Boekbespreking
Open

Media
28-01-2009
Tom Heikens

Current diagnosis & treatment in pediatrics is verschenen in de bekende Lange-serie. Daarin werken vele Amerikaanse auteurs samen; zij en de uitgever hebben kennelijk gedacht dat de Lange-traditie garant staat voor een goede oplage. Zoals de vorige uitgaven is ook deze 18e druk weer een encyclopedische bundeling van teksten over, voornamelijk in de VS voorkomende, kinderziekten en therapieën; daarbij worden de collegae die in de VS praktiseren, verwezen naar literatuur die recentelijk in hun land is verschenen.

Het is een leerboek in de stijl van de afgelopen 30 jaar; het is geschreven voor degenen die kindergeneeskunde in de eerste lijn beoefenen, met de bekende uitweidingen over het gebruik van de modernste therapieën voor veelvoorkomende ziekten op de kinder- en adolescentenleeftijd. Het beschrijft echter ook in detail hoe kinderen moeten worden beademd; zelfs hoogfrequente oscillerende beademing wordt besproken.

Ook de huidige druk is volledig op de VS georiënteerd. De practicus die bijvoorbeeld in Nederland of Centraal-Afrika werkt, zal merken dat het boek niet aansluit bij de eigen praktijk. Ondervoeding, een probleem dat medeoorzaak is van 50% van de wereldwijde sterfte onder kinderen jonger dan 5 jaar, komt eraf met een enkele, nietszeggende paragraaf (bl. 304), waarbij twee referenties staan over ernstige groeivertraging (‘failure to thrive’) in de VS. Drie keer zoveel plaats is er ingeruimd voor de antibiotische behandeling van acute otitis media (‘in een periode van antibiotische resistentie’, bl. 465-6), met als ultieme aanbeveling ceftriaxon te gebruiken als derdelijnstherapie voor deze aandoening. Wel interessant zijn hoofdstukken over middelenmisbruik en over geslachtsziekten op de tienerleeftijd. Boeiend is ook hoofdstuk 42, over informatietechnologie in de pediatrie. Daarin wordt op uitstekende wijze gerefereerd aan de vele mogelijkheden die het internet biedt voor levenslang leren door middel van een overvloed aan hyperlinks.

Voor degenen die kindergeneeskunde praktiseren buiten de VS past dit boek niet meer in de huidige onderwijsmethoden.

The Great Ormond Street colour handbook of paediatrics and child health is de eerste uitgave vanuit het Great Ormond Street Hospital for Children, een gerenommeerde academische kinderkliniek. De auteurs hebben hun jarenlange ervaring vastgelegd in een rijk geïllustreerde publicatie over ziektebeelden die zij zelf hebben gezien. Het gebruik van moderne medische technieken, het afdrukken van meerdere afbeeldingen per pagina en de plezierige lay-out maken dit handboek tot een zeer toegankelijke en onmisbare bron voor elke klinisch werkzame kinderarts. De beknopte teksten zijn zeer compleet en de sublieme illustraties tonen de kernaspecten van de diagnostiek en de behandeling van vele ziektebeelden die zich in de eerste 18 levensjaren van Europese kinderen kunnen voordoen.

Het boek is beslist een aanrader voor alle kinderartsen in opleiding. Naast de elektronisch toegankelijke databases zal het een onmisbare informatiebron kunnen worden voor algemene en academische kinderafdelingen die grote waarde hechten aan opleiden.

Paediatric clinical examination made easy biedt precies wat de titel aangeeft; wie dit boek koopt, krijgt waar voor zijn geld. De Ierse auteurs, klassiek Angelsaksisch opgeleid, hebben een zeer aantrekkelijk boek geschreven voor algemeen practici, coassistenten, nurse-practitioners en degenen die worden opgeleid in de kindergeneeskunde of de jeugdgezondheidszorg. Maar ook zij die de kindergeneeskunde of jeugdgezondheidszorg al langer uitoefenen, zullen glimlachend de laatste twee originele hoofdstukken lezen en ze gebruiken om jonge collegae de liefde voor het vak bij te brengen. Het eerste deel, dat helder geschreven en beperkt geïllustreerd is, demonstreert op een plezierige wijze hoe men de anamnese van zieke kinderen kan opnemen en hoe men hen systematisch moet onderzoeken. De auteurs, ervaren en didactisch onderlegde practici, behandelen middels een beknopte tekst en simpele lijstjes het algemene onderzoek van het gezonde en het zieke kind. De laatste twee hoofdstukken, ‘Using your senses’ en ‘Paediatric tips and topics’, illustreren op een originele wijze dat kindergeneeskunde meer is dan de leer van de groei en de ontwikkeling, en dat kinderen ook in hun ziekte(beleving) anders, origineel en altijd duidelijk zijn.

