Antihistaminica (H1-receptorblokkerende middelen)
Open

04-11-1986
C.P.H. van Dijke en G. Nierop

INLEIDING

Histamine komt in de meeste organen van het lichaam voor, vooral in de granula van mestcellen (door Ehrlich zo genoemd wegens hun ‘vetgemest’ uiterlijk onder de microscoop). Tevens bevindt het zich in basofiele granulocyten en in bepaalde neuronen van het centrale zenuwstelsel. De rol van histamine bij de maagzuursecretie is bekend en in de hersenen speelt het mogelijk een rol bij de waakzaamheid,1 maar voor het overige is de fysiologische betekenis nog niet goed opgehelderd.2 Wel is duidelijk dat het vrijkomen van histamine tot velerlei onaangename verschijnselen kan leiden.

Histamine kan op verschillende manieren uit de mestcellen en basofielen worden vrijgemaakt. In de eerste plaats kan er sprake zijn van een type I-allergische reactie volgens Coombs en Gell. Hierbij worden eerst tegen allergenen IgE-moleculen gevormd, die zich binden aan het oppervlak van deze cellen. Bij hernieuwd contact met het allergeen verbindt dit zich met ...