Wel of geen antipsychotica?

Behandeling van een stil delier

Klinische praktijk
Eveline L. van Velthuijsen
Sandra M.G. Zwakhalen
G.I.J.M. (Ruud) Kempen
Frans R.J. Verhey
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2660
Abstract

Toets voor nascholing (verlopen)

Aan dit leerartikel was een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kon verdienen.

Bekijk de toets

Samenvatting

Stil delier komt veel voor onder oudere ziekenhuispatiënten. Ongeveer 29 tot 64% van alle ouderen in het ziekenhuis ontwikkelt een delier; het merendeel van hen ontwikkelt een stil delier.

Stil delier wordt vaak niet of laat herkend en de prognose is slechter dan bij een geagiteerd delier.

Psychotische klachten, angst en lijden komen bij een stil delier even vaak voor als bij een geagiteerd delier.

De richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap en de multidisciplinaire richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie verschillen in hun advies over de medicamenteuze behandeling van stil delier.

In onderzoeken naar de werking van antipsychotica werd tot nu toe geen onderscheid gemaakt tussen verschillende types delier.

Antipsychotica dienen bij een patiënt met een stil delier slechts overwogen te worden wanneer alle niet-medicamenteuze opties geprobeerd zijn, er geen evidente en oplosbare oorzaak voor het delier gevonden wordt en de patiënt zichtbaar lijdt onder de psychotische klachten.

Auteursinformatie

Universiteit Maastricht, Care and Public Health Research Institute (CAPHRI), afd. Health Services Research: drs. E.L. van Velthuijsen, neuropsycholoog; prof.dr. S.M.G. Zwakhalen, verplegingswetenschapper; prof.dr. G.I.J.M. Kempen, gerontoloog. Universiteit Maastricht, Alzheimer Centrum Limburg, MHeNS School for Mental Health and NeuroScience, afd. Psychiatry and Neuropsychology: prof.dr. F.R.J. Verhey, psychiater.

Contact E.L. van Velthuijsen (e.vanvelthuijsen@maastrichtuniversity.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Eveline L. van Velthuijsen ICMJE-formulier
Sandra M.G. Zwakhalen ICMJE-formulier
G.I.J.M. (Ruud) Kempen ICMJE-formulier
Frans R.J. Verhey ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties

jurjen
luykx

Van Velthuijsen en collegae wijzen terecht op de beperkte evidentie van haloperidol in de behandeling van het hypoactieve delier. Het doel van het betreffende onderzoek was niet om andere farmacologische interventies voor het hypoactieve delier te onderzoeken. Er wordt in de paragraaf over implicaties voor de klinische praktijk onderscheid gemaakt tussen antipsychotica en niet-medicamenteuze interventies. Mijns inziens hoort hier een derde categorie aan te worden toegevoegd, namelijk overige medicamenteuze interventies. Zo is in open label studies en gevalsbeschrijvingen methylfenidaat effectief bevonden (Gagnon, B., Graeme, L., & Schreier, G. (2005). Methylphenidate hydrochloride improves cognitive function in patients with advanced cancer and hypoactive delirium: A prospective clinical study. Journal of Psychiatry and Neuroscience, 30(2), 100–107; en Meyers en Van Ojen. De behandeling met methylfenidaat van demoralisatie, apathie en hypoactief delier bij patiënten met een somatische ziekte; NTVG 2004). Ook mijn persoonlijke ervaringen met methylfenidaat bij zowel hypoactief delier als demoralisatie en apathie (soms lastig te onderscheiden van elkaar) zijn zeer positief. Bovendien zijn de bijwerkingen van methylfenidaat beperkt en wordt het middel redelijk goed verdragen. In de NHG-standaard wordt het middel overigens ontraden voor de indicatie stil delier vanwege beperkte evidentie, terwijl in de richtlijn van de NVKG methylfenidaat wel als behandeloptie wordt genoemd. Tenslotte is preventie belangrijker dan genezing. Gezien recent geubliceerde sterke evidentie (Hatta et al. Preventive effects of ramelteon on delirium: a randomized placebo-controlled trial; JAMA Psychiatry) is het mogelijk dat vooral melatonine-agonisten (zoals ramelteon) op IC's de komende jaren voor preventie van delirium zullen worden ingezet.

Jurjen Luykx, psychiater