Hoe anders kijken we tegen een ‘huilbaby en zijn ouders’ aan als we de ‘Cacophony of cries’ van de Engelse dichter Tennyson lezen (bl. 235): ‘But what am I, an infant crying in the night, an infant crying for the light, and with no language but a cry . . .’ Een aanrader!

Manual of paediatrics is een schoolvoorbeeld van een modern en zeer toegankelijk boek voor de huisarts en jeugdgezondheidsarts. Het is voortgekomen uit het probleemgestuurde onderwijs aan de moderne opleiding in Nottingham. Dit beknopte, maar tegelijkertijd volledige boek is ook onmisbaar voor elke poliklinisch werkzame kinderarts (in opleiding). In 9 secties behandelen 30 auteurs op een bewonderenswaardig eenduidige en didactische wijze de volgende onderwerpen: (1) handelwijze in een modern ingerichte spreekkamer; (2) problemen op het gebied van het zich ontwikkelende kind en handelwijze daarbij; (3) adequate hulp voor kinderen met gedragsproblemen (en hun ouders) in het woud van hulpverleners; (4) groei en voeding, een belangrijk onderwerp in de spreekkamer in populaties waar wanvoeding aan de orde van de dag is; (5) veelvoorkomende problemen, waarbij waarschijnlijk 95% van wat de huisarts en 80% van wat de algemeen kinderarts in de spreekkamer ziet, besproken wordt; (6) het in het Verenigd Koninkrijk vanouds sterk georganiseerde aspect van jeugdzorg, maar dan bezien vanuit een gecombineerd sociaal, somatisch en psychologisch perspectief; (7) sociale kindergeneeskunde, waarbij de pathologische aspecten van de ‘overgangsriten’ van allochtone en gedepriveerde kinderen in de Engelse maatschappij van nu worden beschreven en waarbij wordt getoond hoe men hen op een emancipatoire wijze kan begeleiden; (8) werken met educatie; deze sectie maakt duidelijk dat in Nederland, ondanks de nu bijna 10 jaar oude Bureaus Jeugdzorg, de samenwerking tussen de jeugd- en kindergeneeskunde en het onderwijs aan kinderen met of zonder handicap versplinterd is; (9) referentietabellen op het gebied van groei, ontwikkeling, laboratoriumwaarden et cetera.

De kracht van deze leidraad is dat de auteurs integraal alle problemen helder benaderen en ze daardoor praktisch hanteerbaar maken. Het merendeel van de hoofdstukken is ingedeeld in paragrafen die achtereenvolgens de definitie en de epidemiologische en etiologische aspecten beschrijven; een bespreking van het klinische beeld en van het onderzoek van het kind wordt gevolgd door de differentiaaldiagnose; vervolgens worden de deskundigen genoemd met wie men interdisciplinair overleg moet plegen tijdens onderzoek en behandeling; er wordt aangegeven wanneer men kinderen in de follow-up moet verwijzen, en waarheen, binnen de sociaalmedische zorg en de gemeenschap; bij elk probleem worden opmerkelijke punten voor de ouders vermeld en staan adressen van ouder- en patiëntenverenigingen, en dat alles is geïllustreerd met signaaltekens (‘alerts’).

Deze moderne aanpak zou voor de gezamenlijke Nederlandse kinder- en jeugdartsen een goed hulpmiddel kunnen vormen bij hun pogingen om algemene kindergeneeskunde en jeugdgezondheidszorg weer bijeen te brengen in één praktijk; die wens kwam al naar voren tijdens de Woudschoten-conferentie ‘Integrale zorg voor (zieke) kinderen’, die in 2004 werd georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

Elke opleider in de kindergeneeskunde en jeugdgezondheidszorg zou dit boek dienen te gebruiken bij het onderwijs; het zou veel kunnen bijdragen aan een integrale benadering van kinderen en daardoor zou het in de toekomst kunnen voorkómen dat problemen in de kinder- en jeugdzorg onvolledig worden behandeld en dat kinderen hiervan het slachtoffer worden.