectief
Christiaan H. Vinkers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5581
Abstract

De diagnose wordt vaak gesteld, maar waarover hebben we het nou precies als we een burn-out constateren? Zolang dat niet duidelijk is, blijft doeltreffend behandelen lastig, betoogt psychiater Christiaan Vinkers.

Samenvatting

Ongeveer 1 op de 6 Nederlanders rapporteert burn-outklachten. Maar wat betekent dat eigenlijk? Veel Nederlanders krijgen te maken met vermoeidheid, labiliteit en piekeren. Wanneer spreek je van burn-outklachten en wanneer worden deze klachten een burn-out? Er is veel discussie over de mogelijke oorzaken en oplossingen voor burn-out, maar vaak wordt vergeten dat burn-out een wankele wetenschappelijke basis heeft. Er zijn verschillende en veranderende definities, er is geen betrouwbaar diagnostisch interview, er is een grote overlap tussen burn-out en depressie, en er zijn geen bewezen effectieve behandelingen. Bovendien zijn burn-outklachten niet voorspellend voor burn-out of werkuitval. De impact en het leed van wat we burn-out noemen is ontegenzeggelijk reëel, maar kunnen we mensen echt gericht helpen zolang onze kennis over burn-out gebrekkig is? In dit perspectief stel ik kritische vragen bij burn-out, maar betoog ik ook dat er een constructieve weg voorwaarts is, gebaseerd op recent verworven kennis over stress en de inherente dynamiek van alle stress-systemen. Deze aanpak biedt wellicht een fundamenteel andere benadering om burn-out beter te begrijpen.

Auteursinformatie

Amsterdam UMC, locatie VUmc, Amsterdam, afd. Psychiatrie: dr.mr. C.H. Vinkers, psychiater (tevens: afd. Anatomie en Neurowetenschappen, Amsterdam UMC, en GGZ InGeest, Academische Werkplaats Depressie).

Contact C.H. Vinkers (c.vinkers@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Christiaan H. Vinkers ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties

Peter
Lucassen

In zijn interessante artikel ‘Burnout, een ongrijpbaar fenomeen’, schetst Christiaan Vinkers de status van burn-out als verwarrend, ongrijpbaar en ingewikkeld verschijnsel. Burn-out is geen werkgerelateerde aandoening meer maar kan iedereen treffen, de term is verwarrend, burn-out kent een grote overlap met depressie, is niet betrouwbaar vast te stellen en kent geen evidence-based behandeling.

Hoewel dit theoretisch gezien en in de ogen van de specialistische psychiatrie allemaal ongetwijfeld waar is, hebben wij als huisartsen in de dagelijkse praktijk een heel andere ervaring. In onze loopbaan hebben wij te maken gehad met de termen overspanning, surmenage en tegenwoordig burn-out. Misschien maakt deze wisselende terminologie een vreemde en slordige indruk, maar steeds ging het over hetzelfde: een toestand waarbij de patiënt langdurig veel stress ervaart als gevolg van een te grote draaglast. Over de klachten waarmee dit beeld gepaard gaat, zijn huisartsen het eens: moeheid, gespannenheid, prikkelbaarheid, futloosheid, het gevoel dat alles te veel is, niet tegen drukte kunnen en zich uitgeput voelen.1 Het is vrijwel steeds gemakkelijk om in het gesprek met de patiënt bij de bron te komen: er ligt te veel op het bord van de patiënt en dat teveel is goed bespreekbaar. We vinden als huisarts snel ‘common ground’ met de patiënt, we zijn het snel met elkaar eens over wat er aan de hand is. Er zijn criteria voor de definitie en een LESA en MDR voor diagnostiek en behandeling.2 De behandeling vindt plaats in een aantal gesprekken met huisarts of POH-GGZ en is gericht op rust en uitleg in de beginfase, daarna het bespreken van de aanleiding(en) en vervolgens – indien van toepassing – werkhervatting. Dit beleid heeft bij de overgrote meerderheid van de patiënten een gunstig resultaat met herstel van klachten, weer normaal functioneren en werkhervatting. Verwijzing naar een psycholoog is meestal niet nodig; verwijzen naar een psychiater in verband met een ernstig onderliggend psychiatrisch probleem is zelfs een grote uitzondering.

Voor ons is burn-out een grijpbaar fenomeen. Wij hebben de ervaring dat wij met een persoonsgerichte benadering dit probleem goed kunnen behandelen. Persoonsgericht wil hier zeggen: start met het verhaal in de woorden van de patiënt, heb aandacht voor diens opvattingen over ontstaan en betekenis van de klachten, zie de patiënt als mededeskundige, begrijp de klachten in de context van de patiënt, activeer de patiënt, houd onderliggende lichamelijke of psychische ziektes in het achterhoofd. Deze benadering verschilt van de ziektegerichte benadering waarbij de arts de expert is en psychische stoornissen eenzelfde benadering krijgen als lichamelijke ziekten.3

Ten slotte: we sluiten ons aan bij het pleidooi van Vinkers voor goed multidisciplinair burn-outonderzoek. Wij doen graag mee!

