Artikel
Het indicatiegebied van de antipsychotica is de behandeling van psychosen ongeacht de oorzaak. Hoewel antipsychotica effectief zijn bij vrijwel elke psychose, zijn ze niet voor alle psychosen de beste behandeling. Zo kunnen manische patiënten die psychotisch zijn beter met lithium worden behandeld en is elektroconvulsieve therapie effectiever voor psychotische depressieve patiënten.1 De belangrijkste toepassing vinden antipsychotica in de behandeling van schizofrenie.
Tot voor kort werden de antipsychotica gegroepeerd op basis van chemische structuur of naar gelang van de doseringen die nodig zijn voor een antipsychotisch effect. Een indeling die meer praktisch nut lijkt te hebben is die in enerzijds…



(Geen onderwerp)
's-Hertogenbosch, september 2000,
Met veel belangstelling lazen wij het fraaie overzichtsartikel van Kahn (2000:1627-30). Over afwijkingen van het witte bloedbeeld bij atypische antipsychotica vermeldt het artikel dat ‘clozapine als enige van de atypische antipsychotica, agranulocytose kan veroorzaken bij 1-2% van de patiënten’. Als aanvulling geven wij graag onze bevindingen aangaande bloedbeeldafwijkingen bij de atypische antipsychotica olanzapine en quetiapine, verbindingen die structureel verwant zijn aan clozapine.
De Stichting Lareb, het nationale meldingscentrum voor bijwerkingen van geneesmiddelen, ontving vanaf het jaar van registratie van olanzapine (1996) 6 meldingen van granulocytopenie in vermoede samenhang met dit antipsychoticum. Bij het wereldwijde meldingsysteem van de WHO is granulocytopenie in vermoede samenhang met olanzapine 61 keer gemeld (op een totaal van 7134 meldingen over olanzapine; 0,9%). Met olanzapine samenhangende agranulocytose is wereldwijd 12 keer gemeld. Leukopenie, granulocytopenie en agranulocytose toegeschreven aan olanzapine zijn in de literatuur beschreven.1-4 Daarnaast zijn er aanwijzingen dat olanzapine in zeldzame gevallen het herstel van met clozapine samenhangende granulocytopenie kan vertragen.5
Het atypisch antipsychoticum quetiapine verscheen later op de markt, in 1998, waardoor er minder ervaring mee is opgedaan. Tot op heden ontving de Stichting Lareb 1 melding van granulocytopenie en 1 melding van agranulocytose in samenhang met quetiapine. Wereldwijd werd granulocytopenie 10 keer gemeld (van in totaal 445 meldingen; 2,2%); agranulocytose werd 1 keer gemeld. Ook bij het voorschijven van de atypische antipsychotica olanzapine en quetiapine dienen artsen rekening te houden met de mogelijkheid van granulocytopenie en agranulocytose. Waarschijnlijk gaat het hier om een zeldzame bijwerking, maar meer praktijkervaring is noodzakelijk om hierover meer duidelijkheid te verschaffen. Nederlandse artsen kunnen hieraan een bijdrage leveren door vermoedens van bijwerkingen te melden bij de Stichting Lareb.
Steinwachs A, Grohmann R, Pedrosa F, Ruther E, Schwerdtner I. Two cases of olanzapine-induced reversible neutropenia. Pharmacopsychiatry 1999;32:154-6.
Meissner W, Schmidt T, Kupsch A, Trottenberg T, Lempert T. Reversible leucopenia related to olanzapine. Mov Disord 1999;14:872-3.
Benedetti F, Cavallaro R, Smeraldi E. Olanzapine-induced neutropenia after clozapine-induced neutropenia [letter]. Lancet 1999; 354:567-8.
Naumann R, Felber W, Heilemann H, Reuster T. Olanzapine-induced agranulocytosis [letter]. Lancet 1999;354:566-7.
Flynn SW, Altman S, MacEwan GW, Black LL, Greenidge LL, Honer WG. Prolongation of clozapine-induced granulocytopenia associated with olanzapine [letter]. J Clin Psychopharmacol 1997;17:494-5.