Artikel
Inleiding
De alveolaire-arteriële (A-a)-zuurstofgradiënt geeft het verschil weer tussen de partiële druk van zuurstof in de alveoli en de partiële druk van zuurstof in het bloed. Deze gradiënt kan onder andere bij longaandoeningen toegenomen zijn. Wij beschrijven een 41-jarige patiënte met buikpijn als belangrijkste symptoom van een acute pneumonie, bij…



Het concept van de alveolo-arteriële zuurstofgradiënt
De casus die in het artikel "Belang van de alveolaire-arteriële zuurstofgradiënt" van Weinans et al. (NTvG 2012;156:861-84;A4482) wordt besproken is een mooie illustratie van de toepassing van deze gradiënt bij de interpretatie van de arteriële bloedgaswaarden.
De definitie van de alveolo-arteriële zuurstofgradiënt, P(A-a)O2, als ‘het verschil tussen de partiële druk van O2 in de alveoli en de partiële druk in het bloed’ is echter enigszins verwarrend. Bij een ventilatie-perfusiestoornis (de meest voorkomende gaswisselingsstoornis) is namelijk geen sprake van ‘de’ alveolaire zuurstofdruk. Deze varieert afhankelijk van de ventilatie-perfusie (V/Q)-ratio: in alveoli met een hoge V/Q-ratio is de PO2 hoog, in alveoli met een lage V/Q-ratio is de PO2 laag. De alveolaire PO2 in de gebruikte vergelijking is de ‘ideale’ alveolaire PO21: de hypothetische alveolaire PO2 die zou bestaan wanneer de long een perfecte gaswisselaar is en de arteriële PCO2 gelijk is aan de gemeten waarde. In dat hypothetische geval is de alveolaire PO2 gelijk aan de arteriële. Een lagere arteriële PO2 dan de ‘ideale’ alveolaire waarde duidt dus op een intrapulmonale gaswisselingsstoornis.
Joost van den Aardweg, longarts, MCA