1. Terluin B, Gill K, Winnubst J. Hoe zien huisartsen surmenage? Huisarts Wet 1992;35:311-315.

2. Terluin B. Interventies bij overspanning en burn-out. Huisarts Wet 2015;58:212-216.

3. Lucassen P, Postma S, olde Hartman T, van Ravesteijn H, Linssen M, Wolf J, Gerritsen D. Psychische problemen benaderen als huisarts. Ned Tijdschr Geneeskd 2017;161:D1474.

Peter Lucassen, Suzanne Ligthart, Tim olde Hartman, huisartsen, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc

Pieter
Barnhoorn

Burn-out is een ongrijpbaar fenomeen.¹ Verschillende en veranderende definities, geen betrouwbare diagnostiek, overlap met andere psychiatrische ‘diagnosen’, geen bewezen effectieve behandeling. De roep om ‘meer wetenschap’ is dan ook te begrijpen. Maar meer wetenschap is enkel zinnig wanneer we erkennen dat die wetenschap zelf werkelijkheidsvormend is.² Naar ziekten wordt vaak gekeken langs de letterlijke lijn van het woord diagnose, waarbij ‘dia’, ‘ergens doorheen’ betekent en ‘gnos’ zoveel als ‘kennen of begrijpen’. Zoals biologen op zoek gaan naar nieuwe soorten, zo gaan medische wetenschappers op zoek naar onontdekte ziekten. De werkelijkheid is dat diagnosen ontstaan aan de vergadertafel. Wat gelden mag als ziekte, wordt bepaald door consensus tussen wetenschappers te bereiken.² Dat maakt het niet minder wetenschappelijk. Sterker, wetenschap is eerst vergaderen, samen definiëren en beperken. Pas daarna komt het meten en wellicht iets van het weten. De natuur bepaalt niet wat een ziekte is, mensen bepalen wat ziek mag heten. Dat realiseren we ons weer even wanneer bijvoorbeeld cholesterolwaarden naar beneden bijgesteld worden met duizenden nieuwe patiënten als gevolg.³ Of wanneer een ziekte wordt wegvergaderd, zoals bijvoorbeeld homeseksualiteit in 1973.

Het blijft dus oppassen met diagnosen. Allereerst kunnen we ermee suggereren dat er achter de diagnose een biologische werkelijkheid zou bestaan en dat we die zouden kennen of begrijpen. Voor burn-out is dat niet zo. Verder suggereert het woord diagnose dat burn-out tot het exclusieve domein van de geneeskunde behoort. Maar de problemen samengevat onder de noemer burn-out zijn veel breder, liggen waarschijnlijker ook in de huidige samenleving, waarin geluk synoniem is geworden voor succes en succes zichtbaar moet zijn voor iedereen, meetbaar en maakbaar, een samenleving waarin we elkaar en onszelf bij voortduring overvragen en overbelasten. Bovendien wordt de ziektenaam in de praktijk vaak ziekteoorzaak.² Een ruim palet aan afwijkend gedrag (vermoeidheid, slaapproblemen, prikkelbaarheid, concentratieproblemen etc.) wordt hernoemd als burn-out en voor je er erg in hebt, wordt burn-out de oorzaak van die klachten. “U kunt zich zo slecht concentreren, omdat u een burn-out hebt.” Dit is wat filosofen reïficeren noemen, letterlijk: ‘tot ding maken’. “Reïficeren is als denken dat iemand veel geluid produceert omdat hij een schreeuwlelijk is.”⁴

Burn-out is een ongrijpbaar fenomeen, maar vooral als we er een ziekte van willen maken, als we gaan meten vóór we weten wat we willen meten, voor we een duidelijke definitie hebben. Diagnosen zijn geen blinde biologische waarheden. Het zijn en blijven afspraken, definities die we met elkaar hebben opgesteld, waarbij belangrijk is ons te realiseren dat diagnosen tijd- en cultuurgebonden zijn. Dat maakt de klachten van overbelasting die veel mensen tegenwoordig ervaren niet minder reëel. In tegendeel. Het biedt de noodzakelijke ruimte voor het unieke verhaal van de patiënt. Met al die verschillende en steeds veranderende definities, hebben we van diagnostiek en evidence based behandelingen van burn-out weinig te verwachten. Des temeer hebben we te verwachten van luisteren naar de verhalen van onze patiënten over ervaren overbelasting, de druk om te moeten slagen, en het gevoel van falen. Hoewel een diagnose ontegenzeglijk troost en erkenning kan bieden (al kan het ook stigmatiseren) blijft het belangrijk om breed naar dit, in essentie, ook maatschappelijk fenomeen te blijven kijken en niet alleen vanuit een strikt medische invalshoek. 

Referenties

1.    Vinkers CH. Burn-out: een ongrijpbaar fenomeen. NTvG 2021; 165: D5581
2.    Dehue T. Betere mensen: over gezondheid als keuze en koopwaar. Atlas Contact 2014
3.    Barnhoorn PC. Gezondheid is geen getal. NTvG 2019; 163: D4254
4.    van Dijken PJ. Het blijft mensenwerk, in Professionaliteit in de zorg. Bohn Stafleu van Loghum 2021
 

Pieter C. Barnhoorn
Afdeling Public Health en Eerstelijns Geneeskunde, Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)